Rugbyers willen met z'n zevenen naar de Spelen

In oktober kiezen de leden van het IOC twee nieuwe sporten voor de Olympische Spelen van 2016.

Sevens-rugby is een van de zeven kanshebbers.

De kaartjescontroleur van Amsterdam Sevens beeldt bij de ingang van sportpark De Eendracht de gastvrijheid met gespreide armen uit. En hij spreekt klare taal: „Welkom bij rugby, de sport waar geen rotzooi wordt getrapt.”

Het stereotiepe beeld van bonkige mannen en stoere vrouwen die niet spugen in een biertje zal geen rugbyliefhebber ontkrachten, maar associeer de sport niet met hooliganisme. Dan is de wereld te klein.

Rugby mag voor de leek wat onbehouwen ogen, de beoefenaar vindt zichzelf een edelmoedige sporter die het woord respect nog in hoofdletters schrijft. Kom daar in het voetbal eens om. Die nobelheid staat volgens de rugbyers zo dicht bij de olympische gedachte, dat toelating tot het programma van de Olympische Spelen eigenlijk geen vraag behoort te zijn.

Maar dat is het wel, want in oktober kiezen de leden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) uit zeven sporten twee nieuwe voor de Spelen van 2016. Sevens-rugby heeft dan concurrentie van honkbal, softbal, golf, skating, karate en squash.

De minder bekende variant van het fifteen-a-side kent een geschiedenis van 126 jaar, sinds slager Ned Haig in het Schotse Melrose het idee opvatte de zomerperiode te overbruggen met spelers die niet gingen cricketen.

Het vertrouwen in een goede afloop onder rugbyers is groot, blijkt bij Amsterdam Sevens, met 82 teams qua grootte het derde toernooi ter wereld. De olympische geest waarde in Amsterdam al stevig rond.

Neem Waisale Serevi, die wordt gezien als de grootste sevens-rugbyer. De veertigjarige oud-international van de Fiji-eilanden, die als gastspeler van een Engels sterrenteam naar Amsterdam was gekomen, ziet zichzelf al als coach van Fiji een olympische medaille winnen.

Geen idee-fixe gezien de status van het land in sevens-rugby. En dat geeft volgens Serevi precies de waarde van de olympische status aan. „Het traditionele spel wordt gedomineerd door de grote rugbylanden. Maar met zeven spelers zijn ook de kleine landen kansrijk. Goed voor de ontwikkeling en de populariteit van het rugby.”

Serevi’s optimisme is mede gebaseerd op een presentatie die hij vorige maand namens de internationale rugbybond (IRB) in Nieuw-Zeeland voor IOC-leden mocht houden. De man die in Amsterdam vanwege zijn populariteit na afloop van elke wedstrijd met zijn tegenstanders op de teamfoto moest: „Afgaande op hun positieve reacties denk ik dat rugby een goede kans maakt.”

John Eikemans kan bijna niet wachten, want de bondscoach van het Nederlandse sevens-team denkt dat zijn jonge ploeg in 2016 een reële kans op plaatsing voor de Spelen maakt. Hij wil er alles aan doen om dit jaar het EK Sevens in Hannover te bereiken en daarmee een ranking te bewerkstelligen waarmee de drempel voor eventuele olympische kwalificatietoernooien wordt verlaagd.

Eenmaal in een olympisch traject hoopt Eikemans bovendien op meer financiële armslag, want als nationaal team van een armlastige bond is het behelpen. „Tot voor kort kon ik de jongens tijdens trips nog geen lunch aanbieden. Dankzij een sponsor die 3.000 euro schonk, is dat opgelost”, aldus de 62-jarige godfather van de Nederlandse rugbycoaches, die heeft besloten zijn loopbaan te beëindigen als het IOC in oktober negatief over rugby beslist.

Kan de Nederlandse bond een IOC-beslissing nog positief beïnvloeden? Nauwelijks, denkt voorzitter Gerard Kemps. Vanuit de wereldbond wordt elk land gevraagd te lobbyen, maar Kemps ontmoet bij IOC-lid Anton Geesink nauwelijks weerklank. Hij is niet uitgenodigd voor een kennismakingsbezoek aan Amsterdam Sevens. Kemps, licht verongelijkt: „We hebben hem al vaak gevraagd, maar hij reageert nergens op.”

Het IOC zou met een positief besluit in oktober ook Kemps’ bond helpen, omdat rugby bij de herziening van de verdeling van Lottogelden enkele tonnen per jaar is kwijtgeraakt. Eventuele olympische gelden zouden die nood enigszins kunnen verlichten, denkt de bondsvoorzitter.

In die trant denken ook de organisatoren van Amsterdam Sevens, die na 37 jaar hoofdsponsor Heineken zien afhaken. De toernooiorganisatie van een olympische sport maakt het vinden van sponsors iets gemakkelijker, denkt oud-international George de Vries, die Pieter Beelen volgend jaar als voorzitter opvolgt. „Bovenden zie ik internationale kansen voor het Nederlandse rugby, dat bij ‘15’ de aansluiting totaal heeft gemist.”

Hoe geliefd de klassieke vorm van rugby ook is, veel spelers vinden dat bij sevens meer kwaliteit wordt gevraagd. Bob Teijsse, international van beide varianten, huldigt die opvatting. „Met z’n vijftienen kun je wel eens ‘hangen’. Dat is er met z’n zevenen niet bij. Je moet echt goed en conditioneel sterk zijn, omdat de ruimtes groter zijn. Als je even niet oplet heb je een score tegen.”

Teijsse ziet Olympische Spelen wel zitten en zegt er een ‘Bankrasmodel’ voor over te hebben. „Zie wat de waterpolosters in Peking hebben bereikt. Ik zou er best een paar jaar alles voor opzij willen zetten.”