Ontmaskering van de haatmailers

Kunstenares Tinkebell, die ooit een handtas van haar eigen kat maakte, kreeg duizenden haatmails.

Ze ging op zoek naar de identiteit van de bedreigers.

In het huis van Katinka Simonse, beter bekend onder haar artiestennaam Tinkebell, zou Barbie zich direct thuis voelen. Uit alle hoeken straalt de kleur roze je tegemoet. De kunstenares, zelf ook van top tot teen in roze gehuld, serveert vruchtenthee uit een pot met roze bloemetjes.

Tinkebell is een prinsesje met lugubere trekjes. Tenminste, dat is het imago dat Simonse sinds haar academiejaren in stand houdt. Haar kunstprojecten zijn bewust shockerend. Ze redde 61 eendagskuikens uit de bio-industrie, maar dreigde die alsnog door de versnipperaar te halen als de bezoekers van haar tentoonstelling Save the Males (2007) ze niet zouden adopteren. Ze liet honderd hamsters urenlang in plastic ballen rondlopen in een galerie (Save the Pets, 2008). En ze maakte een handtas van haar zieke cyperse kater Pinkeltje, die ze eigenhandig de nek omdraaide en vilde (My dearest cat Pinkeltje, 2004). Dit alles om de discussie aan te wakkeren over de manier waarop de mens met zijn mededieren omgaat.

Die strategie werkte. Er ontstond inderdaad een fel debat over Tinkebells kunstwerken, die uitvoerig werden besproken in kranten, televisieprogramma’s en op sites als GeenStijl. Maar de woede keerde zich vooral tegen de kunstenares zelf. Op internetfora werden de meest hatelijke berichten achtergelaten. En op haar persoonlijke e-mailadres ontving Tinkebell tussen 2004 en 2008 duizenden dreigmails, de meeste naar aanleiding van de kattentas.

Nu staan al die haatmails in roze lettertjes afgedrukt in een boek van telefoongidsdikte. De bundel Dearest Tinkebell zal zeker stof doen opwaaien. Want behalve een kleine duizend scheldkanonnades omvat Dearest Tinkebell ook informatie over de afzenders. Zoals hun namen, leeftijden, woonplaats en adres – soms handig aangeduid met een plattegrondje van Google Maps. Er staan verwijzingen in naar YouTube, profielen op MySpace, en voorbeelden van alle persoonlijke en genante informatie die daar te vinden is.

Al die informatie is de afgelopen maanden bij elkaar gezocht door Coralie Vogelaar (1981), een kunstenares en ontwerpster die Tinkebell kende van het Sandberg Instituut. Vogelaar maakte de afgelopen jaren een aantal conceptuele boeken, waaronder The Photoshop, een soort catalogus vol nagespeelde krantenfoto’s. De twee vrouwen beschouwen Dearest Tinkebell als een gezamenlijk kunstproject. „In dit boek raken onze oeuvres elkaar”, zegt Tinkebell. „Hierna gaan we weer ieder onze eigen weg.”

Vogelaar, die ook is aangeschoven in Tinkebells keuken, vertelt dat ze direct gefascineerd was door het idee om een boek te maken over hatemail. „Je leest vaak in de krant over rechters of bankiers die haatmail krijgen. Daarbij vroeg ik me altijd al af wie die bedreigers dan waren. Ik was vooral nieuwsgierig naar de mensen die zich achter die schuilnamen verstopten.”

De methode die Vogelaar ontwikkelde voor haar speurwerk, was betrekkelijk eenvoudig. Eerst werd het e-mailadres van de bedreiger ingevoerd bij zoekmachines als Google, Yahoo en Live. Vervolgens werd een zogenaamde ‘scraper’ ingeschakeld, een geautomatiseerde zoekmachine die openbare gegevens op sociale netwerken als Facebook of LinkedIn afspeurt. En ten slotte werden de gegevens van de verschillende sites naast elkaar gelegd, om te controleren of het echt om dezelfde persoon ging.

„Het was schokkend om te zien hoeveel persoonlijke informatie je gewoon kunt vinden op internet”, vertelt Vogelaar. „Tot telefoonnummers aan toe. Wat opvalt is dat deze bedreigers vaak hele exhibitionistische types zijn, die honderden foto’s van zichzelf op het web hebben gezet. Ze denken dat alles wat zij doen voor iedereen interessant is.”

Tinkebell: „Mensen plaatsen echt de meest bizarre dingen online: ik ben dertig, heb twee kinderen, zit aan de prozac en het leven is kut.”

Vogelaar: „Of: kijk, hier was ik dronken en mijn vrienden hebben foto’s gemaakt en die heb ik op mijn eigen site gezet.”

De conclusie die je, afgaande op de foto’s, uit Dearest Tinkebell kunt trekken, is dat het merendeel van de mails van verveelde pubers komt, en dan met name Amerikaanse meisjes. „Het zijn jongeren die nog heel erg zwart-wit denken en erg impulsief reageren”, zegt Vogelaar. „Kinderen die zonder nadenken op ‘send’ klikken. De meeste mails staan vol spelfouten. En je ziet dat ze meestal ’s nachts zijn verstuurd. Wat mij erg heeft verbaasd is dat de meest heftige mails van de jongste mensen komen.”

Het is haast grappig om te zien dat de jongen die Tinkebell in juli 2005 een mail stuurde met de tekst ‘STERF HOER IK GA ZORGEN DAT JIJ UREN LANG GAAT LIJDEN’ een 17-jarige hardrocker uit Naaldwijk blijkt te zijn die op internet naarstig op zoek is naar strips van Jan, Jans en de kinderen. Schokkender wordt het wanneer naast een foto van een keurige Amerikaanse huismoeder – in het boek goed vertegenwoordigd – een zinsnede te lezen is als ‘what a stupid fucking bitch you are’.

Tinkebell en Vogelaar benadrukken dat ze alleen gegevens gebruikten die de afzenders zelf openbaar hebben gemaakt. „Alle informatie is op legale wijze verkregen”, verzekert Tinkebell. Toch bestaat de kans dat Dearest Tinkebell uit de handel wordt genomen. Geen van de geportretteerden heeft toestemming gegeven om aan de schandpaal te worden genageld. Zoals Niels Huijbregts, woordvoerder van internetprovider XS4ALL, schrijft in een van de essays in Dearest Tinkebell: ‘Wat Tinkebell en Coralie Vogelaar doen is illegaal. Je mag niet zomaar persoonlijke informatie van derden publiceren. Je hebt te maken met privacywetgeving, met auteursrecht, met briefgeheim. Dat is ook de reden waarom uitgeverij d’jonge Hond op het laatste moment afzag van publicatie en Tinkebell gedwongen was het boek in eigen beheer uit te geven.’

Is het niet een wat al te heftige reactie, om de ene misdaad met de andere te bestrijden? „Het enige wat ik met dit boek doe, is de bal terugkaatsen”, reageert Tinkebell. Als ik vraag hoe ze zich hebben voorbereid op mogelijke rechtszaken, reageren de twee kunstenaars laconiek. „Dat wordt propjes prikken volgend jaar”, zegt Vogelaar lachend. „Er valt bij ons toch geen geld te plukken.” Tinkebell vult aan: „Als deze mensen een claim bij me indienen, doe ik aangifte van bedreiging. Dat is dan de deal. Jij kinderachtig, dan ik ook kinderachtig.”

Dearest Tinkebell verschijnt in een genummerde oplage van duizend exemplaren. Inl: www.tinkebell.com, www.coralievogelaar.com

    • Sandra Smallenburg