Beste eindexamenleerling,

(Illustratie Hajo) Illustratie Hajo Hajo

Hij zal je dromen blijven doorspoken, deze dag. Hartkloppingen zullen je wekken als je de gymzaal inloopt, alle straftafeltjes in slagorde gereed ziet staan, en je ineens beseft dat je helemaal niets hebt voorbereid. Sterker nog: je bent al weken niet meer op school geweest.

Ik weet het, want ze overkomen iedereen, die wrede repeteerdromen, en mij bezoeken ze de laatste dagen vaker dan anders. Waarom? Waarschijnlijk omdat op het moment dat jij vandaag dat gymzaaltje instapt, ik (33, gymnasiumdiploma vijftien jaar terug gehaald, vijf jaar later twee studies afgerond) een Opel Corsa-lesauto instap, om rijexamen te doen.

Een mijlpaal, een initiatierite, maar geloof me, niets haalt het bij de brug die jij gaat oversteken. Je dacht dat die ontmaagding al heel wat was, twee jaar terug (of is dat bij jullie al drie of vijf jaar?), vergeet het maar; dit is ingrijpender.

Nu nog sta je aan de top van de schoolhiërarchie. Nu nog ben je onderdeel van die groepen meiden en jongens waar de hele school tegen opkijkt.

Stilte! Eindexamen! Die briefjes heb je voorjaar na voorjaar zien hangen en nu is het eindelijk voor jou dat de rest van de school je eert met zwijgend ontzag.

Geniet ervan, nu nog. Na wat de langste zomervakantie van je leven zal zijn, is het namelijk allemaal weer over. Dan sta je weer onderaan, in een vreemde stad, als feut, knor, nul of noviet. De vrienden van nu zullen, ondanks vurige beloften, uit je bestaan wegebben. Je leuke, geile verkering zal geen stand houden als de poorten van de studentenverenigingen opengaan. Geloof me. Ik ken het leven.

Toch – ik zou het haast vergeten – schrijf ik je om je moed te geven, en vooral wijsheid.

„Het duidelijkste teken van ware wijsheid is een voortdurende en ongedwongen vreugde.” Dat schreef Michel de Montaigne (in de 16e eeuw zoals je weet, of zou moeten weten), en ongedwongen vreugde is het enige wat jou door dat eindexamen kan slepen.

Examens hebben namelijk de akelige eigenschap dat ze je compleet anders laten gedragen dan normaal.

Normaal zou je moeiteloos die differentiaalvergelijking kunnen oplossen, die chemische reactie kunnen uitrekenen of geëquilibreerd juist kunnen spellen, maar nu in die examenzaal laten je trouwe neuronen het afweten. Tijdens een doorsnee rijles parkeer ik fluitend achteruit in, maar als er een examinator naast me zit, schiet ik ineens in een kramp.

De remedie hiertegen is simpel. Doe alsof het een gewone situatie is. Ongedwongen vreugde. Je wéét alles namelijk allang, je kent de stof. Laat je boeken thuis. Lach om de stakkers die uren te vroeg op school verschijnen en zwetend gaan zitten studeren. Zoals ik zal lachen om de man op de passagiersstoel, met zijn miserabele daglonerbestaan. Zoals je later leert lachen om de mensen die je opschepen met ervaringen die aan vandaag herinneren: mensen die jou een sollicitatiegesprek afnemen, voor de rechter dagen of een huis verkopen.

Ik ben altijd kerngezond geweest. Na mijn geboorte heeft geen arts mij ooit nog aangeraakt. Behalve op de vrijdag voor mijn eindexamen. Ontiegelijke buikpijn kwelde me, al dagenlang. Goddomme, dacht ik. Vijf klassen gymnasium moeiteloos door glijden, en dan op het moment suprême de boel alsnog verneuken met een blindedarmontsteking. De huisarts nam me misplaatst glunderend op. „Ben je zenuwachtig, voor dat examen?” Nee, imbeciel, ik ben altijd de rust zelve geweest. Toch had hij gelijk: de spanning had zich onbewust in mijn lijf vastgebeten en leek niet van zins los te laten.

