De smaak van sla

Sla is een merkwaardige groente. Negen van de tien keer eet je het niet om de sla zelf, maar om wat erin, op of door zit. Zonder een representatief bevolkingsonderzoek te hebben gehouden, durf ik te wedden dat sla in Nederlandse huishoudens zelden naakt op tafel komt, maar min of meer standaard gepimpt wordt met geroosterde pijnboompitten, uitgebakken spekjes, blokjes feta, kers- en zongedroogde tomaatjes, croutons, komkommer, gekookte eieren, olijven, uiringetjes, avocado, bliktonijn, parmezaankrullen, rozijnen, de halve fruitschaal, enzovoort enzovoort.

Maar hoe smaakt nu sla? Heb je weleens een hap sla genomen zonder iets erin, op of door? Zou je eens moeten proberen. Neem een blaadje kropsla, liefst sla uit de biowinkel, want sla uit de supermarkt smaakt een stuk minder naar sla. Steek zo’n blaadje ekosla – of, nog beter, onbespoten sla uit eigen tuin – in je mond en laat de smaak goed op je inwerken.

Wat proef je?

Smaken benoemen is lastig, zo niet onmogelijk. Niet voor niets grossieren wijnschrijvers in de meest vergezochte vergelijkingen. We hebben geen autonome woorden voor de smaak van producten behalve dat product zelf. Sla smaakt dus naar sla.

Nee, ik neem je niet in de maling. En nee, het is helemaal niet zinloos dat je zojuist dat blaadje sla hebt geproefd. Je weet nu immers dat sla, althans kropsla (of botersla, wat ik een veel mooier woord vind), een zachte, maar toch ook enigszins kruidige smaak heeft. Mild, maar niet helemaal onpittig. Groenig. Frissig. Onvergelijkbaar met andere smaken, maar als je dan toch iets zou moeten noemen in de verte smakend naar asperges (echt waar!).

Je weet het en je mag die woorden, die slechts een tot mislukken gedoemde poging van mij zijn om iets onbeschrijfelijks te beschrijven, meteen weer vergeten. Ergens in jouw hersenen, achter een piepklein luikje, zit nu namelijk de smaakcode voor sla opgeslagen. Die code raak je nooit meer kwijt. En de volgende keer dat je zo’n bak sla maakt met uitgebakken spekjes, én zongedroogde tomaatjes, en pijnboompitten, en fetablokjes, dan wéét je tenminste dat je geen sla proeft.

Morgen een recept voor slasoep. Vandaag een voor een milde dressing die de smaak van botersla niet overheerst, maar liefdevol omarmt. (Getver, ik lijk wel een wijnschrijver.)

Dressing voor 1 krop sla:

1 klein sjalotje, in kwarten

1 eetlepel appelcider- of champagneazijn

1 afgestreken theelepel dijonmosterd

1 eetlepel crème fraîche

3 eetlepels milde olijfolie

Pers de kwarten sjalot in een knoflookpers uit boven een schoon (mosterd- of jam-)potje. Voeg azijn, mosterd, crème fraîche en olie toe. Draai het deksel erop en schud tot je een gebonden dressing hebt. Proef en maak op smaak met zout en versgemalen peper. Meng de dressing pas op het laatste moment door de sla.

Janneke Vreugdenhil

Hoe eet jij het liefste sla? Vertel het op nrcnext.nl/ koken. Op nrc.tv maakt Janneke makreelsalade.