'Controlerende taak parlement is in het geding '

Vanmiddag bood de Algemene Rekenkamer de gecontroleerde jaarverslagen aan het parlement aan. President Saskia Stuiveling: „Er staat druk op het systeem.”

Saskia Stuiveling (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Saskia Jenne STUIVELING (1945) President van de Algemene Rekenkamer. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==den Haag, 8 december 2008 Mentzel, Vincent

Een slordige 125 pagina’s telt het jaarverslag van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dit jaar. Maar de toelichting op de kabinetsdoelstellingen uit het regeerakkoord heeft betrekking op slechts 2 procent van de uitgaven.

Het is een van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer die in het kader van Verantwoordingsdag alle 28 jaarverslagen van dit kabinet over 2008 controleerde. Vanmiddag – de derde woensdag van mei – biedt president Saskia Stuiveling de conclusies aan de Tweede Kamer aan.

Volgens de Rekenkamer is de informatie over het kabinetsbeleid toegenomen, maar de bruikbaarheid ervan gedaald. Van tweederde van de doelstellingen waarvan het kabinet zegt dat ze al gehaald zijn, kan het Hoog College van Staat niet vaststellen of daarmee ook het doel gehaald is. Ministers geven bij een op de drie doelstellingen uit het regeerakkoord zelf al aan dat de mate van realisatie hiervan niet vast te stellen is. Stuiveling verbaast zich daarover. „Hoe kan je iemand controleren als diegene zelf zegt: ik kan mijn beleid niet verder duiden.”

Het kabinet claimt voor 82 procent „op koers” te liggen tegen 44 procent vorig jaar. Maar u zegt dat u dat niet kan verifiëren. Hoe kan dat?

„Omdat het niet onderdeel uitmaakt van de stukken die wij gecontroleerd hebben. Wat u van de minister-president hoort, is een andere uitsnede van de werkelijkheid. De Tweede Kamer heeft dat zelf gewild. Zij wilde een meer politieke toelichting op het beleid. Ik geef toe, het is wat verwarrend, maar bedenk wel dat we nog in een experimentele fase zitten.”

Waarbij de Tweede Kamer die stelling van het kabinet ook niet kan controleren?

„Dat klopt.”

Wat is dan de relevantie van zo’n brief van het kabinet?

„De relevantie is dat de begeleidende brief over het geheel gaat. Maar de discussie is nu op welke manier dat moet gebeuren.”

De jaarverslagen heeft u wél kunnen controleren. De kwaliteit van informatie schiet volgens u tekort, waardoor de controlerende rol van de Kamer in het geding is. Is daarmee niet een van de pijlers van onze rechtsstaat in gevaar?

„Absoluut. Maar het betekent niet dat het budgetrecht van de Kamer niet kan veranderen – het recht van de Kamer om wijzigingen in de uitgaven goed of af te keuren. Dat recht is heel fundamenteel, maar de manier waarop centrale overheden zijn georganiseerd sluit niet meer aan op de maatschappelijke problemen. Dat zie je in veel westerse landen. Iedereen worstelt met hetzelfde probleem. Begrotingen van ministers sporen niet met wat politici willen doen in de samenleving. Er bestaat behoefte aan informatie die het systeem niet automatisch genereert. Daarom experimenteert het kabinet ermee om de veelal departementsoverstijgende doelstellingen [74 doelstellingen en 10 projecten] uit het regeerakkoord te verantwoorden op het niveau van een ministerie.”

Als dat onvoldoende lukt, is er dan sprake van een serieus falen van ons politieke systeem?

„Nee, het is geen wezenlijk falen, het is een wezenlijk vraagstuk. We zien dat het systeem wrikt, maar dat wil niet zeggen dat het fout is. Als het parlement te weinig informatie of te weinig bruikbare informatie heeft, dan krimpt zijn controlerende taak. Daarom zitten wij er zo bovenop dat de informatie goed moet zijn. Er staat druk op het systeem, maar daar moet de Tweede Kamer zelf op letten.”

Wat kan het parlement hiertegen doen?

„Zich veel meer bewust zijn van de eigen positie. In 2006 is ingevoerd dat het kabinet ook mag uitleggen waarom ergens geen informatie over wordt verstrekt: comply or explain, naar het voorbeeld van de code Tabaksblat. Van die mogelijkheid wordt dankbaar gebruik gemaakt door het kabinet. Het aantal doelstellingen waarbij de minister zegt dat hij de voortgang niet kan meten, is gegroeid van 1 procent in 2005 naar 34 procent.”

Is het niet te gevaarlijk om zo met de rechten van het parlement te experimenteren?

„Gevaarlijk is een verkeerd woord. Het gaat om de condities waaronder het gebeurt. De ruggegraat is een solide bedrijfsvoering op de ministeries. En die hebben we. We moeten ook onze zegeningen tellen. Vóór 2000 bestond de informatie niet eens waar we het nu over hebben. Pas sinds 2000 legt het kabinet jaarlijks verantwoording af. Er wordt soms erg gemakkelijk gedaan over de hoge verwachtingen over Verantwoordingsdag.

„We zitten nu in de fase om dit proces aan te scherpen. Het is wel een mammoettanker die bestuurd wordt. We kunnen niet van de ene op de andere dag die rapportage veranderen. Dat zou niet verantwoord zijn. Ik ben niet van plan een voorschot te nemen op de gewijzigde verantwoording die in 2010 wordt geëvalueerd. Daarvoor vind ik de behoefte om te veranderen veel te authentiek.”

    • Jeroen Wester