Opera 'The Tempest' is een fenomeen

Eigentijds Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Markus Stenz. Adès: The Tempest. Gehoord: 16/5 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 19/5 20 uur.****

In Engeland werd de opera The Tempest van Thomas Adès (1971) bij de première in 2004 jubelend ontvangen. In de tabloid The Mail on Sunday werd de componist zelfs als een messias onthaald. „Ik denk echt dat Adès er een is”, schreef recensent David Mellor. Zaterdag kon het Nederlandse publiek dan eindelijk live kennisnemen van deze bijzondere opera – tot nu toe waren slechts drie losse scènes te horen, tijdens een Matinee in 2006.

Als je messiassen kunt onderverdelen in ‘verlossers’ (die een last afwerpen) en ‘redders’ (die juist iets voor de ondergang behoeden), valt Adès in de tweede categorie. The Tempest is fenomenaal, overrompelend en vernieuwend, maar volledig vanuit de symfonische operatraditie, die er zo weer wat jaartjes tegenaan kan.

Verhaal en tekst zijn ontleend aan Shakespeares gelijknamige toneelstuk over de door zijn broer verdreven hertog van Milaan, Prospero. Hij slijt als tovenaar zijn dagen op een eiland. Als zijn broer op een dag voorbij vaart, laat hij een storm opsteken. De schipbreukelingen spoelen aan op het eiland, alwaar Prospero na enige verwikkelingen toch tot inkeer komt, mede door de ontluikende liefde tussen zijn dochter Miranda en een van de schipbreukelingen.

Met veel flair zet Adès de muziek in voor het schetsen van sferen, personages en vooral ook grotere ontwikkelingen. Rondom Prospero hangen in het begin donkere, doffe en lage klanken, maar gaandeweg de opera, als hij met zichzelf in het reine komt, klaart dat op. Net zo’n lijn overspant de hele opera. Het voorspel is een vernietigende orkestratie van een storm, het naspel de rustig ruisende branding van een verlaten eiland. Die beeldende benadering maakt dat je zelfs bij een concertante uitvoering geen moment uit het verhaal raakt.

Markus Stenz dirigeerde het voortreffelijk musicerende koor en orkest met grote contrasten. In het solistenelftal waren veel prachtige stemmen aanwezig, hoewel enkelen soms leken te worstelen met de extreme ligging (hoog of laag) van de partijen. Het duo Patricia Risley en Gregory Warren was warm en innemend als liefdeskoppel Miranda en Ferdinand, William Ferguson een droevig eilandmonster Caliban en Simon Keenlyside overtuigend als Prospero. Betoverend hoog en ongrijpbaar klonk Cyndia Sieden in de rol van Ariel, een geest die virtuoos door de lucht giert en gilt, maar in die ijle hoogten ook kan ontroeren.

    • Jochem Valkenburg