En weer krijgt Neelie haar zin

De impasse tussen ABN Amro en Brussel is voorbij.

Maar er is een nieuw probleem bijgekomen: ABN Amro heeft geld nodig.

Een paar maanden terug zaten ze stom toevallig naast elkaar aan een diner. Gerrit Zalm en Neelie Kroes. Het was de enige keer, zegt Zalm, dat de twee persoonlijk over de kwestie-ABN Amro hebben gesproken.

De twee VVD-coryfeeën zijn, jaren na hun actieve politieke carrière in Den Haag, opnieuw aan elkaar verbonden. Via ABN Amro. Hij is er sinds januari bestuursvoorzitter. Zij moet als Europees Commissaris voor Mededingingszaken beoordelen of de integratie met Fortis Bank Nederland eerlijk verloopt en of de markt er niet door wordt verstoord.

Om die reden had Kroes vorig jaar al geëist – nog vóór de Nederlandse staat met de redding van Fortis in oktober eigenaar werd – dat de combinatie ABN Amro-Fortis een behoorlijk deel van haar activiteiten op de markt voor het midden- en kleinbedrijf afstoot. Voor de vorige eigenaar, Fortis Holding, viel de keuze voor deze verplichte inkrimping op ABN Amro-dochter HBU en een tiental regionale kantoren. Minister Bos van Financiën was daar, toen hij de twee banken in oktober eenmaal had genationaliseerd, tegen. Net zoals Gerrit Zalm, die in november als nieuwe topman van de staatsbank werd gepresenteerd.

In Brussel hebben beide heren herhaaldelijk aangedrongen op intrekking of afzwakking van wat de ‘EC remedie’ was gaan heten, de verplichte verkoop van HBU.

Kroes voelde daar niets voor. Nog afgezien van de inhoudelijke argumenten – er moet voor het Nederlandse mkb een eerlijke markt bestaan – zou het haar reputatie van strenge, doortastende en standvastige Eurocommissaris (denk aan de hoge kartelboetes) te grabbel gooien.

Zalm snapte haar heikele positie en zei er aan dat diner maar één ding over. „Het lijkt me het beste, Neelie, dat ik deze kwestie maar met je directeur-generaal afhandel.” Dat vond Kroes een goed idee.

Die directeur-generaal van Kroes, de Brit Philip Lowe, was niet gevoelig voor de Nederlandse lobby. De Europese Commissie hield voet bij stuk: wilde het genationaliseerde ABN Amro definitief Fortis Bank Nederland inlijven, dan moest zij de eerder aangewezen onderdelen van de bank afstoten. De koper stond al klaar. Deutsche Bank had in juni vorig jaar al een contract met Fortis ondertekend. Voor ruim 700 miljoen euro wilden de Duitsers bankdochter HBU, en een tiental losse mkb-regiokantoren, wel hebben.

Om de impasse te doorbreken benoemde Brussel eind vorige maand de Zwitserse zakenbank Credit Suisse om als verkoopbemiddelaar op te treden. Die krijgt tot 6 juli de tijd om het ‘remedie’-probleem op te lossen.

Onder deze druk toog Gerrit Zalm afgelopen vrijdag opnieuw naar Brussel, naar het kantoor van Lowe. „Om de vredespijp te roken.” In werkelijkheid wapperde hij de witte vlag. ABN Amro zal „zo snel mogelijk” de geformuleerde verkoopeis uitvoeren, meldde Zalm.

Met deze knieval is de weg naar de definitieve integratie niet meteen geëffend. Er zijn, in de woorden van Zalm, nog wat „behoorlijke hobbels” te nemen. Gisteren lichtte hij desgevraagd zijn strategische „houtskoolschets” voor de nabije toekomst van de bank toe.

De belangrijkste: de heronderhandeling met Deutsche Bank. Wat Zalm betreft is het koopcontract dat deze bank vorig jaar met Fortis sloot niet langer geldig. Er stonden twee belangrijke financiële paragrafen in dat contract. De koopsom is ruim 700 miljoen euro. En Fortis staat garant voor de kredietportefeuille van HBU.

Die kredieten hebben een waarde van zo’n 10 miljard euro. Afdekking van de risico’s daarvan wordt door de markt op zo’n 500 miljoen geschat. Zalm vindt niet dat ABN Amro automatisch aan deze garantie is gehouden, en vindt ook de overeengekomen overnamesom achterhaald is. „Ik vind dat Deutsche Bank met een nieuw bod moet komen”, zegt Zalm nu.

Als de kredietgarantie, tegen wat voor waarde dan ook, bij ABN Amro blijft liggen, dan zal de bank daar extra kapitaal voor moeten vrijmaken. En als Deutsche Bank bereid is het risico op de kredietportefeuille van HBU zelf te dragen zal het ongetwijfeld een lagere koopsom bedingen. Weet ook Zalm. „Dan zullen we ongetwijfeld moeten afschrijven op de boekwinst.”

Hoe dan ook zal de verkoop van HBU „impact” hebben op de kapitaalspositie van de bank. Er moet geld bij. „En dat kapitaal hebben we niet”, zegt de bestuursvoorzitter. „We kunnen het niet op onze winst inhouden.” Zalm verklaarde al eind maart dat hij voor dit jaar, met zijn economische recessie, vreest voor rode cijfers onder aan de streep. „Ik zie niet hoe we het geld anders bij elkaar kunnen krijgen dan dat bij onze aandeelhouder te vragen.” Dat betekent: opnieuw langs bij de Nederlandse staat.

Over andere mogelijke tegenvallers wil Zalm nog niet in detail treden, maar hij zegt al wel ook op andere dossiers „kapitaalsproblemen” te verwachten. Op korte termijn, uiterlijk voor de HBU-deadline van 6 juli, hoopt hij met zijn aandeelhouder (het ministerie van Financiën) en Brussel (die elke vorm van staatssteun moet goedkeuren) het „volledige kapitaalsplan” overeen te komen. „Met het oog op het zelfstandig voortbestaan van ABN Amro.”

    • Philip de Witt Wijnen