Vroemen vrijgesproken in infuuszaak

Oud-atleet Simon Vroemen is door het Instituut Sportrechtspraak vrijgesproken in de infuuszaak bij de Europese atletiekkampioenschappen in 2006 in het Zweedse Gotenburg.

De Atletiekunie noch de Dopingautoriteit heeft volgens het tuchtcollege kunnen aantonen dat Vroemens intraveneuze handeling een verboden herstelinfuus betrof. De oud-steepleloper heeft voldoende bewijs aangedragen voor een medische noodzaak. Dat zou vooral blijken uit verklaringen van bondsarts Peter Vergouwen, Vroemens vertrouwensarts Berend Nikkels en een anonieme buitenlandse arts. Zij stelden uitdroging vast, zodat het infuus was toegestaan, oordeelde het orgaan waar een aantal bonden zijn tuchtrechtspraak aan heeft uitbesteed.

De e-mail aan de Atletiekunie waarin Vroemen een bekentenis aflegt, kan volgens het tuchtcollege niet als zodanig worden gezien, omdat Vroemen de inhoud betwist en de Atletiekunie geen ondersteunend bewijs kan aandragen.

Het Instituut Sportrechtspraak vindt ook dat de Atletiekunie en de Dopingautoriteit zich ten onrechte beroepen op het gewijzigde dopingreglement van 2008, omdat de vermeende overtreding heeft plaatsgevonden in 2006. Om die reden vindt het tuchtcollege dat Vroemen niet hoefde te voldoen aan de eis om achteraf medische dispensatie aan te vragen.

Vroemens advocaat Dimitri Dedecker stelt dat hij van het onderzoek van de Dopingautoriteit „brandhout heeft gemaakt”. Dedecker vindt dat de Dopingautoriteit ten onrechte op de stoel van aanklager is gaan zitten. „Zij had geen opinie moet geven, maar zich moeten beperken tot het aangeven van bezwarende elementen.”

Directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit zegt dat zijn organisatie zeer waarschijnlijk in beroep gaat. Hij vindt dat de bewijslast te veel op de verklaringen van Vroemen is gebaseerd. Daarnaast vindt Ram dat het tuchtcollege de dopingregels niet goed heeft geïnterpreteerd. „De conclusie dat achteraf geen medische dispensatie nodig is, is absolute onzin.”

De Atletiekunie wil eerst de uitspraak bestuderen voordat over een beroep wordt besloten. Directeur Rien van Haperen zegt dat de zaak heeft aangetoond dat feiten en beweringen gescheiden moeten worden. „En de Atletiekunie heeft zich meer op feiten dan op beweringen gebaseerd. En wat betreft de interpretatie van de dopingreglementen hebben wij de Dopingautoriteit gevolgd.”

    • Henk Stouwdam