Wolf zoekt schaapskleren

Om geloofd te worden, hoeft men slechts de waarheid ongelooflijk te maken. Deze strategie, van Napoleon Bonaparte, wordt sinds jaar en dag omarmd door de geldbranche. Extra in deze recessietijd. Want de consument huivert en de geldsector hapt naar adem. De sterke bedrijven redden zich wel. Maar de beunhazen, oplichters en kaartenhuizen geven er de brui aan of vallen om zodra de ingaande geldstroom hapert. Dat verklaart al die taxatieschandalen, oplichtingpraktijken en beleggingsdompers die zich bijna dagelijks openbaren.

Een dienstverlener die wordt ontmaskerd als windbuil, zakkenvuller of zwendelaar behoeft Napoleontische sluwheid om zijn geschrokken klanten koest te houden. Vaak gokt men op een vertrouwenwekkend optreden in de media. De pers huldigt immers, net als een rechtbank, het principe van hoor en wederhoor. Iedereen mag zijn zegje doen. Menig televisieredactie veronderstelt naïef dat de waarheid dan vanzelf komt bovendrijven. Maar in geldzaken werkt dat niet.

Vorige week werd beleggingsbedrijf Partrust door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan de schandpaal genageld. Men verdenkt het bedrijf van oplichting van enkele honderden beleggers voor zo’n 40 miljoen euro. Toch mocht Partrust-directeur Paul Slee in het NOS-journaal zijn zaak bepleiten. Was de beschuldiging juist? „Die mededeling horen wij nu voor het eerst via de pers”, zei Slee verbaasd. „Vorig jaar is nog door een onafhankelijke registeraccountant verklaard dat wij niet piramideren.”

Een vergelijkbaar staaltje acteerkunst vertoonde Dirk Scheringa, voorman van DSB Bank, eind april in Pauw & Witteman. Over DSB regent het klachten over wurghypotheken. Het AFM-onderzoek daarnaar deed hij af als een routineklus. Dat was een leugen. Maar regelrecht shockerend was Scheringa’s optreden: vaderlijk, geduldig, onschuldig glimlachend en vertrouwenwekkend. Misschien zou zelfs ik – als ik geen achtergrondinformatie had – mijn portemonnee aan hem afgeven.

Behalve de publieke omroep worden bekende Nederlanders benut om imago’s van geldbedrijven op te poetsen. Hiervoor zwichtten ooit mediahelden als Gerrit Zalm, Wouke van Scherrenburg, Jan Mulder, Maurice de Hond, Hans Wiegel, Antoine Bodar, Frits Bom, Koos Postema, Monique van de Ven, Peter R. de Vries, Rick Engelkes en Edvard Niessing. Zo’n truc is steevast goud waard. Natasja Frogers ‘Ik zeg DOEN!’ bezorgde de Nederlandse Energie Maatschappij 60.000 klanten.

En ik kreeg deze week een vriendelijk mailtje van de directeur van het Verbond van Verzekeraars. Zou ik, samen met politici, wetenschappers, toezichthouders en consumenten willen meewerken aan een branchebreed reputatietraject in de vorm van een film? Tja, weer een wolf die schaapskleren zoekt. Het is de kunst om grenzen te stellen. Dat zou de consument ook steevast moeten doen.

1. Wantrouw bekende Nederlanders

Sta argwanend tegenover door bekende Nederlanders aangeprezen producten. Hun gages bedragen regelmatig tonnen. En wie betaalt dat? Juist. U.

2. Pas op voor aardige personages

Veel slachtoffers van zwendel of foute adviezen blijven volhouden dat de verwoester van hun leven zo aardig en voorkomend was. Bedenk eens dit: een oplichter is per definitie aardig. Anders zou u toch nooit met hem of haar in zee gaan?

3. Sla alarm

Het komt voor dat financieel gedupeerden zich schamen voor hun onnozelheid, hun verlies nemen en het stil houden. Sla alarm. Meld de kwestie aan de AFM. En praat met een deskundige.

Lees meer van Erica Verdegaal op www.nrcnext.nl/erica

    • Erica Verdegaal