Oudnederlands vanaf vandaag online

'Harja' (National Museum of Denmark)

De best bestudeerde zin uit de Nederlandse taal is zonder enige twijfel „hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic enda thu uuat umbidan uue nu”. Over deze zin, die in 1932 door de Britse taalkundige Kenneth Sisam werd ontdekt achter op de laatste bladzijde van een bundel Oudengelse preken, zijn honderden pagina’s vol geschreven.

Nog altijd denken veel mensen dat dit ook de oudste Nederlandse zin is, maar dat is niet zo. Dit zinnetje, waarmee een Vlaamse monnik naar alle waarschijnlijkheid zijn pen uitprobeerde, dateert uit het eind van de elfde eeuw, terwijl het oudste Nederlandse woord, een plaatsnaam in een Latijns geschrift, al in 107 werd opgetekend. Uit de tussenliggende eeuwen kennen we nog allerlei andere bronnen waarin Oudnederlandse woorden voorkomen, maar toch waren ook veel deskundigen er lang van overtuigd dat er te weinig materiaal was om een Oudnederlands woordenboek mee te vullen.

Iedereen kan nu vaststellen dat zij ongelijk hadden, want bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden is vandaag het Oudnederlands Woordenboek (ONW) online gegaan.

Het ONW beschrijft de woordenschat van het Nederlands van ongeveer 500 tot 1200. Of beter: wat er uit die periode aan woorden is overgeleverd. In totaal gaat het om zo’n 4.500 woorden, waarvan de meeste slechts één keer zijn aangetroffen.

Historische woordenboeken baseren zich op schriftelijke bronnen. Bij de meeste woordenboeken zijn dit boeken, tijdschriften of oude ambtelijke stukken. Wie nu online het ONW bekijkt, en dat is alleszins de moeite waard, komt daarin bronnen tegen die je nooit zult aantreffen in woordenboeken voor een moderne taalfase. Zo zijn er allerlei runeninscripties opgenomen, die afkomstig zijn van onder meer kammen, zwaardgevesten en zogenoemde gebedsstaafjes.

Zo wordt er geciteerd van een gebedsstaafje dat in 1917 in een terp werd aangetroffen, een staafje hout van slechts 1,2 cm. U begrijpt dat de bestudering van het Oudnederlands zeer specialistisch werk is, en de vijfkoppige redactie van het ONW was dan ook tien jaar met dit woordenboek bezig. Een van de mooie dingen van het ONW is dat achter ieder citaat in het Oudnederlands een vertaling staat die het origineel zo dicht mogelijk volgt. Zo wordt hebban olla uogala niet op een poëtische manier vertaald, maar letterlijk als „alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waarop wachten we nu?”

Het belangrijkste is dat met de voltooiing van het ONW de complete wetenschappelijke beschrijving van de Nederlandse woordenschat weer een stap naderbij is gekomen. Via http://gtb.inl.nl/ kunt u vanaf vandaag gratis de drie belangrijkste wetenschappelijke woordenboeken raadplegen: voor het Oudnederlands, voor het Vroegmiddelnederlands (voor de periode 1200 tot 1300) en voor de periode van 1500 tot 1976.

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek