Uitspraak 30: Handen geven als schoolregel

Mag een openbare school van docenten eisen dat ze bij een begroeting altijd een hand geven? Met commentaar van NJB-redacteuren Inge van der Vlies en Alex Brenninkmeijer De zaak. Een openbare middelbare school schorst en ontslaat in 2006 een jonge islamitische docente die na de zomervakantie haar collega’s e-mailt dat ze mannen geen handen meer

Mag een openbare school van docenten eisen dat ze bij een begroeting altijd een hand geven?

Met commentaar van NJB-redacteuren Inge van der Vlies en Alex Brenninkmeijer

De zaak.

Een openbare middelbare school schorst en ontslaat in 2006 een jonge islamitische docente die na de zomervakantie haar collega’s e-mailt dat ze mannen geen handen meer wil geven vanwege haar geloof. De school legt de zaak voor aan de Commissie Gelijke Behandeling. De docent tekent tegen het ontslag bezwaar aan bij de rechter, waar ze tevens 30.000 euro schadevergoeding vraagt. Daarna is er nog een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Die deed vorige week uitspraak.

Waar draait het om?

Mocht de school haar wegsturen? En: mag een school als functie-eis een ‘uniforme begroetingsregel’ verplicht stellen, namelijk het handen schudden. Of is er dan sprake van ‘indirect onderscheid’ maken naar geloofsovertuiging, hetgeen wettelijk verboden is.

Wat waren de argumenten?

De docente vindt dat de schoolregel haar godsdienstvrijheid beperkt. Ze meent dat er ook op andere manieren respectvol kan worden gegroet, zonder lichaamscontact. Handen schudden beschouwt zij als seksuele intimidatie. De school vindt dat zij met haar principiele opstelling de confrontatie zoekt en met haar email iedereen overviel. Maar vooral vindt de school dat ze handen geven verplicht mag stellen omdat 90 procent van de leerling allochtoon is en kansarm. Op zo’n school moeten ‘in Nederland geldende en gangbare respectvolle omgangsvormen’ uitgedragen worden. Argument: deze leerlingen moeten op de (Nederlandse) arbeidsmarkt worden voorbereid. Uniformiteit is op zo’n school belangrijker dan diversiteit.

Wat is de juridische maatstaf?

Indirect onderscheid maken is wettelijk wel toegestaan mits het doel legitiem is. Daarvoor moet het voldoende zwaar wegen of beantwoorden aan een werkelijke behoefte. En er mag ook geen sprake zijn van een ‘discriminerend oogmerk’. Het middel (‘schudplicht’) moet ook passend (geschikt) en noodzakelijk (evenredig) zijn.


Wat vond de CGB?
De Commissie Gelijke behandeling (CGB) wees de schoolregel af. Weliswaar is het doel in orde en is er geen sprake van opzettelijke discriminatie. Alleen is het middel niet geschikt. Handen geven vinden sommige moslims immers niet respectvol, terwijl de school dat respect juist wil bevorderen. De school schond dus de wet door verboden indirect onderscheid te maken op grond van godsdienst.

Wat vindt de hoogste bestuursrechter in arbeidszaken
?

Die vindt het doel van de schudplicht ook legitiem: de arbeidsmarkt, pedagogische duidelijkheid, aansluiten bij gebruikelijke omgangsvormen, integratie etc. Maar is het ook ‘passend en noodzakelijk’? Daar wordt de CGB toch tegengesproken. De rechter weegt de belangen van de school en de docent tegen elkaar af. De docente moet immers tegen discriminatie worden beschermd. Haar opstelling is echter ‘confronterend en onaangenaam’ en zet de onderlinge relaties onder druk. Zij heeft een voorbeeldfunctie, zowel binnen de school als erbuiten. Bovendien vertegenwoordigt ze de school als ambtenaar. Er komt dus een ‘veel groter gewicht’ toe aan het belang van de school (uniformiteit) dan aan de docente (diversiteit). Dan is een begroetingsregel ‘passend en noodzakelijk’. Conclusie: het ontslag was gepast en op de juiste gronden.

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is hier te vinden. Het persbericht hier. De eerdere uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling hier.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma