Piratentribunaal

Zeker een van de vijf verdachte piraten, tegen wie deze week in Rotterdam een strafzaak is begonnen, heeft het in de Nederlandse cel naar zijn zin. Volgens zijn advocaat voelt hij zich „veilig”, geniet hij van de televisie en de wc op zijn cel. De Somalische piraat wil na ommekomst van zijn straf in Nederland een opleiding volgen en zich dan als nieuwe burger herenigen met zijn gezin, aldus zijn raadsman.

Het is de vraag of de advocaat er verstandig aan doet zijn cliënt op deze manier te verdedigen. De andere raadslieden leggen meer nadruk op het slachtofferschap. Piraten zouden, door het feit dat hun land is gedesintegreerd en de zee door de grote vissersvloten is leeggevist, geen andere uitweg zien. Op dat beeld is overigens ook wel wat af te dingen. Veel wijst erop dat piraterij steeds meer ‘big business’ is waarbij grote commerciële en politieke belangen in het spel zijn.

Het vonnis van de rechter zal uitwijzen welke verdediging het effectiefst is geweest. Maar met zijn opmerkingen over de prille liefde van zijn cliënt voor Nederland, heeft de advocaat een politiek gevoelig meningsverschil aangewakkerd. Als het waar is wat hij zegt, dan dreigt het gevaar dat Nederland een toevluchtsoord wordt voor veel piraten.

Dat zou niet alleen in strijd zijn met het regeringsbeleid om een selectief „modern migratiebeleid” te voeren. Het is ook politiek koren op de molen van bijvoorbeeld de PVV. „Het kan niet zo zijn dat je een raketwerper op je schouder zet en als beloning verblijf in Nederland krijgt”, zei een partijgenoot van Wilders al over de verdediging in het proces.

Het is dan ook geen toeval dat minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteren na beraad met zijn Europese ambtgenoten heeft gepleit voor de oprichting van een speciaal piratentribunaal onder auspiciën van de VN dat bijvoorbeeld in Kenia zou kunnen worden gevestigd. Een straf moet wel „een afschrikwekkende werking” hebben, zei de minister. Gevangenisstraf in Nederland heeft kennelijk eerder een omgekeerd effect.

Zelfs als dit pleidooi partijpolitiek is gemotiveerd, het idee komt niet uit de lucht vallen. Piraterij is een internationaal misdrijf. Berechting van piraten ontstijgt daarom het nationale niveau. De strafzaak in Rotterdam is exemplarisch.

Het kwintet zou begin dit jaar in de Golf van Aden een schip hebben willen enteren dat werd bemand door Turkse opvarenden, die zich lang wisten te verweren, maar dat formeel onder Nederlands-Antilliaanse vlag voer. De piraten werden opgepakt door de Deense marine.

Onder druk van de autoriteiten in Denemarken, voor wie de Antilliaanse vlag een formele verplichting voor Den Haag met zich meebracht, nam Nederland ze op. Maar voor het overige waren er nauwelijks nationale belangen aan de orde.

Het universele karakter van de piraterij vereist dan ook een navenante aanpak. Dat vergt niet alleen een speciaal tribunaal maar ook een regionale worteling. Het zijn immers ook de landen in de regio die last hebben van de piraten die zowel de politiek als de handel in het gebied ontwrichten.