Op eigen kracht vond ik het geneesmiddel, dat ik bij al die latere, maar nooit meer zo intense buikpijnen opnieuw innam. Bij afspraken met vrouwen, gierende vliegangst en podiumvrees voorafgaand aan een voorleesoptreden heeft het middel me nooit in de steek gelaten: barokmuziek met een tempo rond de zestig slagen per minuut.

Beste eindexamenleerling, gooi al die troep uit je iPod, en vul die met dit lijstje: het largo uit de Winter van de Vier Seizoenen van Vivaldi, het adagio cantabile van Bachs Italiaanse Concert, het tweede deel uit Bachs Concert voor Twee Violen, en Pachalbels Canon in D.

Alle andere adviezen komen van kwakzalvers. Geloof me. Ik ken het leven.

We hadden een klopsysteem, voor multiplechoicevragen. Een voetstamp was a, met de knokkels twee keer op tafel b, enzovoorts. Leuk bedacht, maar in de praktijk komt er niets van terecht. Evenmin als van het neurotische geloof in talismannen.

Alhoewel je dat nooit zeker weet. Op Romereis, een jaar eerder, was me op de Spaanse Trappen een ketting met een stuk bergkristal aangesmeerd en dat ding bond ik elke ochtend om mijn nek.

Vervolgens – de meeste examens vonden laat op de dag plaats, zodat ik het ouderlijk huis voor mij alleen had – onderwierp ik me aan Vivaldi, Bach, Pachalbel en een warm ligbad. Bovendien – en alleen God weet of ik daar misschien mijn diploma aan te danken heb – stond ik mezelf één eenheid whisky toe. Ná ieder examen welteverstaan. Eén eenheid, niet meer, en de komende dagen zullen de dartele lichtvoetigheid krijgen die het je lamentabele en faalangstige klasgenoten ontbreekt.

Rode bakstenen en een zwembadgroen torentje, zo zag het Stedelijk Gymnasium in Leiden eruit, en zo oogt het nog altijd in mijn angstdromen. Tussen de zuilen van het bordes bespraken we, rokend, de eindexamens na. („Die vraag over de mitose... Dat was een eitje. Antwoord C.”)

Ik smeek je: doe dit niet! Elke vermeende fout zal aan je gaan knagen en je zo zorgvuldig opgebouwde Montaignevreugde aan diggelen slaan. Fiets direct naar huis, om te masturberen in bed. Want geef toe: het is toch wel door en door wreed van die scholen om de examens te houden in het jaargetijde dat je voortdurend aan seks denkt.

Let wel: net als die whisky mag het aftrekken cq. vingeren alleen ná het examen plaatsvinden. Ik begrijp best dat dit moeilijk voor je is, maar het loont. Geloof me. Verschiet je levensenergie niet ’s ochtends vroeg. Bovendien zul je merken dat het orgasme veel bevredigender is ná de krachtinspanning van je brein. Ik ken het leven.

Nog één advies, en dan stap ik in mijn lesauto, en laat ik jou gaan. Eén advies dat ik ook tegen mezelf zeg. Vraag je niet af óf je het examen gaat halen, maar weet vooraf al zeker dát je het haalt.

Alle bovenstaande lessen staan je bij om in die geestestoestand te raken. Ook in je naschoolse leven zal die je van pas blijven komen.

Ga nu, mijn beste. Geef je over aan ongedwongen vreugde. Ik ben bij je. Ik zal je niet in de steek laten. Lees deze brief dagelijks, tussen de whisky en de soloseks, en je weet even goed als ik dat jij allang geslaagd bent.

Christiaan Weijts is schrijver en columnist van nrc.next. Van zijn hand verschenen Art. 285b (2006) en Via Capello 23 (2008).