Vakantiegeld? Daar ga je van op vakantie

Aan het einde van deze maand ontvangen de meeste Nederlanders vakantiegeld.

De psychologie achter geld leert dat we het door de term aan vakantie willen uitgeven.

(Illustratie Sebe Emmelot) Emmelot, Sebe

Het is mei, en dus regent het vakantiegeld. Alle werkenden met een arbeidsovereenkomst hebben er recht op: een extraatje dat meestal 8 procent van het bruto jaarsalaris bedraagt. Met wat smokkelen kun je stellen dat je in mei een dubbel maandsalaris ontvangt.

Vorig jaar schatte CBS-econoom Michiel Vergeer dat het bruto om zo’n 20 miljard euro gaat. Na belasting zou daar zo’n 12 miljard van overblijven. Reisorganisaties draaien een topjaar als we dat allemaal ook daadwerkelijk aan vakantie gaan uitgeven, maar daar hoeven ze niet op te rekenen. Vakantiegeld is namelijk gewoon loon, en daarom vrij besteedbaar. Volgens een peiling van ING Bank besluiten vier van de tien Nederlanders het te spenderen aan vakantie, twee sparen het op, en twee lossen er schulden mee af. De rest heeft betere ideeën.

Maar wat is leuk én verstandig? Een grondig antwoord begint niet met het kijken naar wat een collega of buurman met het geld gaat doen, maar met een duik in de psychologie van het uitgeven. Want de mens mag het slimste wezen op aarde zijn, in financiële zaken reageren we vaak even simplistisch als holbewoners.

Zeker twee voorspelbare denkfouten kunnen veroorzaken dat een werknemer zijn mooie vakantie-uitkering gedachteloos over de balk gooit aan nutteloze of te dure zaken. Hoe gemankeerd de mens denkt over geld, blijkt ten eerste uit het gedragseconomische fenomeen ‘anchoring’. Dat betekent dat we bij een oordeel vasthouden aan een (willekeurig) getal of feit dat we kennen of ergens hebben gehoord.

Dat gebeurt ook bij vakantiegeld. Stel iemand krijgt netto 1.500 euro uitgekeerd. Dan heeft hij de neiging om dat bedrag noodzakelijk aan vakantie te willen besteden, ook al kan hij gratis in het vakantiehuis van zijn zus. Het vakantiegeld wordt om die reden vaak ook daadwerkelijk aan vakantie besteed.

Het is de vraag of dat verstandig is. Maar zelfs wie het fenomeen anchoring doorheeft, zal moeite hebben het optimale uit zijn vakantie-uitkering te slepen. Zo’n meevaller voelt onbelangrijker dan met bloed, zweet en tranen vergaarde euro’s.

Dit komt doordat we mentaal boekhouden. Dit door gedragseconoom Richard Thaler ontdekte verschijnsel betekent dat we ons geld niet zien als één geheel, maar in ons hoofd verdelen in aparte potjes voor bijvoorbeeld vakantie, winkelen, sparen, meevallers en pensioen. Die potjes scheid je van elkaar, ook als dat ongunstig is.

Stel een administratief werknemer torst een lening van 10.000 euro tegen jaarlijks 1.500 euro rente met zich mee. Eindelijk krijgt hij vakantiegeld. Lost hij nu zijn dure schuld af, waardoor ook zijn rentelast daalt? Vaak niet. In zijn hoofd heeft vakantiegeld het label ‘meevaller’ en dus jaagt hij het er doorheen, ongeacht hoe hij er financieel voor staat. Kleine bedragen maken zelfs extra roekeloos, toont onderzoek van de Israëlische economiehoogleraar Michael Landsberger. Een buitenkansje van 250 euro maakt sommigen zo euforisch dat ze het niet één, maar vier keer uitgeven.

Irrationeel aan ons denken over (vakantie)geld is ook dat we het graag in één keer achteraf ontvangen, terwijl een baas ook maandelijks een twaalfde deel mag uitkeren. Stel iemand krijgt maandelijks netto 100 euro vakantiegeld. Een collega krijgt 1.200 euro achteraf. Als degene die maandelijks vakantiegeld ontvangt besluit de uitkering steeds te sparen tegen 4 procent rente, bezit hij na een jaar 1.226 euro, terwijl zijn collega 1.200 euro ineens krijgt. Vier van de vijf werknemers zien niets in de maandelijkse uitkering, blijkt uit de ING-peiling. We zijn doodsbang dat we het jaarlijkse cadeautje verkeerd uitgeven zodra het label vakantiegeld ontbreekt.

Mentaal boekhouden is niet alleen maar nadelig. Het valt goed te benutten. Vergeet de term vakantiegeld. Neem in plaats daarvan, nadat de uitkering binnen is, een week om na te gaan wat je financieel het meeste nodig hebt. Label je vakantiegeld daarna als studiegeld, reservegeld, duwtje-in-de-ruggeld, spaargeld, spaarloongeld, pensioenbijspijkergeld, kinderstudiegeld, aflossingsgeld of als woonlastenverlager. Zo handel je een stuk rationeler en haal je het optimale uit deze meevaller.