Geen rekensommetjes bij natuurkunde

Het is weer examentijd in het voortgezet onderwijs. Dit is het moment om de balans op te maken over het gedaalde onderwijsniveau. Vandaag: natuurkunde op het vmbo.

Ben Zwartjes, leraar natuurkunde op het Dendron College in Horst. Hij deed havo-eindexamen natuurkunde 1980, eindcijfer 8. (Foto Vincent van den Hoogen) Nederland, Horst, 19-05-2009; Ben Zwartjes. Voor de examenrubriek. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Van tevoren vreesde Ben Zwartjes dat het examen natuurkunde (vmbo) oppervlakkig zou zijn. En inderdaad.

Zwartjes (48), leraar natuurkunde aan het Dendron College in Horst, Noord-Limburg, is teleurgesteld over de inhoud van het examen. „Ook op het vmbo moeten ze meer aankunnen. Ik probeer mijn leerlingen strategieën aan te leren, zodat ze bepaalde stappen kunnen maken om tot een oplossing te komen. Maar er zaten nauwelijks berekeningen in.”

Het vak dat Zwartjes geeft heet nask 1, waarbij ‘nask’ staat voor natuur- en scheikunde. Nask 1 is natuurkunde. In het examen nask 1 zaten opgaven over aansprekende onderwerpen als onweer, de krachten die samenkomen bij de bouw van een een tuibrug en het energieverbruik van een dimmer.

Die onderwerpkeuze en afwisseling was goed, erkent Zwartjes. „Als je één vraag helemaal niet begrijpt, word je tenminste niet afgestraft. Dan kun je je richten op de volgende.” Maar zijn algemene oordeel blijft kritisch. „Het examen is te voorzichtig.” Zwartjes heeft de indruk dat de opstellers de laatste jaren niet langer „sommetjes” in het examen durven op te nemen. „Omdat ze bang zijn voor de resultaten, landelijk.”

Tot ergernis van leraren natuurkunde als Zwartjes. „Ik wil mijn leerlingen niet tekortdoen. Ik wil hen opleiden voor het vak, zodat ze op hun vervolgopleiding goed functioneren.”

Zwartjes traint zijn leerlingen in het maken van rekensommetjes. Gisterochtend, voorafgaand aan het examen, heeft hij ze nog op school met een aantal scholieren doorgenomen. Hij had het niet hoeven doen. De formules en de berekeningen kwamen nauwelijks terug.

De theoretische leerweg van het vmbo op het Dendron College hoort volgens Trouw en de Inspectie van het Onderwijs tot de beste in het land. Zwartjes: „De inspectie noemt het Dendron College wel een ‘behoudende’ school. Ze vinden dat we veel te veel klassikaal lesgeven.”

Zelf vindt Zwartjes niet dat hij louter klassikaal lesgeeft. „Maar het is natuurkunde, daarvoor moet je dingen uitleggen. Ik geef een duidelijke instructie en daarna gaan ze aan de slag.” De inspectie mag dat ouderwets vinden, er wordt tenminste gewerkt in de klas.

Zwartjes geeft les sinds 28 januari 1985. Hij was zo iemand die zijn medeleerlingen al in de brugklas van de middelbare school uitleg gaf. Leraar zijn is zijn roeping, zou hij willen zeggen als dat niet zo’n zwaar woord was. Hij heeft nog een gedegen opleiding gehad. Niet zoals leraren de laatste jaren worden opgeleid, voegt hij toe.

Zwartjes, zelf actief voor de Algemene Onderwijsbond, vindt dat het niveau duidelijk is gedaald. Hij ziet het aan de examens. „Natuurkunde op de oude mavo-4 is niet te vergelijken met het niveau van vmbo-4.” Hij merkt het ook aan de stagiairs die hij krijgt. „Laatst had ik er één, nota bene een oud-leerling, die zelf zei: ik mis vakkennis. Ze kreeg les volgens het onderwijsconcept competentiegericht leren. Klappers met A4’tjes vol verslagen. Maar echte vakcolleges, die zijn in de opleiding naar de achtergrond verdrongen.”

De daling van het onderwijsniveau noemt hij frustrerend, maar wat Zwartjes echt steekt is het „gesjoemel” met de zogeheten tweede correctie. Vaak bevoordelen leraren hun eigen leerlingen. Laatst zag hij het weer: de eigen leraar van een leerling kwam op een acht, Zwartjes kon als tweede corrector nauwelijks een vijf geven voor hetzelfde examen. „Het probleem is dat de onderwijsinspectie voor dit soort zaken geen oplossing heeft. Ze middelen, dus in dit geval werd het een 6,5.” Onverteerbaar, vindt Zwartjes.

    • Marieke van Twillert