Ik hoef geen veganistisch eetcafé

In tegenspraak met hun idealen belemmeren krakers de doorstroom op de huizenmarkt.

Laat dat kraakverbod er dus maar komen.

Door heel Amsterdam hangen de spandoeken aan de kraakpanden. ‘Hier geen yuppenwoning’, ‘Hier geen hoge nieuwbouw’ en ‘In een wachtlijst kun je niet wonen.’

In een wachtlijst kon ik inderdaad niet wonen. Wekenlang fietste ik langs al die spandoeken op zoek naar een huis. Ik overwoog alles: een bank in iemands woonkamer, een studeerkamertje waar twee inductieplaten in waren geplempt, een half gezonken woonboot bij Nigtevecht. Duurdere appartementen waren geen optie. Ik wilde niet meer dan de helft van mijn schamele aio-salaris aan huur betalen.

Oud-hoogleraar huisvesting Hugo Priemus betoogde afgelopen week in de Kamer dat kraken pas verboden zou moeten worden als er een structurele oplossing voor de leegstand komt. Zijn mening werd gepeild naar aanleiding van het wetsvoorstel voor een kraakverbod dat in augustus vorig jaar werd ingediend door VVD, CDA en ChristenUnie. In dat wetsvoorstel werden, na onderhandeling met de vier grootste gemeenten, ook regels voor huiseigenaren toegevoegd. Leegstand moet binnen zes maanden gemeld worden, anders mag het pand alsnog gekraakt worden.

Dat leegstand moet worden bestreden is duidelijk. Maar krakers, die lege panden nog langer onbruikbaar houden voor anderen, moeten nog harder worden bestreden. Want terwijl krakers beweren dat ze de woningnood onder de laagverdieners willen bestrijden, zijn alleen zij het die gratis kunnen wonen. Voor studenten en starters maken ze de problemen alleen maar erger.

Ik draag persoonlijk bij aan het kamer tekort onder studenten. Want als ik aan het eind van mijn studie een appartement had gevonden, dan had een eerstejaars student een jaar eerder een nieuwe kamer kunnen betrekken.

Maar ik kon geen appartement vinden, net als al mijn andere afgestudeerde huisgenoten. De studio’s die we hadden moeten betrekken werden nooit gebouwd. De projectontwikkelaar wilde wel, maar toen de plannen een jaar vertraging opliepen, werd zijn pand gekraakt. En met die kraak was elke ontwikkeling, verkoop, verhuur, renovatie, verbouwing of zelfs maar poging tot bouwtekening geblokkeerd, voor soms wel meerdere jaren. Is een jaar leegstand dan echt erger?

De enige noemenswaardige verbetering van de woningnood die krakers veroorzaken, is de antikraak. Huiseigenaren zijn doodsbang dat hun pand wordt gestolen, zodra het leeg komt te staan zetten ze er een antikraker in. En dat is meestal een student, die daar een aantal maanden bijna gratis kan wonen. Een positief effect van kraken, zou je zeggen, maar zelfs antikraak kan de goedkeuring van de krakers niet wegdragen. Met folders en pamfletten worden ze gesommeerd hun woning op te geven. Zo is te lezen: „Jullie drijven de prijzen op de gewone huurmarkt op en maken het de mensen die woningnood willen bestrijden moeilijker.” Bij gebrek aan gehoor volgt intimidatie. In maart dit jaar werden twee antikrakers op de Spuistraat in Amsterdam door een groep van 70 à 80 krakers met knuppels, hockeysticks en pepperspray hun huis uitgezet. Eén jongen hield er een hoofdwond en armletsel aan over, alleen maar omdat hij eindelijk ergens een huisje gevonden had.

Het doel van de krakers heiligt de middelen niet meer, simpelweg omdat de middelen niet tot het doel leiden. Als de eigenaar uiteindelijk, na jaren procederen, een bouwvergunning heeft kunnen krijgen en wil beginnen met slopen, dan verandert de argumentatie van de bezettende krakers. Dan gaat het ineens niet meer om leegstand. Dan blijkt het pand ineens een heel bijzonder monument te zijn dat koste wat kost behouden moet worden. Of dan blijkt het veganistisch eetcafé een belangrijke ontmoetingsplek te zijn geworden, wordt er ontzettend veel ‘cultuur gecreëerd’. Of zit er een kringloopwinkel die onmogelijk naar een buitenwijk kan worden verplaatst, ook niet met steun en subsidie van de gemeente. Welk ideaal het ook is dat de krakers aandragen, ontruiming is altijd ongewenst. Dus volgt een nieuwe rechtszaak en wordt de ontwikkeling van nieuwe woonruimte weer met maanden vertraagd.

Dan is wonen (weten jullie nog krakers, dat mensenrecht waar jullie voor strijden) een secundair belang geworden. Dan zijn die appartementen die er in plaats komen te luxe, of te groot, of te hoog, of tenminste niet beter dan de bestemming die de krakers er zelf voor hebben gevonden. Maar wie zegt dat die ideële bestemming vooral het gratis wonen van de kraker zelf inhoudt, is een fascist.

De Kamer moet zo snel mogelijk een kraakverbod instellen. Want laten we eerlijk zijn: kraken is niet meer te verkopen. Niet alleen belemmeren krakers de doorstroom op de woningmarkt, ook is het principe van gratis wonen ten behoeve van de ‘behoevende medemensen’ een te grote tegenstelling geworden. De appartementzoekende medemens wil namelijk helemaal geen spandoeken, of veganistische eetcafés of sociale ontmoetingsplaatsen, ze willen een eigen huis.

Rosanne Hertzberger is columnist van het Leids Universitair Weekblad Mare en werkt als aio bij de Universiteit van Amsterdam