Televoten

Wim van der Camp, de Europese lijsttrekker van het CDA, vindt het ontzettend jammer dat De Toppers niet de finale van het Eurovisie Songfestival hebben bereikt. Daarmee komt, volgens mijn beste schatting, het totaal aantal mensen dat het ontzettend jammer vindt dat De Toppers niet de finale van het Eurovisie Songfestival hebben bereikt, op vier.

Maar terwijl René, Gordon en Jeroen zelf afdropen, besloot Wim de kwestie op het hoogste niveau aan te kaarten. Hij wil het Europese Parlement vragen om de terugkeer van het ‘ouderwetse’ Songfestival: „Als fervent tegenstander van referenda pleit ik voor het opnieuw introduceren van jurering door professionals en moet er dus een einde komen aan het televoten”, aldus Van der Camp.

Ja, u hoort het goed: lijsttrekker Wim spreekt zich, aan de vooravond van de Europese verkiezingen, uit tégen volksraadplegingen. Sterker nog, hij wil er zelfs een verkiezingsthema van maken. Ik zeg: knappe reclamejongen die dit op een poster krijgt. ‘Bent u ook tegen inspraak? Stem dan op Wim.’ Meer kan ik er niet van maken. Ik vrees dan ook met grote vreze voor het aantal stemmen dat Wim hiermee gaat trekken.

La CDA: douze votes.

Toch heeft Van der Camp onbedoeld een briljante analogie gemaakt. Noem het toeval, maar precies hetzelfde percentage van de bevolking dat tegen de Europese Grondwet stemde, wil nu ook niet meer dat Nederland nog langer meedoet aan het Songfestival. Europa lijkt er dan ook als twee druppels water op: 27 landen die strategisch stemmen – en als de uitslag ze niet bevalt, hekelen ze acuut het systeem. ‘Te bureaucratisch’. ‘Te elitair.’ ‘Te ver weg.’

Typisch een democratie dus.

Ik kan daarom ook niet begrijpen waarom alle partijen – van de PVV tot D66 – het uitgerekend hierover eens lijken: dat Europa niet democratisch genoeg zou zijn. Europa is hemeltergend democratisch. 327 miljoen mensen die allemaal mogen televoten. 785 parlementariërs die allemaal hun eigen dansje opvoeren. Zeven fracties en dertig onafhankelijke leden die allemaal hun eigen melodietje zingen. En dus geldt ook hier het onvermijdelijke: het beste liedje wint nooit.

Wen d’r vast maar aan, Wim.

Rob Wijnberg