Joanie de Rijke, overleefde Talibaan

In de nacht nadat hij haar voor het eerst verkrachtte, delen de Nederlandse journaliste Joanie de Rijke en Talibaan-commandant Ghazi opnieuw een slaapzak. ‘Zijn vingers sluiten zich met kracht om mijn vingers zodat ik ongewild in hem knijp. Minuten later trekt hij mijn hand van zijn penis af. Ik begin te begrijpen wat hij wil duidelijk maken. Hij is zo hitsig als wat, maar probeert zich uit alle macht te beheersen. Op slag verdwijnt mijn haat. Dit is zijn manier om spijt te betuigen’, schrijft Joanie de Rijke.

De Rijke overleefde in november 2008 een zes dagen durende gijzeling door de Talibaan en doet nu haar relaas in In handen van de Taliban (De Geus, € 18,90). Bedoeling van De Rijke was een interview met Ghazi. Kort tevoren heeft deze Talibaan-commandant een grondgevecht met de NAVO gewonnen. Tien Franse paramilitairen kwamen om het leven. Unembedded reist De Rijke naar Ghazi’s onherbergzame Sorobi-district, maar eenmaal aangekomen neemt hij haar prompt in gijzeling. Twee miljoen dollar eist hij.

Op een aantal angstige momenten na, waarin ze dreigen haar de keel af te snijden, hebben Joanie en de krijgers het best met elkaar naar de zin. Commandant Ghazi vindt geflirt met andere Talibaan best, maar haar lichaam betasten mag alleen hij. In het licht van de halfvolle maan bekijkt De Rijke haar ontvoerder. ‘Zijn lange zwarte haar, zijn fonkelende ogen en krullende baard stralen zo’n ontembare drang naar revolutie uit, dat ik een gevoel van heimwee krijg. [...] Hij pakt mijn hoofd met zijn beide handen vast en kust me.’ Zelfs de beste keukenmeidenroman kan hier nauwelijks tegenop.

Als lezer word je gemanipuleerd. Schrijfster en uitgever vragen respect voor het slachtoffer van een wrede verkrachter. Als fatsoenlijk mens wil je dat ook geven, maar dat wordt je moeilijk gemaakt. Uitgeverij De Geus suggereert op de omslag dat De Rijke lijdt aan een stockholmsyndroom, maar je begrip voor haar brokkelt verder af met iedere passage waarin ze zich verliest in erotische overpeinzingen.

Haar interview in het tv-programma Pauw & Witteman twee weken na haar vrijlating, hielp ook al niet. Ze verzekerde dat de Talibaan haar fysiek niets hadden aangedaan. Loog ze toen? Of liegt ze nu, in het boek?

De Geus had deze auteur tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. Dat had gekund door het voorwoord in het boek niet te gunnen aan ene prins Abdul Ali Seraj, die schrijft hoe ‘lieftallig, mooi en elegant’ hij De Rijke bevond, maar aan bijvoorbeeld een traumadeskundige, die had kunnen uitleggen hoe het stockholmsyndroom werkt en met welke ogen we het relaas zouden moeten lezen.

Als een belangrijke reden om dit boek uit te brengen, noemt De Geus dat het een bijdrage levert aan ‘aanscherping van standpunten over politieke bemoeienis bij ontvoeringen, belangrijker dan ooit, nu gijzeling vaker voorkomt’. Maar scherper dan het politieke standpunt al is, kan het niet worden. Bij ontvoeringen onderhandelt de Nederlandse overheid niet, omdat je door betalen ontvoeringen alleen maar stimuleert. En nu wordt gepubliceerd dat er voor De Rijke 137.000 dollar is betaald.

Als lezer nog steeds op zoek naar de mogelijkheid dat De Rijke het respect verdient dat je slachtoffers graag wilt geven, google je naar de verhalen die ze eerder schreef. Je belandt op de site van P-magazine, waar fotoreportages worden beloofd van meisjes in natte T-shirts en blote verpleegstersoutfits. ‘Joanie De Rijke Op Taliban-jacht’ komt na een verhaal over het ‘Kill My Pussy’-experiment. Lezers mogen hun stem uitbrengen: willen ze een vrouw die is vreemdgegaan straffen door haar kat live op internet in een bankschroef te pletten, of niet?

Linda Polman