Rekenkamer: kabinet blijft te vaag over halen doelen

De informatie van de regering aan het parlement schiet tekort. Het is onduidelijk in hoeverre gestelde doelen worden gehaald. Daardoor kan het kabinet door de Tweede Kamer maar beperkt worden gecontroleerd.

Deze kritiek uitte de Algemene Rekenkamer vanmiddag in het kader van Verantwoordingsdag, het inhoudelijke equivalent van Prinsjesdag, waarop het kabinet het beleid over het voorgaande jaar verantwoordt. Ook vorig jaar hekelde de Rekenkamer de wijze waarop de prestaties werden toegelicht.

De boodschap van het Hoge College van Staat staat haaks op die van het kabinet. Premier Balkenende maakte vrijdag bekend dat de meetbaarheid van al of niet gerealiseerde plannen uit het regeerakkoord ingrijpend is verbeterd: van 50 naar 99 procent van de doelstellingen. Het kabinet stelt bij 82 procent van zijn doelstellingen „op koers” te liggen, tegen 44 procent vorig jaar.

Volgens de Rekenkamer is de informatie over het kabinetsbeleid wel toegenomen, maar is vaak niet duidelijk of doelen worden gerealiseerd. Zij vraagt zich af of het kabinet zijn plannen niet anders moet formuleren nu ministers – juist in hun verantwoordingsdocument – bij één op de drie doelstellingen zeggen dat de mate van realisatie niet kan worden vastgesteld. Daarnaast zegt de Rekenkamer zelf van ruim eenderde van de onderzochte doelstellingen niet te kunnen achterhalen of de aangekondigde activiteiten van het kabinet om die plannen te realiseren ook uitgevoerd zijn.

„Wij [...] verwachten dat de ministers ten minste zichtbaar kunnen maken hoeveel geld zij aan de prestaties en doelen hebben besteed en wat dat heeft opgeleverd.” Van de doelstellingen waarvan het kabinet claimt dat ze gehaald zijn, kan de Rekenkamer in tweederde van de gevallen niet beoordelen of daarmee ook het doel gehaald is.

Vevolg Rekenkamer: pagina 3

Onderzoek inkoop bij Justitie

De Rekenkamer schrijft hierover: „Ook signaleren we dat de beschikbaarheid van informatie over de bestede middelen gedaald is ten opzichte van vorig jaar.”

Uit de jaarverslagen van de Rijksoverheid blijkt dat het „de rechtmatigheid redelijk op orde heeft” en de Rekenkamer concludeert „met enige voorzichtigheid” dat „ook de bedrijfsvoering redelijk op orde lijkt”. De Rekenkamer maakt zich wel zorgen over een toename van het aantal fouten en onzekerheden in de verslaggeving.

De Rekenkamer blijft de problemen bij de Belastingdienst ook dit jaar nader onderzoeken. Het vorig jaar gestarte nadere onderzoek naar onvolkomenheden bij het ministerie van Defensie wordt gestaakt, want het financieel beheer en het materieelbeheer is verbeterd. Wel waarschuwt de Rekenkamer dat „nog een lange weg” te gaan is.

Vanwege „hardnekkige onvolkomenheden” wordt een nieuw onderzoek gestart naar de inkoop van het ministerie van Justitie. De Rekenkamer noemt de fouten „ernstig”. De manier waarop het departement omgaat met Europese aanbestedingsrichtlijnen is volgen de Rekenkamer verslechterd.

De Rekenkamer deed naar vier kabinetsplannen uitvoeriger onderzoek. Daaruit komt naar voren dat het kabinet de effecten van zijn armoedebeleid niet kent en dat bij de vernieuwing van het ambtenarenapparaat niet vastgelegd is wat „beter werk” is.

Minister Verburg (Landbouw, CDA) schetst bij haar beleid om meer recreatiegebieden rond steden te realiseren een optimistischer beeld „dan blijkt uit de informatie die op haar ministerie beschikbaar is”.

Meer informatie over Verantwoordingsdag: nrc.nl/binnenland