Kastomaat is het eetbaarst

‘Zal ik tomaten à la crème maken?” vroeg ik omdat ik me ineens heel goed iets zoets en roods en zachts en romigs voor kon stellen voor ’s avonds en ik bovendien nog een halve pot heerlijke crème fraîche d’Isigny had.

Een goed idee. Nieuwe aardappelen erbij dacht ik, met veel verse kruiden en misschien zou ik er nog een bonensalade bij maken – dik in orde allemaal. Vanavond zaten wij goed.

Maar in de middag verklaarde de man ineens dat hij eigenlijk enorm zin had in de garnalen die hij in de vriezer wist te liggen. Oh, hij zou ontzaglijk veel garnalen op kunnen. Wist ik nog van die keer dat we álle garnalen van het restaurant hadden opgegeten? Op Kreta?

Nou en of. Steeds bestelden we een nieuw schoteltje, omdat de gesprekken, de uitzichten, de retsina en het welbehagen maar geen eind namen. Tot we tamelijk dronken waren en geheel garnaalkleurig en de tavernaman ‘het spijt me’ moest zeggen.

Dat waren heel gewone gekookte grote garnalen, met niks erbij dan een schijfje citroen. Maar ja, als je pal aan zee zit in de stilte van de middag, dan heb je ook niets anders nodig.

Op een avond in april ligt dat anders.

Er is een tijd geweest, en die ligt nog maar zéér kort achter ons, dat er eigenlijk helemaal geen tomaten gegeten mochten worden in april. Geloofsovertuiging. Tomaten kunnen alleen als het tomatentijd is, dus vanaf juli tot eh, ja tot wanneer mocht het, oktober misschien. Vanwege seizoen en smaak en milieu enzo. Maar het is geen doen, zo’n overtuiging, vooral niet omdat de tomaten uit de kassen ongeveer de enige eetbare tomaten zijn, ook ’s zomers. En sinds ik weet dat kassen helemaal geen energie hoven te kosten maar energie kunnen opleveren, sta ik er minder vijandig tegenover. Al zou je dan wel weer graag willen weten of de tomaten die je eet uit zo’n energieleverantiekas komen of juist uit een ouderwetse energieslorper.

Hè fijn, nóg een nieuw logootje.

Maar het idee tomaten en het idee room stonden al, dus nu die garnalen daarbij kwamen was het duidelijk dat ze in een tomaten roomsaus over eierpasta zouden gaan. Met basilicum – ach, gewoon een beetje vooruitlopen op zomerse smaken, dat mag wel af en toe.

Snij de tomaten in vieren. Maak de olie in een koekenpan gloeiend heet, en leg er de tomaten in met een snijkant naar beneden. Laat ze schroeien, draai ze op een andere zij en schroei die ook lekker. Prik intussen met een vork in de velkant zodat er wat sap uitloopt. Doe er de basilicum bij (bewaar wat voor straks over het geheel), bestrooi alles met peper en zout en suiker, doe er de room bij. Laat even lekker bubbelen, en haal van het gas.

Zet water op voor de pasta. Pel de garnalen (dat is in het algemeen jammer van de smaak, maar je wilt niet met je vingers door de tomatensaus hoeven graven om ze alsnog aan tafel te pellen). Bak ze in een andere koekenpan kort tot ze roze zijn.

Kook de pasta gaar. Zet de tomaten weer op het vuur en voeg als de room weer kookt een lepel cognac toe. Laat even bubbelen, doe er de garnalen bij. Giet de pasta af, bedek met de garnalensaus en strooi er basilicum overheen.