De man die in z'n eentje vier drummers is

Autodidact Tony Allen (69) vond de afrobeat uit.

Op zijn nieuwe cd, Secret Agent werkt hij samen met Nigeriaanse en Franse muzikanten.

Tony Allen: "Mijn drums moeten klinken als vier mensen die vier verschillende partijen zingen, maar tezamen klinken als een heel koor." (Foto Andreas ter Laak) Drummer Tony Allen is een van de grondleggers van de Afrobeat. Door sommigen wordt hij ook wel gezien als de beste drummer allertijden. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Slaapt de lichtman soms? Op het podium zit de Nigeriaanse drummer Tony Allen – een „levende legende” in de woorden van jazzsaxofonist Benjamin Herman die ervoor staat. Maar de levende legende speelt nu al twee nummers in het donker. Pas aan het eind van de derde song klimt de lichtman in de steiger om een spot op de drummer te richten.

„De beste drummer van de wereld”, noemde producer Brian Eno hem ooit. Sindsdien reist hij onder die naam over de wereld. Negenenzestig jaar is Tony Allen inmiddels, en zijn leven heeft voornamelijk in dienst gestaan van de afrobeat, en van Fela Kuti, Nigeria’s bekendste multi-instrumentalist, op wiens talloze albums hij speelde. Maar Fela Kuti is gestorven, aan aids, en Tony Allen is springlevend, en verkondigt overal de boodschap van de afrobeat.

In juni komt zijn nieuwe album uit, Secret Agent, en kort geleden was hij in Amsterdam, voor een lezing en een optreden. En bij beide gelegenheden laat Tony Allen zien waarom hij aanspraak op de titel maakt. Of hij nu eigen werk of een soulklassieker speelt, zijn partijen zijn altijd gelaagd, groovy, stuwend. Allen neemt een ritme, en bouwt daar moeiteloos drie andere ritmes omheen. „Mijn drums moeten klinken als vier mensen die vier verschillende partijen zingen, maar tezamen klinken als een heel koor.”

Het lijkt eenvoudig, maar dat is schijn. Want Allen speelt wel degelijk hele complexe partijen; elke ledemaat slaat simultaan een ander, tegengesteld ritme om uiteindelijk samen te vloeien tot één homogeen muziekstuk. Volgens de overlevering had Fela Kuti na zijn vertrek vier drummers nodig om hem te vervangen.

Om twaalf uur ’s middags stapt Allen uit de auto. Hij heeft een normaal postuur, een brede lach en een zachte handdruk. Allen schudt handen zoals hij drums speelt; hij streelt achteloos je handpalm, maar laat een onuitwisbare indruk achter.

Allen verschijnt bij de Red Bull Music Academy Taster in Amsterdam. Het is de opmaat voor de internationale Red Bull Music Academy, die in 2010 in Londen wordt gehouden. Daar krijgen jonge diskjockeys, producers en muzikanten twee weken lang onderwijs van muzikale grootheden. Het evenement in Amsterdam vindt plaats in het voormalige Mata Hari’s kienpaleis.

Twaalf uur ’s middags – en de fles whisky en ettelijke grammen hasj van gisteravond zijn al op. Dus verdwijnt Allen spoorslags in smalle straatjes van de Amsterdamse Wallen. „Ik ben geen dagmens”, houdt hij zijn gehoor van zo’n dertig jonge diskjockeys en producers even later voor – uit zijn achterzak steekt de zojuist aangeschafte fles drank.

Vier jaar lang heeft hij een gewoon leven geleid, als elektricien, in zijn geboortestad Lagos in Nigeria. Dat was in het begin van de jaren zestig. ’s Avonds oefende hij op de drums in een nabijgelegen club. „Op een gegeven moment ben ik overdag gewoon gestopt.”

Voordat hij zichzelf leerde drummen, luisterde hij naar westerse muziek: wals, quickstep. Dat was gangbaar in de toenmalige Britse kolonie. Daarna kwam hij in contact met bebop, highlife en andere soorten jazz en ontdekte hij de hi-hats, twee bekkens die samen een hoog ‘tsstss’ geluid maken. „In Afrika speelde geen enkele drummer de hi-hats.” Hij voegde de hi-hats toe aan zijn al bestaande mix van Afrikaanse Yorubamuziek en ritmes en Amerikaanse jazz en funk. De afrobeat was geboren.

Voor zijn kleine gehoor doet hij het deze zaterdagmiddag voor, in vijf fasen. Eerst alleen bass- en snaredrum, dan de hi-hats erbij. Grinnikend: „Goed opletten. Het is nu al wiskunde.” Uiteindelijk draaien al zijn ledematen in het rond.

Met Fela Kuti maakte hij naam. Het is Allens repeterende groove die de eindeloze trance op Fela Kuti’s albums oproept; sommige platen bevatten dan ook slechts twee of drie nummers. Maar hij kreeg ruzie met Fela Kuti, over geld natuurlijk, en over Kuti’s megalomane hofhouding; de Nigeriaan woonde met zo’n 35 vrouwen en tientallen kinderen op een eigen compound, en verliet de band. In de jaren tachtig vestigde Allen zich in Parijs. Vanuit de Franse hoofdstad werkt hij sindsdien met hedendaagse artiesten samen.

Met Sebastian Tellier bijvoorbeeld, met wie hij het prachtige nummer ‘La Ritournelle’ maakte. De hi-hats, die nadrukkelijk aanwezig zijn, zijn van Allen; de melodie, met violen die lijken te zweven, is van Tellier. Of met Damon Albarn van Blur en Paul Simonon van The Clash, met wie hij de band The Good, The Bad & The Queen vormde.

Op zijn nieuwe album, Secret Agent werkt hij samen met Nigeriaanse en Franse muzikanten. In tegenstelling tot het album Lagos No Shaking, waarop hij een twintigtal nieuwe Nigeriaanse artiesten presenteerde. Maar hij kon niet op tournee met hen: „Dat was te duur en ik kreeg de visa niet rond.”

Een ander project is zijn muziek- dvd: Afrobeat van A tot Z. Daarop legt hij uit hoe je afrobeat moet drummen. „Want die techniek leer je niet in een dag.” Nu hij het er toch over heeft: „Eigenlijk heb ik nog nooit iemand ontmoet die bij mij in de buurt komt.”

Alleen, het geld ontbreekt om de dvd uit te brengen. Want Allen mag dan de beste drummer van de wereld zijn, hij heeft niet veel te makken. Maar dan twinkelen zijn ogen en zegt hij: „Misschien kan Red Bull mij sponsoren?”

De inschrijving voor de internationale Red Bull Music Academy is geopend. Info: www.redbullmusicacademy.com

    • Yaël Vinckx