Somalische piraterijverdachte glimlachend voor de rechter

De een komt breed glimlachend de Rotterdamse rechtszaal binnen. De ander zit ineengedoken in een dikke witte coltrui. Vijf Somaliërs staan sinds vanochtend terecht op verdenking van zeeroverij.

Yusuf (1985) steekt zijn beide duimen omhoog naar de circa vijftien journalisten op de publieke tribune. Samatar (1965) oogt met zijn opgetrokken schouders als een kat in een vreemd pakhuis.

Met drie andere Somaliërs zouden de twee op 2 januari geprobeerd hebben in de Golf van Aden het vrachtschip Samanyolu te kapen. De Samanyolu voer onder vlag van de Nederlandse Antillen, wat het incident tot een zaak van de Nederlandse justitie maakt.

De zitting vandaag is pro forma; de inhoudelijke behandeling laat nog maanden op zich wachten. Eerst moet de verdediging de bemanning van de Samanyolu horen, en enkele leden van de Deense marine, die de Somaliërs oppakte. De Somaliërs riskeren negen jaar cel. De aanvoerder van de groep kan twaalf jaar krijgen.

Met de hulp van drie tolken volgen de Somaliërs de formaliteiten tussen de dames en heren in toga. Iedere verdachte heeft zijn eigen advocaat. Eén advocaat vraagt nu al om niet-ontvankelijk verklaring van het OM: haar cliënt, Sayid, is bij aankomst in Nederland verhoord zonder advocaat.

De advocaat van Samatar reageert boos op de advocaat van Yusuf, wanneer die zegt dat piraten „geen woestelingen zijn, maar arme vissers”, die „uit wanhoop de zee op zijn gedreven”. Samatars advocaat vreest dat zo de indruk ontstaat dat alle verdachten reeds schuld bekennen.

„Beperkt u zich graag tot uw eigen cliënt.” De vijf verdachten hebben tijdens hun verhoor gezegd dat ze van plan waren een schip te kapen, maar ook dat ze eenmaal op zee van dat plan zijn afgestapt.

Willen de verdachten nog wat zeggen?, vraagt de rechter. Yusuf „wil het graag over de problemen in Somalië hebben”. „Ons valt niks te verwijten.” Over inhoudelijke aspecten komen we nog te spreken, zo sluit de rechter af.

Achtergronden over de zaak op nrc.nl/piraterij