Geloof is een optie geworden

In iets of iemand geloven, is niet langer vanzelfsprekend.

Volgens filosoof Charles Taylor kun je spreken over goed en kwaad zonder een beroep te doen op godsdienst.

(1) Boekhandel Selexyz Dominicanen 2001, was Dominicanenkerk 1342. (2) Klimhal Tussen Hemel En Aarde 1996, was Sint Josephkerk 1948. (3) Kruisherenhotel 2005, was Kruisherenkerk 1550. (4) Poppodium Paradiso 1968, was Kerk van de Vrije Gemeente 1853. (Foto's Rob Wetzer, uit zijn boek In Zijn Huis over hergebruik van kerken in Nederland. Zie ook: www.robwetzer.nl) Wetzer, Rob

Charles Taylor was een beetje verbaasd toen hem twee jaar geleden de Templeton Prize werd toegekend, de jaarlijkse ‘alternatieve Nobelprijs’ voor mensen die zich sterk gemaakt hebben voor het ‘bevestigen van de spirituele dimensie van het bestaan’. Eerdere winnaars waren Moeder Teresa en de evangelist Billy Graham, de laatste jaren gaat de prijs vaker naar wetenschappers, zoals de kosmoloog John D. Barrow of de fysicus Freeman Dyson. De boodschap lijkt dat godsdienst en wetenschap elkaar niet hoeven uit te sluiten, en dat is ook de strekking van Een seculiere tijd, Taylors omvangrijke, complexe filosofische studie over geloof in een tijd waarin religie niet meer vanzelf spreekt.

Het boek is polemisch opgevat, als een antwoord op het strijdlustige atheïsme van wetenschappers als Richard Dawkins en journalisten als Christopher Hitchens, die religie als een gevaarlijke vorm van verdwazing beschouwen. De Britse filosoof John Gray noemde Taylors boek een counterblast, tegengeschut.

Taylor: „Zo mag je het inderdaad beschouwen, al gaat het om een genuanceerd betoog. Maar mijn betoog is zeker subversief in het licht van algemeen geaccepteerde noties over geloof en ongeloof.”

Taylor heeft het vooral gemunt op de neiging om het verleden vanuit het heden te verklaren. „In je eigen tijd construeer je een idee over wat mens-zijn betekent. De vraag die zich vervolgens aandient, is waarom mensen vroeger een ander beeld van zichzelf er op nahielden. Tenslotte is de enige conclusie dat men de waarheid niet onder ogen wilde zien, probeerde die weg te moffelen of te onderdrukken. Waarschijnlijk is die redenering van alle tijden.”

Dat verklaart nog niet waarom boze atheïsten het nodig vinden om vanaf Londense stadsbussen het niet-bestaan van God te verkondigen. „De mensen die hartstochtelijk geloofden dat de wereld seculier zou worden, voelen zich onbehaaglijk nu duidelijk wordt dat religie niet zal verdwijnen. Paradoxaal genoeg lijkt hun reactie erg op die van sommige 19de- eeuwse bisschoppen toen ze met Darwin werden geconfronteerd. Ook zij dachten dat de geschiedenis aan hun kant stond, dat het christendom zich onherroepelijk over de hele wereld zou verspreiden.”

Taylor acht het van groot belang dat we beseffen welke weg we in het Westen hebben afgelegd. „Wanneer we onze blik op de mensen in het verleden veranderen, verandert ook het beeld dat we van onszelf hebben.” Volgens Taylor is het proces van secularisatie nauw verwant aan hervormingen in het christendom. Niet alleen de Reformatie, maar ook allerlei hervormingen daarvoor, binnen de katholieke kerk. „In het geloof kwam een steeds grotere nadruk te liggen op persoonlijke inzet, op individueel geloof. Ons eigen leven moest in toenemende mate een afspiegeling zijn van de Evangeliën. In de Middeleeuwen kon je nog een werelds leven leiden, terwijl een kleine groep mensen in de samenleving zich volledig aan God wijdde. Na de Reformatie werd dat onmogelijk: als je je niet aan God wijdde, was je verdoemd. De kerken werden minder belangrijk, terwijl maatschappelijk gedrag, ons werk en gezinsleven, steeds sterker religieus gedisciplineerd werd. Daardoor kwam de wereldse orde op zichzelf te staan; ons idee van het goede leven had ineens geen bovennatuurlijke orde meer nodig.

