Gevonden amateurfoto's vertellen geen verhaal

Roddelbladfotograaf Joop van Tellingen aan het werk. (Foto Martijn van de Griendt) foto/copyright: Martijn van de Griendt Griendt, Martijn van de

Fotografie Epson Fotofestival Naarden, t/m 14 juni op negen locaties in Naarden-Vesting. www.fotofestivalnaarden.nl***

Het Fotofestival in Naarden staat dit jaar in het teken van de verhalende fotografie. Op negen locaties in het vestingstadje blijkt dat met die term soms doodgewone kiekjes worden bedoeld, die het moeten hebben van het verhaal erachter. Opvallend veel fotografen presenteren gevonden amateurfoto’s, al dan niet aangevuld met eigen werk. Zo toont Monique Scuric in haar video-installatie Re(-)collect foto’s van meubels en andere zaken die ‘wegens overlijden’ op internet werden aangeboden. Spullen uit een voorbij leven, door de adverteerders gefotografeerd in half onttakelde interieurs.

De wetenschap dat de eigenaar gestorven is maakt de foto’s natuurlijk wat treuriger, maar echt aangrijpend zijn ze niet. Misschien omdat de verhalen hier niet verteld zijn door fotografen met oog voor detail. We zien zonder veel beleid gemaakte flitsfoto’s van over het algemeen nogal lelijke, inwisselbare banken, tafels, kasten en schemerlampen. En dus is je reactie op Scurics installatie vooral: goed dat er vergankelijkheid is. Alleen de echt persoonlijke bezittingen zijn waardevol. Foto’s, bijvoorbeeld. Van mensen en plekken, die uniek zijn en met het verstrijken van de tijd nog veranderen ook.

Petra Stavast maakte zelf foto’s van een onttakeld interieur. In een Italiaans dorp vond ze een huis dat al jaren niet meer bewoond werd. De bewoners, Enzo en Delia Samà, zijn in 1990 en 1991 overleden, maar hun hele inboedel stond er nog. Wel was er in de loop der jaren geregeld ingebroken. Kasten en laden stonden open, vloeren en tafels waren bezaaid met kleding en spullen. Stavasts grote, scherpe foto’s van die puinhoop in zacht strijklicht maken de indruk die de Marktplaats-kiekjes niet of nauwelijks maken. En dit is nog maar het begin van haar verhaal. Want tussen alle rommel in het huis trof ze een verzameling foto’s en brieven aan, die Delia tussen 1966 en 1988 waren toegestuurd door Libero, haar broer in Amerika. Op de foto’s zijn vooral Libero’s zoon en dochter te zien. Thuis of op reis, verkleed op feestdagen of op hun paasbest bij het afstuderen. Je ziet de kinderen opgroeien en hun ouders ouder worden.

Stavast besluit haar tentoonstelling met portretfoto’s van de kinderen nu. Ze heeft Libero junior en Valeria, inmiddels veertigers, weten te traceren in Pennsauken, New Jersey, en hen de foto’s van hun Italiaanse tante gebracht. De hoogstpersoonlijke bezittingen die niet verloren mochten gaan. Op haar laatste foto zien we Libero’s woonkamer in Pennsaukenmet de familiefoto’s op de salontafel. Kijk, dat is een eigen beeldverhaal, waarin de gevonden foto’s op een vanzelfsprekende manier zijn verwerkt.

In de Grote Kerk zijn foto’s te zien van de roddelbladfotografen Edwin Smulders en Joop van Tellingen. Zij zijn niet zulke amateurs als de Marktplaats-adverteerders, maar toch ook niet beter dan de gemiddelde bruiloftfotograaf. Ze vereeuwigen koninklijke en andere bekende Nederlanders die in en uit auto’s stappen, op vakantie zijn of in nette kleren iets feestelijks bijwonen. De composities zijn meestal saai en voor de hand liggend en echte verhalen zijn er niet. Als je even vergeet wie de gefotografeerden zijn, hebben de foto’s niet meer te betekenen dan de familieportretten van Libero Greco of een andere wildvreemde.

Veel interessanter is een fotoserie van Martijn van de Griendt, op grote panelen rondom de kerk. Hij legde Smulders en Van Tellingen vast tijdens hun werk. De paparazzi die beroemdheden volgen zijn op hun beurt dus gevolgd door een echt begaafde fotojournalist. Iemand die zijn composities en momenten zo kiest dat één beeld een heel verhaal vertelt. Het beeld, bijvoorbeeld, van Van Tellingen die het schermpje van zijn camera laat zien aan een dame in galajurk. Een portier in uniform houdt haar een paraplu boven het hoofd. Het doet er niet toe wie deze vrouw is. Je begrijpt onmiddellijk: zij is zojuist door de paparazzo gefotografeerd en nu bekijken ze samen of ze er leuk op staat. Van de Griendt heeft de glamour in de kaart gekeken.

Zo is overal op het Naardens Fotofestival te zien hoe verhalende fotografie werkt. Of niet werkt. Een goede verhalende fotograaf legt alledaagse interieurs zo vast, dat ze veelzeggend worden. Die gaat misschien net als Monique Scuric met haar marktplaats-installaties van een concept uit, maar maakt daar iets visueels van. En hij trekt zich niet op aan de beroemdheid van een model, maar weet een onbekend iemand zo te fotograferen dat hij of zij van belang is – al was het maar voor dat ene beeld. Het fotografenduo Stijn Ghijsen en Marie-José Jongerius wijdde een fotoserie aan een zekere Shirley. Shirley is een Japans-Amerikaans meisje met bolle wangen, een bloempotkapsel en een grote zwarte bril. Maar in de uitgebalanceerde, filmische kleurenfoto’s van het duo is zij mooi en interessant, op steeds een andere manier. Foto’s waarin het gewone ongewoon wordt, daarvoor kom je toch eigenlijk naar zo’n festival.

    • Gijsbert van der Wal