Gesis en applaus om Von Triers 'Antichrist'

De nieuwe film van Lars von Trier, ‘Antichrist’, die gisteren op het festival van Cannes in première ging, heeft alles in zich om een schandaalfilm te worden.

Op zich is het niet goed als kijkers giechelen bij horror, al klonk dat giechelen gisteravond vaak nerveus. Beter is het als vanuit de zaal kreten als „Nee, nee, nee!” klinken als iemand een schaar in iets heel anders dan karton dreigt te zetten. Alsof dat Lars von Trier tegenhoudt.

Gesis, boegeroep, applaus, gefluit: de Deense regisseur Von Trier liet in Cannes een geschokte en verdeelde zaal achter bij de eerste vertoning van zijn Antichrist. Een film die alles in zich heeft om die schandaalfilm te worden die je echt zelf gezien moet hebben om te kunnen oordelen.

Von Trier, die op dit festival met de Björk-musical Dancer in the Dark in 2000 de Gouden Palm won, komt ditmaal met psychohorror, zo’n film waarbij de dreiging van binnenuit komt. In eerdere films zocht hij naar ultiem minimalisme. In Breaking the Waves beperkte hij zich tot natuurlijk licht en handcamera’s; in Dogville en Manderlay vervingen krijtlijnen op de grond de decors. In Antichrist trekt hij de trukendoos juist zo wijd mogelijk open. De film is zo zwanger aan freudiaanse referenties, hoogbarokke, manipulatieve beelden, 18+-pornografie en sluwe grapjes dat je er eindeloos ruzie over kan maken.

In de productiemap omschrijft Von Trier Antichrist als therapie voor zijn twee jaar durende depressie en „de belangrijkste film in zijn loopbaan”. Dat is je laatste film natuurlijk altijd, maar met Antichrist lijkt hij zich los te maken van zijn benauwend minimalisme: een protestant heeft zich tot het katholicisme bekeerd.

In Antichrist trekt een therapeut (Willem Dafoe) zich met zijn vrouw (Charlotte Gainsbourg) terug in een boshutje genaamd Eden om de dood van een overleden zoontje te verwerken. De vrouw lijkt bijna catatonisch van rouw, woede en wanhoop en moet bij wijze van ‘cognitieve therapie’ naar de plek die ze het meest vreest – een knipoog naar het gegeven dat de personages in horror altijd koppig de plekken opzoeken die ze beter kunnen mijden. Von Trier werd recentelijk aan vergelijkbare cognitieve therapie onderworpen, voor zijn morbide vliegangst: „Daarbij laten de therapeuten je bijvoorbeeld in een afgrond springen om je hoogtevrees te overwinnen. Dat schijnt goede resultaten op te leveren, als de afgrond niet te diep is.” Von Trier arriveerde in Cannes per auto.

Bij de verstokte ironicus Von Trier blijft de bodem van de afgrond altijd buiten zicht. Je kan achter Antichrist een weinig subtiel, bloedig debat tussen Adam en Eva, ratio en gevoel, cultuur en natuur vermoeden. Je kan het ook chaotische horror met pretenties noemen. Maar in de kern is het dezelfde film die Von Trier in steeds nieuwe verpakking maakt: een strijd tussen de seksen, waarbij Von Trier met misogyne zinsnedes als „een huilende vrouw is een sluwe vrouw” de vrouwelijke kijkers niet aan zich zal verplichten.

De film past in een hoofdprogramma dat topzwaar is aan hoogwaardige of verknipte genrefilms: kostuumdrama (Jane Campion, Bright Star), vampierfilm (Park Chan-wook, Thirst) periodekomedie (Ang Lee, Taking Woodstock) en gangsterfilm (Johnnie To, Vengeance). De filmmakers komen er schaamteloos voor uit in Cannes, toch het mekka van de auteursfilm. „Ik wilde eigenlijk meer een genrefilm maken”, zei Jacques Audiard zaterdag koeltjes over zijn Un Prophète (voortreffelijk gevangenisdrama) toen een journaliste er een kritiek op het etnisch verdeelde Frankrijk en het gevangenissysteem in wilde zien.

En Quentin Tarantino moet nog arriveren.

    • Coen van Zwol