Grote banken moeten boeten voor hun omvang

Nederland is niet gebaat bij grote banken die het land in problemen brengen als zij omvallen. Met heffingen moeten grote banken teruggedrongen worden, meent Paul Tang.

Is het in het Nederlands belang om grote banken te hebben die niet alleen ‘too big to fail’ maar ook ‘too big to save’ zijn? En is het in het Nederlands belang om een grote financiële sector te hebben? Het zijn wezenlijke vragen na de ingrepen van minister Bos in de financiële sector. Door in te grijpen bij banken heeft Nederland de staatsschuld flink zien oplopen. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de VS kennen een grotere toename van de staatschuld. Dit geld is niet verdwenen, maar veilig is het evenmin.

Banken worden groot door overnames in het buitenland. Maar het toezicht is Europees noch mondiaal. In een noodsituatie moet snel een beslissing worden genomen over een internationale bank. Dat is moeilijk met de vele nationale toezichthouders en regeringen. De geschiedenis van Fortis/ABN Amro is treffend. De betrokken landen konden in tijdnood geen andere oplossing vinden dan de bank in stukken te hakken, langs nationale lijnen. Om herhaling te voorkomen, moeten er Europese afspraken komen. Wie beslist wanneer en wie betaalt? Op dit moment bestaat er niet eens een voorstel daartoe – het zou direct sneuvelen op een veto van Gordon Brown die the City onder Engels toezicht wil houden.

Het antwoord is ook niet te vinden in de lijst aanbevelingen van de commissie-Maas. Dat was misschien te veel gevraagd van een commissie met louter leden uit de financiële sector.

Op de lijst van aanbevelingen hoorde te staan: een bank betaalt een hogere premie voor een depositogarantie of heeft een groter kapitaalvereiste naarmate een bank groter is. Banken moeten niet te groot zijn om gered te kunnen worden. Liever veel kleine banken dan enkele grote. Daarmee voorkom je een nieuw IJsland.

De idee van klein en veilig zal door de sector niet juichend ontvangen worden. Het betekent een breuk in het denken, zowel voor bankiers als toezichthouders. Zo drong De Nederlandsche Bank in het verleden aan op een fusie tussen ABN-Amro en ING. Dat moest leiden tot een nieuwe nationale kampioen – met meer prestige voor de toezichthouder. Maar dat zou hebben geleid tot een reus op lemen voeten. De val van zo’n reus zou Nederland nog grotere schade hebben opgeleverd.

Het terugdringen van grote banken zal ook door beleidsmakers niet juichend onthaald worden. Lange tijd is trots gewezen op het hoge aandeel van de financiële sector in het nationaal inkomen. De angst bestaat dat deze regulering de groei en omvang van de sector zal remmen. Dat is maar de vraag. De samenhang tussen financiële ontwikkeling en economische groei is fragiel. Bovendien kunnen weinig mensen concrete voorbeelden geven van innovaties uit de financiële sector als bron van groei. Paul Volcker, destijds voorzitter van de Federal Reserve, gaf waarschijnlijk nog het beste voorbeeld van financiële innovatie: de pinautomaat. Het is waar: het betalingsverkeer doen Nederlandse banken goed en goedkoop. Het heeft echter weinig te maken met geavanceerde dienstverlening en complexe financiële producten.

Veel mensen weten daarentegen concrete voorbeelden te geven van fiasco’s: woekerpolissen, de mislukte beursgang van World Online, een op de vier hypotheekadviezen deugt niet, een op de vijf koopstarters heeft een hypotheekschuld van meer dan vijf keer het inkomen, enzovoort. Als de economische schade en menselijke ellende hiervan tot uitdrukking zouden komen in de statistieken, kun je twijfelen aan de toegevoegde waarde van de financiële sector. Maar zelfs als het waar is dat regulering het economische potentieel van de financiële sector beperkt, dan is het die prijs waard.

Er is al sprake van een correctie. Door de kredietcrisis is de ontwikkeling van steeds grotere, steeds internationalere banken een halt toegeroepen. Banken zijn door nationale overheden gered en zijn daarmee nationaler geworden. Bovendien, de financiële sector zal krimpen. Niet langer zullen de knapste koppen werken bij de banken. Zij (vooral bèta’s) zullen emplooi vinden bij andere bedrijven in de reële economie.

Vorig jaar schreef minister-president Balkenende nog dat Nederland de komende tien jaar kansen als financieel centrum heeft. Het wordt tijd om dat denken te doorbreken. We moeten kiezen voor klein en veilig. Nederland heeft geen behoefte aan lemen reuzen.

Paul Tang is Tweede Kamerlid namens de Partij van de Arbeid

    • Paul Tang