Met de diamantjes! wilde ik naar de tv krijsen

Zaterdagavond laat, toen ik onderin het tv-scherm een balkje zag dat aangaf dat zeventien van de tweeënveertig landen hadden gestemd, dus dat we nog flink wat landen te gaan hadden, wist ik het zeker: ik heb het gehad met het Songfestival.

Ik vind het niet meer grappig dat alle artiesten vals zingen, ik vind het niet meer boeiend wat voor latex pakjes ze aangetrokken hebben, het kan me niet meer interesseren dat één deelnemer een blonde afropruik met uitgroei heeft opgezet of dat ze ineens de hora dansen. En die automatisch bestuurbare duikplank van Griekenland – aardig, maar verder ook niets.

Ik ging naar bed. Die jongen van Noorwegen zou vast wel winnen.

Het komt door de Toppers. De Toppers, met hun vermaledijde lied, met hun realitydrama, met die fietslampjes op hun handpalmen en die eeuwigdurende, hoogoplopende discussies over hun kostuums: moesten ze voor het pak met de diamantjes gaan? Of toch maar voor het pak met de mini-tl-buisjes? Of toch maar voor het pak met de diamantjes?

Ik kon het niet meer aan, de afgelopen week. Met de diamantjes! wilde ik naar de tv krijsen. Doe maar gewoon het pak met de diamantjes!

Toen ze in de halve finale stonden en ik ze door de ogen van een willekeurige Azerbeidzjaan of Oekraïener probeerde te bekijken, zag ik drie mannen op leeftijd met weinig zangtalent, waarvan er één heel erg op een oude vrouw leek. (René. Uiteraard.) Toen ze niet naar de finale mochten, hadden de Toppers hun antwoord klaar: ze hadden wél het Songfestival in Nederland op de kaart gezet.

Voor mij hebben ze het Songfestival van de kaart geveegd.

Ik keek zaterdagavond, en de komende zaterdagen, liever naar Ti lascio una canzone, een spetterend songfestival met spiegelwanden, showtrappen en rondborstige blondines zoals je die alleen op RaiUno ziet.

Kinderen van ongeveer nul tot achttien zingen daarin klassiekers uit de pizzeriamuziek, dus veel Laura Pausini en Andrea Bocelli. Of er een wedstrijdelement in zit, is mij nog onduidelijk. Ti lascio is gemaakt volgens de anarchistische Italiaanse tv-principes: er zit geen vaart of volgorde in, iedereen praat door elkaar, en als een kind een leuk lied heeft gezongen, kan het gebeuren dat de jury zegt: ach, zing het gewoon lekker nog een keer.

En dan zingt zo’n kind met bruine pijpekrullen en lieve, vooruitstekende tandjes gewoon nog een keer Viveme. Zuiver, met overgave, en stijlvol gekleed. Een verademing.

    • Aaf Brandt Corstius