Kahn: de charme van het grillige

Pop Bat For Lashes. Gehoord: 16/5 Melkweg, Amsterdam. ***

Rond zangeres Natasha Khan, een in Engeland geboren Pakistaanse, hangt een waas van geheimzinnigheid. Haar artiestennaam Bat For Lashes wekt associaties met de gothic-muziekstijl, haar zang heeft in de verte gelijkenis met Siouxsie Sioux, verantwoordelijk voor drie generaties jongeren met zwartgeverfde vogelnestkapsels en uitgelopen mascara. Maar Natasha Khan onttrekt zich aan stereotypen: in haar liedjes bestrijkt ze het brede gebied van sixties-girlgroups en elegante elektronica tot de exotica van krassende Indiase strijkers. In deze verscheidenheid is haar stem het baken. Niet heel krachtig maar met gracieus glijden langs noten die elkaar in andere muziek doorgaans niet tegenkomen; net als Kate Bush en Björk zoekt Khan de charme van het grillige. Die leidde op haar onlangs verschenen tweede cd Two Suns tot mooie nummers als Daniel en Siren Song.

In een uitverkochte Melkweg klonk de muziek van Kahn in een duistere ambiance, met schemerlampen en opgezette herten. De muzikanten gaven met onder meer pauken en klavecimbel een weelderige uitvoering aan de nummers, vooral die waarin een clubbeat de stuwing gaf. Maar Khans presentatie was wisselvallig. Soms, als ze met de motoriek van een langpootmug over het podium fladderde, brak er iets van een glimlach door, maar meestal was ze gereserveerd en ongemakkelijk. Daardoor klonk ook haar stem ingehouden. Ze zou meer gebruik kunnen maken van multi-instrumentaliste Charlotte Hatherley als sidekick, zoals ze deed in één indrukwekkend liedje, samen gezeten achter een keyboard. Nu moest Khan bij ieder nummer weer op gang komen, om aan het eind voluit te galmen. Dan klonk ze overtuigend, als een verdoolde ijskoningin die haar noodkreet tegen ijswanden laat kaatsen.

    • Hester Carvalho