De verste dit en de beste dat

‘Mensen zeggen dat ze de boerenmarkten afstruinen voor de verste dit, de dunste dat, de groenste of de stevigste wat dan ook, alsof hun inspanningen een onbaatzuchtige daad van uiterste zorgzaamheid en goede smaak zijn, in plaats van de bevoorrechte activiteit van iemand die niet hoeft te werken voor zijn geld. „Maar Julia Child is anders.

Julia Child wil dat je - ja, jij - met je uitzichtloze middenkaderbaan in je nieuwbouwhuis in een uitgestrekte buitenwijk waar alleen die ene standaardsupermarkt zit - weet hoe je een goeie taart bakt en hoe je die sperziebonen uit blik lekker kunt klaarmaken. Ze wil dat je je herinnert dat je een mens bent en dat je als zodanig een beroep mag doen op het meest fundamentele mensenrecht: het recht op goed eten en een beetje plezier in het leven.

„En daarmee zijn we dus voorgoed uitgepraat over oertomaten en olijfolie van eerste persing uit Umbrië.”
Aan het woord is Julie Powell, een bijna-dertiger uit New York, met een baan waar ze niet gelukkig mee is, een appartement waar ze zo mogelijk nog minder gelukkig mee is, en een lieve man die haar enige reden van bestaan is tot ze een kookweblog begint. Niet dat ze kan koken. Maar juist daarom. Ze begint gewoon, bij Julia Child. En als je op dit gebied ergens wilt beginnen dan is Julia Childs De kunst van het koken het aangewezen startpunt.

Julie Powell schreef het boek Julie en Julia over haar eerste schreden op het kook- en blogpad. Het boek is wel erg kijk-mij-eens-grappig-zijn-tenkoste-van-mijzelf maar je krijgt er wel zin van in koken. In gewoon koken. Niet in dat gedoe.

Aan de andere kant: we moeten ook niet doen of al dat gedoe onzin is. Want vers geplukte tuinbonen bijvoorbeeld, zíjn gewoon lekkerder dan die uit een potje ook al doe je met die laatste honderd keer wat Julia Child zegt dat je ermee moet doen. Als ze daar iets over zou zeggen. Wat ze niet doet, omtrent de tuinboon heerst diepe stilte in dat boek.

Jammer, in deze tijd, de tuinbonen zijn nu (sorry, Julie, als ik klink als iemand die niet hoeft te werken voor haar geld) op hun lekkerst. Je hoeft ze niet zelf te gaan halen op twee uur rijden van huis, gewoon naar de markt gaan is goed genoeg. En ze dan doppen, een mooi werkje, vooral vanwege de donzige binnenkant van de peulen waar de bonen zo mooi in liggen, als smaragden op fluweel.

Overigens moet je die peulen niet helemaal open trekken, het beste gaat doppen als je voelt waar de bonen zitten en ze daar, tjoep, met twee duimen eruit drukt. Dubbeldoppen is nergens voor nodig als je mooie kleine verse tuinbonen hebt.

Wie toch op de markt is kan meteen een flinke hand lamsoor of zeeaster kopen bij de visstal en een echt goede buffelmozzarella. (Sorry alweer Julie, maar het komt er hier echt op aan dat het goede spullen zijn.)
Nu maken we een doodeenvoudig, maar heel smakelijk voorgerechtje.

Tuinbonen, zeeaster, mozzarella (voor 4 personen)

  • ruim een pond tuinbonen
  • 2 flinke handen zeeaster of lamsoor
  • 1 buffelmozzarella
  • goede olijfolie

Zet een pan water op, doe er royaal zout in, gooi er de zeeaster in. Als het water weer kookt, de boontjes erbij. Als het water weer opnieuw kookt, één minuut door laten koken. Dan alles in een vergiet doen en goed koud afspoelen.

Beetje leuk op een schaal leggen. Mozzarella in blokjes eroverheen. Peper eroverheen en royaal olijfolie (van de eerste persing uit Umbrië).

    • Marjoleine de Vos