De samenzweringstheorie als rookgordijn

Steeds meer mensen geloven in samenzweringstheorieën, zegt scepticus Massimo Polidoro. Ze zijn moeilijker te ontkrachten dan paranormale verschijnselen.

Italiaanse illusionist en scepticus Massimo Polidoro

Binnen een paar uur na het drama in Apeldoorn, op Koninginnedag, schreven mensen op internet dat ze schoten hadden gehoord, en kogelgaten zagen in de auto van de dader. En, heel gek: de airbags hadden ook niet gewerkt! Dit zaakje stonk. Dat de auto te oud was voor airbags, viel deze mensen niet op; hier was iets vreemds aan de hand en de politie probeerde het verborgen te houden.

Het verbaast Massimo Polidoro niet dat te horen. Steeds meer mensen geloven tegenwoordig in samenzweringstheorieën, zegt deze Italiaanse scepticus, die er onderzoek naar deed. Zulke theorieën worden in feite steeds meer „de nieuwe paranormale verschijnselen”, zegt hij. „Mensen reageren in beide gevallen even boos en agressief als je hun mening betwijfelt. En ze willen er geen wetenschappers bijhalen, daar zijn ze te trots voor. Bij 11 september 2001 zeiden ze bijvoorbeeld: je kunt toch zo zien dat een gebouw normaal gesproken niet op die manier in elkaar stort, daarvoor hoef je er geen expert bij te halen. Je kunt toch zo zien dat dit niet te verklaren is, je wilt gewoon een rookgordijn creëren – daar komt het bij zowel paranormale verschijnselen als samenzweringstheorieën meestal op neer.”

Polidoro is deze maand op toernee door enkele Noord-Europese landen om lezingen te houden; onlangs sprak hij op uitnodiging van de stichting Skepsis in Utrecht. In Italië geeft hij regelmatig cursussen psychologie aan de universiteit, maar hij is vooral een klassieke scepticus in de geest van Harry Houdini (1874-1926). Die werd wereldberoemd met zijn ontsnappingstrucs, maar collega-goochelaars bewonderen hem ook omdat hij zich in de laatste jaren van zijn leven zo heeft ingezet om de Chars en de Jomanda’s van zijn tijd te ontmaskeren. Het was in die tijd erg in de mode om in speciale seances geesten van overledenen op te roepen. Houdini geloofde daar niet in: hij vond het uitbuiten van menselijk verdriet. Na zijn dood heeft Houdini’s weduwe nog jarenlang seances voor hem gehouden om aan te tonen dat hij heus niet zou verschijnen en om te voorkomen dat twijfelachtige types zouden doen alsof het hun wel lukte. Die traditie wordt nu nog steeds door illusionisten in ere gehouden.

Zo’n illusionist is ook Polidoro. Tijdens zijn lezing doet hij wat simpele goocheltrucs. Hij raadt de kaart die we in gedachten hebben. Hij laat vier mannen een toverspreuk zeggen en dan samen elk met twee vingers een vijfde man optillen. De toverspreuk is uiteraard Pizza Margherita. (En de mannen gebruiken gewoon hun hele hand.)

Maar vooral vertelt hij over zijn onderzoek naar ‘mysteries’, zijn hoop ooit een echt onverklaarbaar mysterie te vinden, en het feit dat tot nu toe alle vreemde verschijnselen die hij onderzocht heeft een normale, en geen paranormale verklaring bleken te hebben – spookhuizen, lopen over gloeiende kooltjes, bloed huilende heiligenbeelden.

Samen met James Randi heeft hij tientallen ‘mediums’ getest – ze wisten niks wat een normaal mens niet kon weten. Hij stelde een dame teleur die dacht dat ze eieren kon mummificeren door er met haar handen overheen te zwaaien – maar alle eieren die je boven een bordje breekt, blijken er na een week craquelé uit te zien, en niet te rotten.

„Ik wil mensen hun geloof niet ontnemen”, zegt Polidoro. „Maar ik wil wel graag dat ze begrijpen dat als er dingen zijn die ze niet kunnen verklaren, dat nog niet hoeft te betekenen dat het paranormale verschijnselen zijn. Want wie daarin gelooft, kan gemakkelijk het slachtoffer worden van uitbuiting.”

Een van de gevolgen van zijn werk, en dat van zijn collega-sceptici, is de verschuiving van paranormale verschijnselen naar samenzweringstheorieën, zegt hij. „Die zijn veel moeilijker weg te redeneren. Meestal blijken de aanhangers het onderling maar eens te zijn over één ding: dat iets niet gebeurd is zoals de autoriteiten zeggen. Verder komen ze nooit allemaal met exact dezelfde theorie, maar met heel veel verschillende details. Dat is dus veel meer werk om te weerleggen.” Mensen zijn nu eenmaal geneigd om dingen te geloven waar ze geen bewijs voor hebben, zegt hij. „Religie, bijvoorbeeld. Of het idee dat je geliefde van je houdt – dat kun je strikt genomen ook niet bewijzen. Of waarom een bepaald kunstwerk je raakt. Ik wil mensen heus hun illusies niet ontnemen. Irrationaliteit maakt nu eenmaal deel uit van ons leven. Dat is ook helemaal niet erg. Het wordt pas erg als het onze gezondheid, financiën, en onze sociale en politieke situatie aantast.”