Soedanese rebel voor het Strafhof

Bij het Internationale Strafhof is gisteren de eerste Soedanese verdachte voorgeleid. Terwijl het hof grote moeite heeft om verdachten gearresteerd te krijgen, leverde de Soedanese rebellenleider Abu Garda zich vrijwillig over aan Den Haag, „omdat iedere leider moet meewerken met justitie en zich aan de wet moet houden”. Hij is aangeklaagd voor oorlogsmisdaden wegens de moord op twaalf militairen van de vredesmissie in Darfur.

Het Internationale Strafhof verdiept zich sinds 2005 in opdracht van de VN-Veiligheidsraad in de situatie in het West-Soedanese Darfur. De belangrijkste verdachte is president Omar al-Bashir, tegen wie in maart een arrestatiebevel is uitgevaardigd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Bashir weigert elke medewerking met het hof en draagt zijn burgers op hetzelfde te doen.

Abu Garda is de leider van het Verenigd Verzetsfront (URF), een splinterbeweging van de grote rebellenorganisatie JEM, die met de regering onderhandelingen voert in Doha. Hij wordt met twee andere rebellenleiders verdacht van een aanval op een basis van de Afrikaanse Unie bij Haskanita. Daarbij werden militairen uit Senegal, Nigeria, Mali en Botswana gedood.

Rechter Cuno Tarfusser prees gisteren Abu Garda’s vrijwillige komst en zei dat hij daarmee „een zeer belangrijke boodschap heeft afgegeven”. Abu Garda op zijn beurt bedankte het hof voor de faciliteiten die het hem beschikbaar had gesteld. Op een persconferentie na afloop zei Abu Garda onschuldig te zijn. Hij zou vandaag Nederland weer verlaten.

Achtergronden over het Strafhof op nrc.nl/strafhof