'Polen B' leeft van bus naar Brussel

Van de 17.000 inwoners van het Poolse grensdorpje Siemiatycze werkt eenderde in Brussel. Dat heeft ook de blijvers veranderd.

Het leven in het Poolse stadje Siemiatycze draait om die ene bus, één keer per week, op vrijdagochtend om zeven uur. De bus naar Brussel.

Miroslaw Putko heeft de bus vaak genomen, om in België muren te slopen, tegels te zetten of kozijnen te timmeren. En hij heeft er vaak op gewacht. „Mijn familie stuurde geregeld pakjes, met worst en appels. Het eten in België is prima, maar dat pakje was belangrijk voor me. Ik keek ernaar uit.”

Siemiatycze is een schoolvoorbeeld van de massale arbeidsmigratie na de toetreding van Polen tot de Europese Unie, precies vijf jaar geleden. Van de 17.000 inwoners werkt ruim eenderde in Brussel. Dus vrijwel iedereen, zonder meetelling van kinderen en bejaarden. Siemiatycze, denken ze in België, is de hoofdstad van Polen. Althans, zo gaat de grap.

Het plaatsje ligt in wat de Polen zelf ‘Polen B’ noemen, het hele gebied tegen de oostgrens aan, met de laagste levensstandaard. Maar in Siemiatycze is daarvan niets te merken. Hier geen bouwvallen en modderige wegen, maar keurige huizen, stoepen en gazonnetjes. Uit een reclamefolder. De auto’s zijn net wat groter en duurder dan in naburige stadjes.

„De migranten brengen niet alleen geld mee terug, maar ook een bepaalde woon- en werkcultuur”, zegt burgemeester Zbigniew Radomski trots. „Ze hebben in het westen gezien dat het anders kan, dat je huis er ook netjes kan uitzien. En ook de gebruikelijke fles wodka op het werk is verdwenen.”

„In Polen toeterde ik meteen als iemand wilde invoegen”, zegt Putko. „In België viel ik daardoor nogal uit de toon. Ik ben sindsdien een rustige weggebruiker.”

Zeven jaar werkte Putko in België, in de bouw, illegaal, vaak op een Nederlands toeristenvisum. „De Belgen deden veel moeilijker over visa.” Zijn vrouw maakte huizen schoon. Anderhalf jaar geleden kwamen ze terug, met een dochtertje dat Frans spreekt als een Waalse. Met het verdiende geld namen ze een lokale papierzaak over. In Brussel was Putko een proletariër, hier behoort hij tot de middenklasse. „Het heeft me mijn rug gekost”, zegt hij. „Maar het was de moeite waard.”

De economische crisis heeft Siemiatycze nog niet bereikt. Twee weken geleden werd de eerste steen gelegd van een nieuwe tractorfabriek, die honderden banen zal opleveren in een stad waar de werkloosheid met 8 procent al lager ligt dan het landelijk gemiddelde van ruim 11 procent.

Kritiek op de EU heeft burgemeester Radomski hier al lang niet meer gehoord. Vijf jaar geleden, zegt hij, was er ongerustheid over de toetreding tot de EU, vooral in deze contreien, waar mensen zwaar hechten aan tradities en het geloof. De Duitsers, zo werd gezegd, zouden de Polen gaan rondbevelen. „Maar nu moet je echt lang zoeken naar een euroscepticus”, zegt Radomski.

Toch is er een keerzijde: Siemiatycze mag dan relatief welvarend zijn, het is ook een stad van verweesde kinderen en jongeren. „Mijn ouders werken al twintig jaar in Brussel”, zegt Katarzyna Prochowska, een jonge vrouw die op de pr-afdeling van het gemeentehuis werkt. „Ik ben opgevoed door mijn oma. Mijn ouders waren er met de vakanties en met Kerst.”

Ze probeert er een positieve draai aan te geven. Dat ze dankzij de inspanningen van haar ouders kon studeren, anderhalf jaar zelfs in Leuven, waar ze nota bene voor diplomatendochter werd aangezien. Dat haar vader heel streng is en zijn afwezigheid dus ook voordelen opleverde. Dat Polen echt veel leuker is dan België. Maar de leegte in haar ogen wordt maar niet kleiner.

De arbeidsmigratie in Siemiatycze is ouder dan de EU-uitbreiding. Zo werkte de moeder van Putko in de jaren tachtig in de Verenigde Staten, toen een populaire bestemming voor Poolse werkmigranten. Begin jaren negentig maakte ze de overstap naar Brussel. En daarna gaf ze het stokje (en haar contacten in Brussel) door aan haar drie zonen, van wie er twee nog steeds niet terug zijn.

De stad is daardoor een glazen bol, waarin de effecten van de migratie al zichtbaar zijn. Sociologen uit het nabijgelegen Bialystok deden hier twee jaar geleden een groot onderzoek. Zij concludeerden dat de sociale samenhang onder druk staat, door verscheurde families, maar ook door de groeiende kloof tussen arm en rijk, tussen achterblijvers en avonturiers, tussen verliezers en winnaars.

Desondanks is het overheersende gevoel over de EU-uitbreiding positief. „Dat hebben we maar mooi voor elkaar gekregen”, stond onlangs boven een artikel in de krant Gazeta Wyborcza. Poolse boeren, zo schrijft de krant, verdienden in 2008 90 procent meer dan in 1998, mede dankzij Europese landbouwsubsidies. En het land ontving 12 miljard euro aan structuurfondsen.

„Wij hebben hier met Europees geld riolen, stoepen en een sporthal gebouwd”, zegt burgemeester Radomski. „Het enige wat ik jammer vind is dat we nog steeds geen Belgische zusterstad hebben.” Brussel wellicht? Hij lacht. „Saint-Gilles lijkt me gepaster.”