Sommigen krijgen hogere examencijfers

De particuliere scholen liggen onder vuur. Ze geven leerlingen vaker hoge cijfers.

Maar een leerling die in het ‘gewone’ onderwijs faalt, kan soms nergens anders terecht.

De vraag naar particulier onderwijs stijgt in Nederland, met Luzac als bekendste aanbieder. De afgebeelde examenzaal is niet van een particuliere school. (Foto Merlin Daleman)

Ludo Schoonen is 18 jaar, en behoorlijk slim. Dat vindt hij zelf ook wel. Vwo-niveau, bèta. „Ik gaf als vijfdeklasser bijles wiskunde aan zesdeklassers”, zegt hij.

Maar toch zakte hij tot tweemaal toe voor zijn 5 vwo op een school in Apeldoorn. „Het tempo was daar tergend langzaam. De paradox was dat ik mislukte, doordat het te makkelijk was.” Dat was vorig jaar.

Gisteren begon Ludo Schoonen toch met zijn vwo-examen. Nederlands stond op het programma. „Het ging ontzettend goed”, zegt hij. Dat wordt wel ongeveer een acht.

Sinds vorig jaar augustus zit Schoonen op een particuliere school, instituut De Boer in Arnhem. Kost zijn ouders per jaar 18.500 euro. Daar doet hij 5 en 6 vwo in één jaar. „Ik ga nu gewoon slagen. Ik vind dat ik ook aan mijn ouders moet laten zien dat ik deze investering waard ben.”

De vraag naar particulier onderwijs stijgt in Nederland, met Luzac als bekendste aanbieder. Was het aantal leerlingen op dergelijke scholen in 1988 nog 1.368, in 2007 waren dat er 3.037. En dat was weer 13 procent meer dan in 2006. De groei wordt veroorzaakt doordat de kwaliteit van het ‘gewone’ onderwijs daalt, zegt onderwijssocioloog Jaap Dronkers.

Directeur van het instituut Peter Welzen, nam de school over in 1995, uit onvrede met de schaalvergroting in het onderwijs, zegt hij. Hij was vijftien jaar docent maatschappijleer op de meao en zag zijn toenmalige school groeien van 500 leerlingen naar 15.000. „Ik kende mijn collega’s niet meer, noch mijn leerlingen. We kregen detectiepoortjes, ik had een plattegrond nodig om de kinderen uit elkaar te houden.”

Op Instituut De Boer zijn de lijnen kort. Er zitten hooguit tien leerlingen in een klas, in totaal zijn het er 70 die vmbo, havo en vwo volgen.

De leerlingen mogen niet eerder naar huis voordat ze hun ‘huiswerk’ afhebben. Dat maken ze in de studiezaal, in stilte, onder toezicht. Gemiddeld haalt 90 procent na een jaar het diploma. Ondanks de kredietcrisis groeit de vraag, zegt Welzen.

Maar er is ook veel mis op het particulier onderwijs.

Vorige maand kwam er een kritisch rapport over uit, van de Onderwijsinspectie. Niet alle instellingen hebben de juiste licenties, stond daarin. Ook bleek volgens de Inspectie dat particuliere scholen hun leerlingen stelselmatig hogere cijfers geven voor de schoolexamens. Daarmee kunnen lage cijfers op het centraal examen gecompenseerd worden.

De inspectie noemt dit verschijnsel „zeer zorgelijk” omdat het de waarde van het examen ondermijnt. Het ministerie van Onderwijs heeft de particuliere scholen gesommeerd deze maand duidelijkheid te verschaffen over de licenties en de Inspectie heeft verscherpt toezicht afgekondigd. De particuliere scholen moeten binnen twee jaar orde op zaken stellen. Het verschil tussen de cijfers voor school - en centraal examen mag hooguit een half punt gemiddeld per vak zijn.

Bij Instituut De Boer bedroeg het verschil tussen de cijfers van schoolexamen en centraal examen op het vwo in 2008, 2007 en 2006 respectievelijk 1,5; 1,7 en 1,8 punt; het grootste verschil van alle particuliere instellingen. Op de havo staat de school op de op een na hoogste plaats, met een gemiddeld verschil van 0,9 punt per vak.

Directeur Welzen zegt dat de cijfers op het schoolexamen hoger liggen, omdat er veel getraind wordt op de schoolexamens, en omdat de leerlingen meer begeleiding krijgen. De centrale examens maken de leerlingen juist slechter, omdat die examens ‘taliger’ zijn, en meer concentratie vereisen. Dat is lastiger voor zijn leerlingen, die vaker dan gemiddeld last hebben van concentratieproblemen en dyslexie, denkt Welzen.

Onderwijssocioloog Dronkers noemt dat „gelegenheidsargumenten van het type ‘de brug stond open’”. „Wat Welzen zegt geldt hooguit voor een aantal leerlingen, niet voor de hele particuliere schoolpopulatie. Het lijkt erop of een diploma te koop is op de particuliere scholen.”

Dronkers wijst er al sinds 2000 op dat de gemiddelde cijfers op het centrale examen dalen in Nederland. Het gat met de cijfers voor schoolexamens groeit overal, vooral op het vwo zegt hij, maar nog veel meer op de particuliere scholen. Hij noemt dit laatste verschijnsel „een klein gat in de dijk van het onderwijs waarvan het risico bestaat dat het steeds groter wordt”.

Zelfstandig onderwijsadvocaat Katinka Slump vindt het gekissebis over die cijfers, dat afleidt van de hoofdzaak. Natuurlijk zijn niet alle particuliere scholen goede scholen, zegt zij. Maar kijk er ook eens naar dat bepaalde kinderen die in het reguliere onderwijs mislukken, wél slagen in het particuliere onderwijs. „Dat komt heus niet alleen door hogere cijfers op het schoolexamen. Het komt door de kleinere klassen, de heldere structuur, en de persoonsgerichte begeleiding. Deze scholen voorzien in een maatschappelijke behoefte.”

Slump staat ouders juridisch bij wier kinderen van school zijn gestuurd. Dat zijn steeds vaker ‘normale kinderen’, zegt zij. Vooral jongens die hun draai niet kunnen vinden in de klas, hetgeen kan leiden tot gedragsproblemen. „Momenteel bieden vrijwel alleen de particuliere scholen een volwaardig alternatief voor deze groep”, vindt Slump.

Kinderen met ADHD, gedragsproblemen en autisme komen nu vaak terecht in het speciaal onderwijs, waar de kosten ongeveer even hoog zijn als op het particulier onderwijs, maar waar hooguit vmbo niveau 2 wordt geboden, zegt Slump. Ook daar zou de particuliere school uitkomst kunnen bieden. „Maar dat kost heel veel geld. Die ouders verliezen dan bovendien het recht op de zogeheten ‘rugzak’, financiering voor kinderen met problemen in het onderwijs. Ik vind dat onrechtvaardig.”

Hein Bisterbosch had het ervoor over. Hij heeft twee (van zijn vijf) kinderen op een particuliere school zitten. „Zo’n drastische stap zet je niet zomaar”, zegt hij. „Maar ik zag ze stranden in het reguliere onderwijs.”

Hij heeft zijn kinderen wel duidelijk gezegd ‘denk eraan, je bent bevoorrecht’. „Ik bespaar hun op deze manier een lange weg. Gelukkig realiseren ze zich dat ook.”

    • Japke-d. Bouma