De trend van de comeback

Krijgen we Eduard Bomhoff terug?

Na 66 dagen minister te zijn geweest in Balkenende I, verliet hij zes jaar geleden het vaderland, en werd hoogleraar economie aan een Business School in Maleisië – wat me altijd deed denken aan de mogelijkheid dat Fritz Korbach nog eens trainer-coach van een Arabisch emiraatje zou worden.

Bomhoff publiceerde zaterdag in NRC Handelsblad (Opinie&Debat) een artikel waarin hij CDA en VVD waarschuwde dat ze bij een coalitie met de PVV, aan Wilders een kwaaiere zullen hebben dan aan het verweesde LPF-rapaille waartoe Eduard ook behoorde, maar waarvan hij zich graag distantieerde.

Nog steeds, dat laatste. Hij memoreerde in z’n stuk het optreden van toenmalige collegaatjes De Boer en Van Eijk, die niet eens lid van Pim waren geweest, en ook op geen enkele manier diens Gedachtegoed deelden, maar evenzogoed in Pims naam wél minister werden. ‘Twee judassen’, noemde hij ze alsnog, en haast terloops.

Jammer dat er geen foto bij stond. Het laatste portret dat van hem in Nederland werd vastgelegd (op 20 december 2002) zal me altijd bijblijven. Voor een camera van de KRO poseerde hij tegen de achtergrond van boekenkasten vol naslagwerken in een vrijetijdspullover. Die werken stonden zo ontzettend keurig in het gelid dat je zou zweren dat hij er nog nooit eentje had nageslagen. Maar voor deze nieuwe NRC-bijdrage moet hij ze met des te meer ijver hebben geraadpleegd (en weer netjes teruggezet natuurlijk), want ik telde in de gauwigheid de namen van geleerden als Maurice de Hond, Ian Buruma, Jonathan Israel, de Psalmist, Pulp Fiction (de film), Spinoza, Bayle en Ad Melkert. Hij zou waarachtig niet misstaan in het huidige Nederland, de geremigreerde Bomhoff.

Ik neem een neiging waar van méér spijtoptanten die de terugweg zoeken. Je merkt het aan de manier waarop ze plotseling heropduiken in de publiciteit – aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk, itempje op de Amsterdamse dorpszender AT5, interview in Het Parool: jaren nergens gezien, en ineens in een halve week overal tegelijk. Frits Barend bijvoorbeeld. ‘Ik ga niet meer de boer op’, las ik boven zijn foto in Parools PS – maar intussen: aan elke boer die het horen wil vertelt hij van de glossy Helden die hij met zijn dochter Barbara is begonnen, en als de interviewer vraagt of vijfduizend woorden met Robin van Persie en diens vrouw niet wat veel is, verzekert Frits: ‘Ook de vermeende verkrachtingszaak komt uitgebreid ter sprake’. Frits, 62, is het tegendeel van weg (‘die Frits Barend, lééft die eigenlijk nog?’), hij is terug.

Misschien is het ook een generatiekwestie. Dat gaat op het eerste gezicht niet meteen op voor Willibrord Frequin, want die loopt tegen de zeventig, maar mogelijk voelt hij zich nog pas 55 – dat zie je vaak in die leeftijdsfase. En ondertussen heb ik hem zeker al drie keer op televisie gezien (en niet zo maar! meteen in De wereld draait door), en in een paar kranten. Eén boodschap: ik heb het wel allemaal gezien, maar ik zou ontzettend graag nog eens op de barricade willen voor een onderliggend medemens. Dus dan weet je het wel. Willibrord – deze Topper van de journalistiek – solliciteert!

En afgelopen weekeinde kon ik geen krant openslaan en geen actualiteitenrubriek aantoetsen, of wie had zich aangemeld voor een weerziensbeurt? Boris Dittrich. Drie jaar geleden was hij Den Haag nog beu: D66 bijna om zeep geholpen, dus wat moet je dan verder nog? Niet veranderd. Nog altijd vroom van stem, tevreden met zichzelf, beschaafd van actiewerk (voor Human Rights Watch) en veelbetekenende stilte op de vraag of hij van Amerika nog weleens terug zou willen naar het Binnenhof.

Het wemelt van mensen van wie we nog lang niet af zijn.

    • Jan Blokker