Chelsea Pensioners geven Londen kleur

Het eerbiedwaardige Royal Chelsea Hospital in Londen heeft voor het eerst sinds 1692 twee vrouwen toege-laten. „Ik verwachtte vijan-digheid, maar de mannen zijn heel vriendelijk.”

De Britse oud-militairen Dorothy Hughes (l) en Winifred Phillips zijn de eerste vrouwen die werden toegelaten tot het tehuis voor gepensioneerde militairen in Chelsea. (Foto Reuters) Dorothy Hughes (L) and Winifred Phillips (2nd L) pass male Chelsea pensioners during a photocall in central London March 12, 2009. The two women are the first to be allowed into the ranks of The Royal Hospital Chelsea, retirement home to some 300 veteran British soldiers, and recognised by their distinctive scarlet uniforms. REUTERS/Toby Melville (BRITAIN MILITARY HEALTH SOCIETY ROYALS) REUTERS

Soms worden voorbijgangers in de straten van Londen ineens geconfronteerd met bejaarde heren in een curieus kostuum. Hun vuurrode jassen met vergulde knopen, een zwarte broek met rode bies en een donkere stijve pet op het hoofd lijken uit lang vervlogen tijden te dateren.

Inwoners van de stad kennen hen als de Chelsea Pensioners, veteranen uit het monumentale tehuis voor gepensioneerde militairen in de dure wijk Chelsea. De scharlakenrode jas is volgens de huisregels verplicht bij uitstapjes van meer dan anderhalve kilometer buiten het complex.

Een van de ingezetenen is Nobby Holland (82). Hij loopt een beetje stram als gevolg van een bomaanslag uit 1946, toen hij voor de Britse militaire politie in het toenmalige Palestina diende. „De mensen vragen wel eens of ik van het Leger des Heils ben”, lacht hij. „Maar ik draag mijn rode jas met trots.” Wachtend op de bus trekt hij aan een sigaretje waarvan de chirurgen van zijn recente bypassoperatie vast zouden opkijken.

„Ze vormen belangrijke symbolen van loyaliteit, standvastigheid en de kracht van traditie”, constateerde de publicist Dan Cruickshank in een recent boek over het tehuis en zijn bewoners. Juist dit jaar is er echter op een ingrijpende manier met de eerbiedwaardige gebruiken van het Royal Chelsea Hospital gebroken. Voor het eerst sinds de ingebruikname van het complex in 1692 werden half maart twee vrouwelijke oud-militairen toegelaten. Helemaal onverwachts kwam die stap niet, omdat vrouwen door de jaren heen zo’n tien procent van het Britse leger zijn gaan uitmaken.

Welgemoed namen de 85-jarige Dorothy Hughes en de drie jaar jongere Winifred Phillips hun intrek tussen de 300 mannen in het complex, waar het vol hangt met schilderijen van slagveldtaferelen en lang gestorven koningen. Later dit jaar volgen er nog twee vrouwelijke oud-militairen, maar storm met aanvragen loopt het nog niet, erkent de directie.

Voor Hughes die in de Tweede Wereldoorlog bij de luchtafweer in Londen werkte, was haar verhuizing een welkome verandering. Niet alleen had ze haar man verloren, maar ook de meeste van haar vrienden waren inmiddels overleden, vertrouwde ze The Daily Telegraph onlangs toe. Daardoor was haar sociale leven geheel verdampt. „Ik verwachtte eerlijk gezegd vijandigheid toen ik hier voor het eerst kwam. Uit de kranten had ik begrepen dat de mannen ons buiten de deur wilden houden. Maar zo is het helemaal niet. Ze waren zo vriendelijk dat ik hier graag wilde komen.”

De meeste mannelijke veteranen bevestigen dat ze geen moeite hebben met de komst van de ‘dames’. „Het is goed dat ze hier zijn, dan letten wij mannen een beetje meer op onze woorden”, zegt de relatief jeugdige veteraan Pip Taylor (68), die als vrijwilliger in het postkantoor op het terrein helpt. Ook Nobby Holland verwelkomt de nieuwelingen. „Het zijn slimme vrouwen, slimmer dan veel van de mannen hier”, zegt hij.

De leiding van het tehuis heeft al aangepaste scharlakenrode jassen laten ontwerpen voor de dames. Bij de heren wordt er doorgaans enige extra ruimte gereserveerd voor de buik (wel schertsend aangeduid als de Chelsea Chest). De vrouwelijke vormen vereisen echter ook bovenin de jas meer ruimte. Een vrouwelijk lid van het bestuur van het tehuis informeerde onlangs of er al was nagedacht over een bijpassende handtas. Dat was er nog niet, moest de mannelijke leiding erkennen. Ook daaraan wordt nu gewerkt.

In andere opzichten zullen de vrouwen echter net zo worden behandeld als de mannen. Om te worden toegelaten tot het tehuis moet een kandidaat de 65 jaar zijn gepasseerd, zo’n twintig jaar bij het leger hebben gediend – of in dienst invalide zijn geworden - en geen afhankelijke kinderen of partner (meer) hebben. Voor medewerkers van marine of luchtmacht is in Chelsea geen plaats. In de praktijk zijn het vooral gewone soldaten en lagere onderofficieren, die er hun oude dag slijten.

Een voorwaarde is ook dat de ingezetenen hun legerpensioen inleveren. In plaats daarvan kunnen ze op een volledige verzorging rekenen, ook op medisch gebied, en krijgen ze een eigen kamer met televisie. Vroeger was dat inleveren van het pensioen een zwaarder offer dan nu. Tegenwoordig hebben veel militairen naderhand nog een tweede loopbaan als burger, waarbij ze ook pensioenrechten opbouwen. Die behouden ze.

Het enige wat van de Pensioners verder wordt verwacht is deelname aan enkele parades elk jaar. Dat doen ze met veel animo, sommigen overigens met rollators of elektrische karretjes. „We hadden hier vorig jaar nog een 102-jarige man die op de verjaardag van de stichting van het tehuis een gloeiend hete dag in juni, enthousiast mee marcheerde”, vertelt een ingezetene, die een groep toeristen door het tehuis leidt. „Inmiddels is hij helaas overleden.”

Een minder aantrekkelijk aspect voor velen is dat ze badkamer-en toiletfaciliteiten moeten delen. Er wordt gewerkt aan verbeterde faciliteiten op individuele basis, maar het is niet eenvoudig daarvoor de ruimte te vinden en nieuwe afvoerbuizen en waterleidingen aan te leggen in het fraaie eeuwenoude gebouw van de befaamde architect Christopher Wren.

De meeste ingezetenen zijn zeer te spreken over het tehuis. „De kameraadschappelijkheid hier is onovertroffen”, zegt Taylor, die vroeger bij de bevoorrading van het leger heeft gewerkt. „Als er iets is, helpen we elkaar altijd. Hier binnen zijn we allemaal gelijk en rangverschillen doen er niet toe.”

Ook de reacties van de buitenwereld bevallen hem zeer. „Taxichauffeurs bieden ons soms gratis ritten aan en het gebeurt maar al te vaak dat Amerikaanse of Duitse toeristen met je op de foto willen. Eigenlijk houdt iedereen wel van de Chelsea Pensioners.”

Eén ding zit Nobby Holland echter dwars: „Ik erger me altijd als sommigen beginnen op te scheppen over hun rol in de Tweede Wereldoorlog, terwijl ze toen nog te jong waren om zelfs maar in dienst te zijn geweest.”