De terugkeer van George Orwell

IMG_0519.jpgPresident Medvedev heeft gisteren een commissie in het leven geroepen die ervoor moet zorgen dat in boeken en kranten de Russische geschiedenis niet meer zo wordt beschreven dat dit ten koste gaat van het nationaal belang. Daarmee zijn de agitprop en de censuur formeel weer in leven geroepen. Want met het verdwijnen van de onafhankelijke geschiedschrijving blijft alleen het door het Kremlin gewenste beeld van het verleden over. En daarin is geen plaats voor Vergangenheitsbewältigung, zoals de Duitsers dat zo voorbeeldig hebben gedaan. Een hoge Russische staatsarchivaris zei het een paar maanden geleden nog zo: ,,Russen zijn nog niet rijp voor de confrontatie met het stalinistische verleden.” Memorial-directeur Arseni Roginski voegde daar onlangs aan toe: ,,De nazi’s vermoordden voornamelijk buitenlanders, de Russen elkaar en dat is iets wat ons bewustzijn weigert te accepteren.”

Premier Poetin heeft al een voorzet op de commissie gegeven door een wetsvoorstel in te dienen waarin je als Rus en als buitenlander maximaal drie jaar de gevangenis in kunt gaan door bijvoorbeeld te beweren dat het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland systematisch vrouwen heeft verkracht, Duitse vluchtelingen in Oost-Pruisen door Russische  tanks in opdracht van Stalin werden platgewalst (lees Merridale) of dat Rusland de Baltische republieken illegaal heeft bezet.

Over het deporteren van tienduizenden leden van de elite van Estland, Letland en Litouwen naar de Goelag moet natuurlijk helemaal gezwegen worden, omdat ze toen ze eenmaal door de Duitsers werden bezet met de nazi’s collaboreerden om van een herhaling van zulke deportaties verlost te zijn. Om te beseffen wat er toen in die landen is gebeurd kun je het best de romans van de Estse schrijver Jaan Kross lezen, die zelf een groot deel van zijn  leven in een kamp heeft doorgebracht, alleen omdat hij een intellectueel was. 

Beroemde historici als Orlando Figes, die in zijn studie The Whisperers een schokkend beeld geeft van het dagelijks leven onder de terreur van Stalin, en Catherine Merridale, die in haar Ivan’s war. The Red Army 1939-45 vertelt wat er werkelijk in het Rode Leger is gebeurt, kunnen publicatie van hun boeken in Rusland nu helemaal vergeten. Het wachten is ook op een nieuw uitgaveverbod van Vasili Grossmans oorlogs- en Stalinterreurroman Leven en lot.

De Russische uitgever van The Whisperers heeft overigens in maart al besloten het boek niet uit te geven, zogenaamd omdat als gevolg van de economische crisis de vertaalkosten te hoog waren. Volgens Figes is de waarheid anders. De contractbreuk zou het gevolg zijn van druk van het Kremlin, wat je je kunt voorstellen, want vertaalkosten zijn in Rusland bespottelijk laag en drukken heel goedkoop. Vertaald en wel zou het boek van Figes in de Russische boekwinkel hoogstens 8 euro kosten. Een grote verkoop is bovendien verzekerd, omdat veel Russen die eindelijk wel eens willen weten wat er toen nu echt is gebeurd naar zo’n boek snakken. Door de instelling van de nieuwe censuurcommissie wordt Figes’ beschuldiging gestaafd.

Ook de argumentatie van het Kremlin dat over het prestige van Rusland gewaakt moet worden lijkt een zwaktebod. Eerder zou het goede sier kunnen maken door nu eindelijk eens een nationaal debat over de Stalinterreur te houden, een soort verlaat Neurenbergproces. Ook zou The Whisperers met staatssubsidie moeten worden uitgegeven, aangezien een dergelijk overkoepelend en helder boek in Rusland nog niet is geschreven.

Misschien is dat laatste onmogelijk, omdat de belangen van sommige moordenaars en hun nazaten nog moeten worden beschermd. Bij Figes kun je bijvoorbeeld goed lezen hoe in beslag genomen huizen van vervolgde partijleden tot op heden in bezit zijn van de families de daders van weleer. Maar ik denk dat Rusland met zo’n proces veel bewondering van de wereldgemeenschap oogst en eindelijk de reputatie van een modern land kan verwerven die het zo graag wil hebben.