Choreograaf Bel maakt contact met publiek

Dans Kunstenfestivaldesarts. ‘Can’t get no/Satisfaction’ en ‘Un Spectateur’. Gezien: Brussel, 11 en 12/5. Inl: www.kunstenfestivaldesarts.be***

Jaren leek hij uit het bewustzijn van dansmakers verdwenen te zijn: de toeschouwer. Tijdens voorstellingen bleef de blik vaak muurvast op de eigen navel gericht of op ‘metadiscoursen’ over het wezen van de theaterdans, wat geregeld uitliep op ontheatrale ondans. Dat er in de donkere ruimte van het theater mensen zaten die iets wilden ervaren, werd eigenlijk als bijzaak beschouwd.

Tegenwoordig richten choreografen en dansers zich steeds vaker direct tot het publiek. Zo ook in het Brusselse Kunstenfestivaldesarts. En Jérôme Bel gaat een stap verder. De 44-jarige Fransman is al vijftien jaar een handige, experimentele danscommunicator. In Un Spectateur neemt hij als het ware plaats naast de toeschouwer, als soortgenoot. In een geïmproviseerde monoloog van een uur vertelt hij over de voorstellingen die hem als toeschouwer hebben getroffen en als theatermaker hebben gevormd.

Het is een even simpel als slim concept. Wat Bel doet, is Les 1 in doeltreffend communiceren: hij spiegelt de toeschouwer. Maar zijn anekdotes over onder anderen Maguy Marin, Pina Bausch, Xavier Le Roi, Steve Paxton en, met een onweerstaanbare imitatie, Trisha Brown, creëren tegelijk een boeiend Droste-effect, waarin de toeschouwer kijkt naar een collega-toeschouwer die vertelt over zijn ervaringen als toeschouwer onder de toeschouwers. Het zijn vooral Bels aanvallige toneelpersoonlijkheid, zijn mimiek, zelfspot en ongedwongen presentatie die de blik gekluisterd houden en het geheugen aan het werk zetten.

Un Spectateur is kortom één en al herkenning voor het publiek. Dat identificatie voor jong en oud één van de aantrekkelijkste aspecten van theater is, stipt Bel in een herinnering aan: tijdens Trois Générations van Jean-Claude Gallotta merkte hij dat zijn negenjarige buurman pas in de voorstelling geïnteresseerd raakte toen hij leeftijdsgenootjes zag. Met een minireconstructie van Paxtons kunstpolitieke statement Satisfyin’ Lover (1967) onderstreept hij nog eens hoe leuk ‘mensen kijken’ is. Het is een treffend voorbeeld van publieksparticipatie: een aantal toeschouwers wordt gevraagd gewoon in een rechte lijn over het toneel te lopen, van links naar rechts. Nog steeds blijkt dat interessant, grappig en ontroerend.

Zo effectief is Can’t get no/Satisfaction van de Estse danser/choreograaf Mart Kangro niet. Kangro bedelt als een ‘stand-up dancer’ om de gunst van zijn publiek, maar wil ook compromisloze dans maken. Zijn gesproken bespiegelingen daarover komen, zeker in vergelijking met Bels onopgesmukte benadering, weinig overtuigend over, onecht en juist níét eerlijk. Wel wordt duidelijk dat Kangro een indrukwekkend exacte danser is, wat de laat-conceptuele voorstelling, gecoproduceerd door de Rotterdamse Schouwburg, aanzienlijk beter verteerbaar maakt.