Hoe hoger de eisen, hoe hoger het niveau

Vandaag zijn de centrale examens in het voortgezet onderwijs van start gegaan. Het moment om de balans op te maken over de niveaudaling. Vandaag: het vak Nederlands.

Leerlingen van het Christelijk Gymnasium Utrecht bekeken vanmiddag, na afloop van het vwo-examen Nederlands, de opgaven. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Nederland, Culemborg, 15-05-2009 Margot de Wit, Lerares Nederlands. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Waar ligt de grens tussen hoge literatuur en populaire amusementslectuur? En hoe belangrijk is algemene culturele vorming voor bestuurders?

Daar gingen de teksten over, vanochtend op het vwo-eindexamen Nederlands. Het was het eerste centrale examen van schooljaar 2008/2009 op vmbo, havo en vwo.

Leerlingen vonden het toch wel moeilijk, zegt Margot de Wit. Ze is lerares Nederlands op het Pierson College in Den Bosch en voorzitter van de sectie Nederlands van lerarenbelangenvereniging Levende Talen. Maar zelf vond De Wit het een mooi examen. „Niets dan lof. Vorige jaren gingen teksten Nederlands vaak over kernenergie, of over het milieu. Ook heel interessant hoor, maar dat lezen ze ook al bij andere vakken. Deze teksten gingen écht over Nederlands. Goed om dit aan vwo-leerlingen mee te geven, als grand dessert van hun schoolcarrière.”

De leerlingen kunnen wel een degelijk examen gebruiken. Want het niveau van het onderwijs daalt de laatste jaren, hebben zowel de Inspectie van het Onderwijs als minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) vorig jaar geconstateerd.

Daar kan De Wit, die al meer dan 25 jaar voor de klas staat, zich wel wat bij voorstellen.

Aan de ene kant kunnen leerlingen zich mondeling nu veel beter en gemakkelijker presenteren dan vroeger, zegt ze. Maar ze ziet ook dat leerlingen zich schriftelijk minder goed kunnen uiten. „Scholieren hebben meer problemen met spellen, kunnen vaak minder goed formuleren. Beheersen de basisregels van de grammatica steeds minder.” In de jaren tachtig hoefde ze amper aandacht te besteden aan spelling en grammatica. Tegenwoordig is ze daar veel meer tijd aan kwijt.

Hoe dat komt?

Het vak heeft nogal wat ontwikkelingen moeten trotseren, zegt De Wit.

Allereerst is het met de komst van de Tweede Fase, in 1998, uitgebreid met spreekvaardigheid, argumentatieleer en het onder woorden brengen van de leesbeleving, in het literatuuronderwijs.

Heel goed dat dat gebeurde, zegt De Wit. Maar het aantal uren voor het vak Nederlands werd niet uitgebreid. „Veel scholen hebben het aantal uren Nederlands juist beperkt. Taalvaardigheid komt wel bij andere vakken aan bod, denken ze.”

Ook kregen basisscholen een breder takenpakket. Ze moeten nu bijvoorbeeld voorlichting geven over alcohol, gezonde voeding en pesten, waardoor er minder tijd overblijft voor spelling en grammatica. Er kwamen ook meer spellingsmethoden op de basisschool, die verwarring opleverden. Leraren Nederlands in het voortgezet onderwijs moesten ook op grond daarvan harder werken om het niveau te garanderen.

Tegelijkertijd bleef de werkdruk van leraren Nederlands groeien, zegt De Wit. Het vak is verplicht, dus zitten de klassen altijd bomvol. Dat geeft een enorme druk op leraren, bijvoorbeeld bij het nakijken van proefwerken en schrijfopdrachten.

Ook zijn de klassen de afgelopen twintig jaar drukker geworden, zegt De Wit. Er kwamen meer kinderen met dyslexie, gedragsproblemen, adhd, autisme. „En ook de jongerencultuur is niet echt bevorderlijk voor het besef onder leerlingen dat een verzorgde taaletiquette er wel degelijk toe doet.” Ze zitten bijvoorbeeld snel te sms’en en te msn’en in hun eigen koeterwaals.

Vanaf 2012 komen er strengere exameneisen voor vwo en havo. Gemiddeld moet voor alle vakken op het centraal examen een voldoende zijn behaald, en voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde mogen leerlingen nog maar één vijf halen. Levende Talen is daar niet tegen, zegt De Wit. „Alles wat het vak dient, vind ik prima. Maar daarvoor moeten leraren Nederlands wel worden gefaciliteerd.” Met kleinere klassen, met meer tijd voor correctiewerk.

Het examen Nederlands zou wat De Wit betreft best wat moeilijker mogen worden. Leerlingen moeten nu een tekst samenvatten, waarbij al wordt verteld welke elementen erin moeten staan. „Ik vind dat eigenlijk te makkelijk, zeker voor vwo-leerlingen.”

De Wit zou in plaats daarvan willen dat het schrijven weer terugkomt op het examen. Dat verdween in 1998. „Ik heb dat altijd jammer gevonden. Vooral vanwege de grote hoeveelheid klachten over de schriftelijke taalvaardigheid van studenten die binnenkomen in het hoger onderwijs. Als een vakonderdeel in het eindexamen zit, krijgt het meer aanzien.”

Verder moet in het hele onderwijs het besef terugkeren dat een goede beheersing van het Nederlands belangrijk is, vindt De Wit. Er zouden niet alleen punten moeten worden afgetrokken voor spelfouten in de samenvatting, maar ook bij het beantwoorden van de open vragen. Ook andere leraren, bijvoorbeeld die van scheikunde en geschiedenis, moeten weer op spelling letten. Anders verandert het gedrag van leerlingen niet, zegt ze.

Neem haar eigen zoon. Die leverde voor het vak geschiedenis ooit een werkstuk in dat bol stond van de spelfouten, hoewel hij heel goed kan spellen. De Wit: „Toen ik hem vroeg waarom hij al die fouten had gemaakt, zei hij: ‘daar let mijn docent niet op’. Daar ligt dus een deel van de oplossing. Als scholieren weten dat het niet belangrijk is, doen ze er ook niets aan. Andersom geldt: als er wel op wordt gelet, maken ze er wel degelijk werk van. Pubers zoeken de mazen van de wet op.”

    • Japke-d. Bouma