'Een stijve hark in de stoere-mannenmuziek'

Vroeger had Jarvis Cocker zijn band Pulp. Nu brengt hij zijn tweede soloplaat uit, na de ontdekking van de rocker in zichzelf. Hij rockt als nooit tevoren. „Maar wel met een element van ironie.”

Jarvis Cocker: "Pulp bestond ruim tien jaar met vallen en opstaan toen het succes zich aandiende. Voor ons werkte het destructief." (Foto's Rankin Photography/Rough Trade) Rankin Photography;Rough Trade

„Een songtekst kan mij niet direct genoeg zijn”, zegt Jarvis Cocker. „Tegen mijn zin heb ik de reputatie gekregen van een handig verhalenverteller. Maar in mijn teksten beschrijf ik praktisch alleen zaken die me werkelijk zijn overkomen. Dingen die echt gebeurd zijn maken veel meer indruk dan ingewikkelde verzinsels.”

Cocker (46), die met doordachte nummers als Common people van zijn vroegere groep Pulp gold als de intellectueel onder de Britpopmuzikanten, gooit het over een andere boeg op zijn tweede soloplaat Further Complications. Hij klinkt ruiger dan ooit in Leftovers en Angela, nummers waarin hij schaamteloos fantaseert over gedroomde relaties met onbereikbare vrouwen. Homewrecker bevat een uit de bocht vliegende saxsolo van Steve Mackay, dezelfde die in 1970 al meedeed op het album Fun House van The Stooges. Jarvis Cocker rockt als nooit tevoren.

Hij ziet er bepaald niet uit als een popster, met zijn enorme bril, strak colbert en grijzend baardje. Cocker groeide op in Sheffield waar hij met Pulp een significante bijdrage leverde aan de Britpop van de jaren negentig. Nadien verhuisde hij naar Parijs, de liefde achterna. Het huwelijk strandde maar voor zijn zesjarige zoontje blijft hij er wonen.

Ontheemd voelt hij zich niet. „Ik reis veel en gemakkelijk. Gisteren Manchester, vandaag Bussel, morgen mijn zoon van school halen in Parijs.”

Artistiek voelt hij zich verwant met de in 1991 overleden Serge Gainsbourg. Cocker schreef songs voor diens dochter Charlotte en werkte met het Parijse elektronische duo Air. Tijdens een verblijf in Chicago bracht een bandlid hem op het idee om de studio van Steve Albini te bezoeken. „We namen een paar nummers op en het klikte. Albini noemt zich geen producer; hij neemt bands op zoals ze in het echt klinken. Rauw, puur en ongekunsteld.”

Aan de Britpopperiode bewaart Cocker weinig goede herinneringen. Tot vervelens toe wordt hij herinnerd aan het beruchte moment in 1996, toen hij bij de uitreiking van de Brit Awards op het podium sprong om een megalomaan optreden van Michael Jackson te verstoren. „Mensen probeerden mij een heldenrol toe te dichten, maar ik was in die tijd veelvuldig de controle over mezelf kwijt. Pulp bestond al meer dan tien jaar met vallen en opstaan toen het succes zich aandiende. Voor sommige artiesten zou het heilzaam zijn om zo’n lange aanloop naar het succes te hebben. Voor ons werkte het destructief; ik kwam terecht in een mallemolen die me gek maakte.”

Het leven is een aaneenschakeling van ingewikkelde keuzes en situaties, wil Cocker uitdrukken met de albumtitel Further Complications. „Ik had gehoopt dat het zou afnemen naarmate ik ouder word, maar dat blijkt niet het geval. Gelukkig, want waar zou ik mijn inspiratie vandaan moeten halen wanneer alles voorspelbaar was? Na een periode waarin ik rustig aan nieuwe songs kon werken, kwam het moment dat ze live voor publiek moesten worden gespeeld. Nummers waarvan ik dacht dat ze af waren, werden juist veel beter in de chaotische situatie van een rockband op tournee. De chaos die ik altijd probeerde te mijden, kwam nu het creatieve proces ten goede.”

Het intellectuele imago dat hem achtervolgt sinds de Pulp-dagen gaat hij te lijf in het nummer I never said I was deep. Een kreet die ze later op zijn grafsteen mogen beitelen, zegt hij laconiek. „Eenvoud is het beste wat een songschrijver kan nastreven. Ik wil op een simpele manier verwoorden wat me bezighoudt. Een bezoek aan een museum voor paleontologie zette me aan het denken over de houdbaarheid van popsterren. Ik ben een dinosaurus, als je mijn werk alleen afmeet aan de successen uit de jaren negentig. Die oude botten moest ik aan de kant vegen voordat ik een vitale nieuwe start kon maken.”

Hoewel hij geen type is voor een vetkuif en leren jas, zegt Cocker dat hij in recente jaren de ‘rocker in zichzelf’ heeft ontdekt. „Vroeger wantrouwde ik rock omdat de muzikanten zichzelf veel te serieus namen. Nu ik een band heb die echt kan spelen, wagen we ons op het podium voor de grap wel eens aan rockklassiekers als Paranoid of The boys are back in town. Heel leerzaam, hoewel er altijd een element van ironie bij komt kijken. Ik blijf natuurlijk de stijve hark die zich aan stoere-mannenmuziek vergrijpt. In popmuziek is niets onmogelijk.”

Further Complications verschijnt vandaag via Rough Trade/Konkurrent. Jarvis Cocker en band spelen 7 juni in Paradiso, Amsterdam.