Wanneer religie in onze zichtbare wereld besloten ligt, kan op een gegeven moment gemakkelijk geconcludeerd worden dat die wereld het heel goed alleen af kan. Dat God niet langer nodig is, of zelfs in de weg zit. Taylor: „Die beslotenheid was in de geschiedenis volledig nieuw. Daarvoor werden altijd hogere machten of wezens aangeroepen, fenomenen buiten de werkelijkheid bepaalden en verklaarden ons leven.”

Geloof is een optie geworden. Je kunt, zo stelt Taylor, je leven leiden, grote beslissingen nemen, spreken over goed en kwaad, zonder een beroep te doen op godsdienst. „Voor veel mensen is dat bevredigend. Voor anderen juist niet, die vinden zo’n leven vlak en leeg. Gelovigen in 1500 zouden dat gevoel van leegte niet begrepen hebben. Ze zouden zich door boze geesten bedreigd hebben gevoeld.”

In zijn boek bekritiseert Taylor de hang naar uniformiteit binnen de kerk. De katholieke kerk is eeuwenlang pluriform geweest; pogingen om alles in een keurslijf te duwen zijn relatief nieuw. Taylor: „Het gaat steeds om een reactie tegen wat gezien wordt als een bedreiging van buitenaf. Eerst was er het Trentse concilie, waarin men zich tegen de Reformatie keerde door de teugels aan te halen, toen kwam de Franse Revolutie. Maar dat streven naar eenheid en discipline gaat in tegen de geest van het geloof.”

De huidige paus is volgens Taylor bijzonder intelligent en toegewijd. „Maar uit zijn uitspraken valt op te maken dat hij geen benul heeft van de situatie in de westerse wereld. Hij heeft het steeds maar over een verderfelijk relativisme. Dat slaat nergens op. Mensen nemen heel verschillende posities in ten aanzien van het geloof, ze zoeken naar een manier om vreedzaam samen te leven. Diversiteit wordt als een bedreiging gezien, als een morele zwakte. Maar beseffen dat je omringd wordt door andersdenkenden, heeft niets met relativisme te maken.”

Taylor schreef zijn boek vanuit een ethisch ideaal: het zou mooi zijn wanneer we zouden leren begrijpen waarom mensen van elkaar verschillen. „Dan kom je ook niet in de verleiding om een karikatuur te maken van andermans opvattingen. Probeer te begrijpen wat er zo aantrekkelijk aan is. Een dergelijke uitwisseling tussen een gelovige en een niet-gelovige kan wel degelijk tot een gevoel van verwantschap leiden.”

Gelovigen en niet-gelovigen voelen zich volgens Taylor gedwongen of verplicht partij te kiezen, waardoor men blind wordt voor de gaten in het eigen betoog „Je ziet het bij het islamisme, dat alle pluriformiteit binnen de islam probeert uit te roeien in naam van een bedreiging van buitenaf. Je ziet het ook bij het Vaticaan, dat iedere aanpassing aan de moderne tijd als fataal ziet.”

Datzelfde geldt voor aanhangers van de Verlichting. Taylor: „Wanneer je de Verlichting aanhangt, dan onderschrijf je daarmee een heel pakket van aannames. De wetenschap verklaart de wereld. We vinden de durf, zoals Kant ons opdraagt, om te weten. Moedig durven we dan de leegte onder ogen te zien. Zeker, er is geen plaats voor God in de natuurkunde, maar verklaart de natuurkunde alles in ons leven?”

Taylor: „De stroming die mij gevormd heeft, stelt dat geloof zich voortdurend aanpast aan de huidige tijd, zonder het zicht op de traditie te verliezen. De ironie wil dus dat juist de gelovigen die andere gelovigen beschuldigen van toegeven aan de tijdgeest, zelf als geen ander gevormd zijn door hun angstige reactie op onze tijd.”

Charles Taylor: Een seculiere tijd. Vertaald door Marjolijn Stoltenkamp. Lemniscaat, 1.146 blz. € 49,95 tot 5/5), daarna € 59,95

    • Bas Heijne