Concurrentiestrijd tussen twee nieuwszenders is verhard

De publieke zender Radio 1 en de kleinere commerciële concurrent BNR strijden sinds de economische crisis harder om de luisteraar en de adverteerder.

De studio van BNR. "Concurreren met een zender die uit staatsmiddelen wordt betaald is frustrerend." (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer) De studio van BNR Nieuwsradio Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060112 Boyer, Maurice

Terwijl de reclametarieven van BNR Nieuwsradio gemiddeld eenderde lager liggen dan die van Radio 1, verdenkt de commerciële nieuwszender de publieke concurrent van ‘prijsdumping’. Paul van Gessel, hoofdredacteur van BNR: „De STER stelt zijn tarieven voor Radio 1 steeds neerwaarts bij. Waardoor adverteerders op het laatst toch voor de publieke omroep kiezen. Zo worden wij als puur economisch gedreven medium kaltgestellt.” Van Gessel is van plan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) om een uitspraak te vragen, als de STER inderdaad afbraakprijzen hanteert.

De economische crisis heeft de concurrentie tussen Radio 1 en het veel kleinere BNR Nieuwsradio verhard (zie kader).

Beide Nederlandse nieuwszenders voerden een herprofilering door: BNR Nieuwsradio in september 2007 en Radio 1 in augustus 2008. Bij BNR leidde dat tot een verdubbeling van het luistertijdaandeel (van 0,4 naar 0,8), Radio 1 wist de neergang van de afgelopen jaren (van 9,0 in 2005 naar de huidige 7,0) tot staan te brengen. Maar BNR zag door de economische crisis het aantal adverteerders drastisch afnemen en voerde onlangs behalve een sanering ook een nieuw, minder arbeidsintensief programmaschema door.

Sinds de herprofilering wordt dagelijks tien minuten langer naar Radio 1 geluisterd. Wat niet veranderde was de gemiddelde leeftijd van de luisteraars: 55 jaar. Toen zendermanager Laurens Borst vorig jaar zijn plannen bekendmaakte, protesteerden de VARA en de VPRO. Zij vreesden dat onderzoeksjournalistiek, wetenschapsprogramma’s en langere interviews in het nieuwe schema werden gemarginaliseerd.

Laurens Borst: „Radio 1 is het tegendeel van luchtig. We hebben nog steeds verdiepende programma’s. Er wordt ruim de tijd genomen voor interessante gasten, onder meer in Dit is de Dag van de EO en in Villa VPRO. Het onderzoeksprogramma Argos, van vrijdagmorgen verplaatst naar zaterdagmiddag, heeft meer luisteraars dan voorheen. De VPRO krijgt ’s middags ruimte voor buitenlandberichtgeving en het wetenschapsprogramma Noorderlicht.”

Borsts grootste zorg is het zapgedrag. Hij hoopt de luisteraar beter vast te kunnen houden met een uitgebreid NOS Radio 1-Journaal. De zendermanager introduceerde bij Radio 1 een wekelijks eindredactioneel overleg, waardoor niet meer, zoals vroeger, dezelfde gasten door verscheidene omroepen worden uitgenodigd. Ook wordt nu elk uur in ‘promo’s’ aangekondigd wat er het daaropvolgende uur komen gaat. En de ‘audiovormgeving’ werd vernieuwd. De ergernis over het tapijt van nieuwe deuntjes en klankjes is volgens hem intussen verdwenen.

Op den duur hoopt de zendermanager een breder publiek aan te spreken. „Radio 1 werd misschien iets te veel gemaakt voor de hoogopgeleide NRC Handelsblad- en Volkskrant-lezer”, zegt Borst. „Ik wil kijken of ik ook Algemeen Dagblad- en Telegraaf-lezers kan trekken. Dat kan bijvoorbeeld door minder institutioneel te werken en de onderwerpkeuze te verbreden.”

BNR Nieuwsradio, tien jaar oud en sinds 2003 onderdeel van de FD Mediagroep, heeft door terugvallende reclame-inkomsten tien van de vijftig personeelsleden moeten ontslaan. „Wij moeten onszelf bedruipen”, verklaart BNR-hoofdredacteur Van Gessel. „Wij maken de zender met 40 mensen, Radio 1 met 300. We moesten creatief bezuinigen. Zo wordt het programma Peptalk gemaakt door twee man, waar we vroeger zeven mensen nodig hadden.”

De doelgroep van de zakenzender bestaat, aldus Van Gessel, uit „actieve, ondernemende mensen in zaken, cultuur en wetenschap”. „Wij bekijken alles door een economische bril. . We hebben wekelijks 550.000 unieke luisteraars.. Groter willen we niet worden. Dan moet je over Gordon gaan berichten.”

Adverteerders en sponsors voor programma’s over auto’s, de beurs of juridische zaken zijn nu moeilijker te vinden, omdat juist in die sectoren de recessie het hardst toeslaat, legt Van Gessel uit. „Wij merken het direct als het slecht gaat in de auto-industrie of de financiële sector.” Het is voor BNR Nieuwsradio temeer van belang een gezonde bedrijfsvoering te hebben, omdat binnenkort weer over de verlenging van de FM-frequentie wordt besloten. „Volgens de criteria van Economische Zaken moet je financieel op orde zijn. Daarmee kopen we onze onafhankelijkheid.” Onlangs begon de zender een ‘vriendenactie’, waarmee het publiek de zender met een tientje kan steunen. Van Gessel zegt dat op de actie „massaal” is gereageerd. Zijn zender heeft de toekomst, weet hij. „Bij Radio 1 is 80 procent van de luisteraars ouder dan zestig, bij ons is 80 procent onder de zestig.”

In februari schreef Van Gessel een open brief aan de Tweede Kamer. Onder de titel ‘Wij willen géén staatssteun’ verzette de hoofdredacteur zich hierin tegen de ‘marktverstoring’ door de subsidiëring van de publieke omroep, die BNR „met staatssteun op de vrije markt beconcurreert”. Volgens de BNR-hoofdredacteur biedt alleen een reclamevrije publieke omroep zijn zender een eerlijke kans op competitie met Radio 1. „Ik ben voorstander van pluriformiteit in de media. Maar laat die markt met rust. Concurreren met een zender die uit staatsmiddelen wordt gefinancierd is erg frustrerend.”