Vrijheid is niet meer wat het geweest is

Wittgenstein wordt gewisseld voor Marx in de voetbalwedstrijd tussen Duitse en Griekse filosofen. De televisieklassieker uit Monty Python’s Flying Circus diende als leidraad in de laatste aflevering dit seizoen van Tegenlicht (VPRO), getiteld Een partijtje vrijheid. Merkwaardigerwijs werd als bron YouTube vermeld, en misschien is deze auteursrechtelijke vondst wel een fraaie illustratie van wat in dezelfde uitzending Peter Sloterdijk definieerde als een kern van het moderne begrip vrijheid: het recht op ondernemen, op eigen baas zijn en de intensivering van concurrentie.

Ook andere filosofen bogen zich op verzoek van Tegenlicht over de betekenisverandering van het woord ‘vrijheid’. Rechtse populisten zouden het begrip hebben gekaapt van links-liberalen. Volgens Rob Wijnberg kan hun succes verklaard worden uit het feit dat in het vorige decennium ‘paars’ en Francis Fukuyama vrijheid hadden losgekoppeld van een idee van goed en kwaad, en haar daarmee waardenloos hadden gemaakt. Door er nu een conservatieve betekenis aan te geven, vinden partijen voor de vrijheid weerklank. In de woorden van Sloterdijk: „Als verliezers ondernemers worden, dan worden ze radicaal.”

Wijnberg voegt daaraan toe dat tegenargumenten weinig kans maken in een door de media beheerste dramademocratie: „Het uitvergroten van elk incident doet wantrouwen jegens de slechtheid van de mens gedijen.”

Het is een theoretische benadering die overtuigend klinkt. Tot die incidenten behoren zeker ook berichten over het gebrek aan integriteit van de oude politici, maar misschien zijn ze desondanks een op zichzelf staande andere verklaring voor het succes van de nieuwe ‘vrijheidsstrijders’.

Een liberaal-democratische parlementariër analyseerde in Nova dat de Britse bonnetjesaffaire zal leiden tot verkiezingsoverwinningen van nieuwe partijen. En in De slag om Brussel (VPRO) werd de invloed van de Europese autolobby blootgelegd. Die biedt leden van het Europees Parlement en medewerkers van de Europese Commissie kortingen van rond de 20 procent op de aanschaf van een nieuwe auto, via alleen voor hen toegankelijke websites. Gesuggereerd wordt dat op die manier strengere wetgeving ten aanzien van de veiligheid van auto’s wordt afgewend, maar dat verband werd niet erg overtuigend aangetoond.

De Finse Europarlementariër en voormalig rallykampioen Ari Vatanen antwoordde op de vraag waarom Brussel geen snelheidsbegrenzers verplicht stelt: „We leven nu eenmaal niet in de Sovjet-Unie.” Je hebt geen corrupte politici nodig voor de vrijheid van scheuren, een favoriete bezigheid van winnaars én van Sloterdijks ondernemende verliezers.