Geschiedenis is meer dan feitjes

Het onderwijsniveau daalt de laatste jaren, zegt de minister. De examenperiode is hét moment om de balans op te maken. Vandaag: het vak geschiedenis op de havo.

Chris Keuken is leraar geschiedenis op het Merewade College in Gorinchem. Hij is nog van vóór de Mammoetwet: in 1969 deed hij eindexamen hbs-a, met als cijfer voor geschiedenis een 9. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) gorinchem geschiedenis docent Chris Keuken -foto rien zilvold - Zilvold, Rien

Eindelijk was Chris Keuken weer eens blij met de makers van het havo-examen geschiedenis, dat vanochtend werd afgenomen.

Het mooiste, zegt de leraar van het Merewade College in Gorinchem, is dat een aantal vragen echt historisch inzicht behoefde. Dat is wel eens anders geweest.

Het niveau van het onderwijs daalt, zo heeft zowel de minister als de Onderwijsinspectie vorig jaar laten weten. Veel klachten over die daling gaan over een gebrek aan kennis. Maar wat zegt Keuken? Het geschiedenisexamen toetst gewoonlijk juist te veel kennis. „Het resultaat wordt doorgaans bepaald door het vermogen van een leerling om feitjes in zijn hoofd te stampen. Er wordt maar weinig beroep gedaan op intellectuele activiteit.”

Met die feitjes viel het dit jaar wel mee. Vooral de vragen 6, 7 en 8, over de Krimoorlog en de Frans-Duitse oorlog, waren „een paar mooie examenvragen”, zegt Keuken. Zo moesten de leerlingen beredeneren of een oorlogsfoto geschikte propaganda voor de Britten zou zijn.

Keuken vindt vooral vragen naar de betrouwbaarheid van bronnen van belang. De examenmakers stellen daar meestal maar een „enkele vraag” over. „Het zou een veel groter deel van het examen moeten beslaan. Dáár gaat geschiedenis over: op basis van bronnen tot een interpretatie komen van het verleden.” Niet dat kennis alleen maar slecht is. Keuken: „Het is prima dat leerlingen de grote lijnen moeten kennen. Maar de details kun je opzoeken.”

Voor een vervolgstudie als hbo-journalistiek is het zelfs elementair om bronnen op waarde te kunnen schatten, weet Keuken. „Kennis verwatert razendsnel. Wat weet je een jaar na je examen nou nog precies van het verloop van de Krimoorlog? Het beoordelen van bronnen blijft langer hangen.”

De Gorinchemse leraar heeft de gewoonte om alle feitjes keurig samen te vatten voor zijn leerlingen. „Die leren ze uit hun hoofd, en dan halen ze meestal wel een goed cijfer.” Natuurlijk zou Keuken het leuker vinden om meer te analyseren in zijn lessen. „Ik heb leerlingen wel eens een historische film laten vergelijken met de historische werkelijkheid. Dat is heel leerzaam en leuk.” Maar het is ook zonde van de moeite. Er wordt vaak toch niet naar gevraagd in het examen.

Het niveau van het geschiedenisexamen vertoont volgens Keuken een golfbeweging. In de jaren tachtig lag de nadruk ook al op feitenkennis. Een decennium later werden meer vaardigheden gevraagd van de leerling, bijvoorbeeld het beoordelen van bronnen. „Dat is weer weggesleten.”

Ook is sprake van een „dalende trend”, zegt Keuken: het niveau van de vragen. „Mijn collega’s en ik kunnen het vaak slecht eens worden over wat er wordt bedoeld. Soms zijn de vragen zelfs uitgesproken knullig.” Nu ook weer, vraag 15: leg uit wat het gevaar was van het in oorlogstijd ondergeschikt maken van de regering aan de legerleiding. Een ramp, zegt Keuken. Er zijn zo veel antwoorden mogelijk, dat het moeilijk is om punten toe te kennen.

Het geschiedenisonderwijs is bezig met grote veranderingen. Eerst was er een commissie om het examen te vernieuwen. Al enige decennia bestaat het examen uit twee onderwerpen; ditmaal ‘Europese oorlogen’ en ‘De Republiek’. Dat zorgt er volgens critici voor dat leerlingen de grote lijnen van de geschiedenis niet meer leren. Daarom kwamen er ‘tijdvakken’, waarbij de geschiedenis in tienen werd verdeeld. Het examen zou gaan bestaan uit vragen over alle tien; van de prehistorie tot nu.

Toen kwam de canon.

Dat was óók een poging om de geschiedenis in vakjes te stoppen, maar net weer andere dan de ‘tijdvakken’. Doordat zowel de canon als de tijdvakken verplicht worden, blijven leerlingen en leraren in verwarring achter. Bovendien, zegt Keuken, vertellen de tijdvakken een „karikaturaal beeld”.

Een ander probleem is dat die tijdvakken simpelweg „erg veel leerstof” opleveren. „Zeker voor havisten, maar ook voor vwo’ers is het erg lastig om alles te onthouden.” Hij noemt het havo-examen zelfs „relatief moeilijker” dan het vwo-examen – vwo’ers zijn bedrevener in het uit hun hoofd leren.

Leerlingen bloggen op nrc.nl/eindexamen

    • Derk Walters