Oeuvreprijs voor tekenaars ingesteld

Striptekenaars maken voortaan kans op een staatsprijs. Het Fonds Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) zal met ingang van volgend jaar maart jaarlijks een oeuvreprijs uitreiken aan een striptekenaar „die met zijn strips een bijdrage heeft geleverd aan het Nederlandse beeldverhaal, en daarmee aan het Nederlandse erfgoed.”

Dat heeft minister Plasterk (Cultuur, PvdA) vanmiddag bekendgemaakt bij de opening van een expositie over de strip Sigmund in het Groningse Stripmuseum. Aan de prijs, die de Marten Toonderprijs is gedoopt, is een bedrag van 25.000 euro verbonden. Strips maken deel uit van het Nederlandse erfgoed, zegt Gert Jan Pos, die vorige maand door het Fonds BKVB werd aangesteld als intendant voor de strips.

Er bestaan al andere stripprijzen, zoals de Stripschapprijs en VPRO Hoogste Prijs. Aan de Stripsschapprijs is geen geldbedrag verbonden. De winnaar van de Hoogste Prijs ontvangt 1250 euro. Eerder weigerden genomineerden Hanco Kolk en Peter de Wit deze VPRO-prijs op voorhand, omdat je „beeldverhalen van topkwaliteit niet moet willen belonen met een bedrag dat elke frietkraam kan uitloven.”

Volgens Gert Jan Pos is de nieuwe prijs „een volgende belangrijke stap in de erkenning van strips als serieuze kunstvorm”. Met de benoeming van Pos als stripintendant gaf het Fonds BKVB onlangs al aan de Nederlandse strip een nieuwe impuls te willen geven. Verder ontbrak er lang een serieuze stripopleiding in Nederland. Twee kunstacademies, de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, en Artez Hogeschool in Zwolle, willen in overleg met Pos na de zomer met een stripopleiding beginnen.