In het octaaf passen ook 31 tonen

Eigentijds Inwijding Fokker-orgel. Gehoord: 17/5 BAM-zaal Muziekgebouw aan ’t IJ.****

Zijn twaalf tonen genoeg? Als u een piano heeft, zitten er per octaaf waarschijnlijk twaalf toetsen op; vijf zwarte en zeven witte. Zo gaat dat immers al eeuwen, die twaalf voldoen prima voor de meeste muziek. Toch waren en zijn er altijd componisten die méér tonen per octaaf willen gebruiken. 31 bijvoorbeeld.

In 1950 liet professor Adriaan Fokker (ja, familie van), een orgel bouwen met het al in de 17de eeuw door Christiaan Huygens bedachte 31-toonstelsel. Huygens wilde het verschil hoorbaar maken tussen verhoogde tonen (met een kruis) en verlaagde tonen (met een mol). Op een moderne piano speel je de tonen dis (de verhoogde d) en es (de verlaagde e) bijvoorbeeld op dezelfde toets, maar eigenlijk zou er een subtiel verschil moeten zijn. Op het Fokker-orgel is dat er ook daadwerkelijk. De verschillen bleken goed te kunnen worden gebruikt voor nieuwe, zogeheten microtonale muziek.

Het orgel werd geïnstalleerd in het Teylers Museum in Haarlem, waar sinds 1950 geregeld microtonaal werk klonk van moderne componisten als Badings, Wyschnegradsky en Schat. Maar nadat het orgel plaats moest maken voor een invalidenlift stond het tien jaar in opslag. Gisteren werd het orgel eindelijk ingewijd op de nieuwe vaste standplaats: de BAM-zaal, hoog bovenin het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Het orgel is als het ware opengevouwen boven de brede glazen pui, met uitzicht op IJ en Centraal Station. Het mooist is het dubbele manuaal, met een duizelingwekkende hoeveelheid kleine toetsjes. Nieuwe troef is dat het orgel MIDI heeft gekregen: het kan worden bestuurd met de computer, of een computer aansturen.

Componist Danny de Graan liet horen welke fantastische mogelijkheden dat biedt: zijn voor de gelegenheid geschreven Forma, voor computergestuurd Fokker-orgel, bleek een fascinerend, Xenakis-achtig spel van strak afgemeten geluidsblokken en veelsoortige glissando’s (want dat kan eindelijk op dit orgel), beginnend vanuit een klepperende regenbui.

Een improvisatiesessie door Guus Janssen viel wat tegen, vooral doordat Janssen te veel in het vertrouwde tonale idioom bleef hangen, en zo niet verder kwam dan wat quasivalse smartlappen. Jos Zwaanenburg speelde een dromerig eigen werk uit 1991 voor fluit, 31-toonsorgel en elektronica.

Muziek uit Huygens’ tijd klonk ook: La Barca Leyden gaf een voorbeeldige uitvoering van werk van Charles Delusse (1720-1774), die in zijn tijd al de microtonale mogelijkheden onderzocht, en een stuk van Händel, in de ‘authentieke’ middentoonstemming.

Fokker-organist Joop van Goozen, die tien jaar niet op het instrument kon spelen, leek nog wat stram in de vingers, maar speelde desondanks twee overtuigende stukken van Henk Badings, en twee aandoenlijke eigen probeersels van professor Fokker – duidelijk meer wetenschapper dan kunstenaar.

Informatie over het Fokker-orgel op www.huygens-fokker.org

    • Jochem Valkenburg