Wie debatteerden er deze week en waarover?

Boekbespreking Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Women Inc., Pakhuis de Zwijger, Amsterdam, 13 mei 2009.

Alleen maar verwarde mensen

Op de avond dat de verwarring van Robert Vuijsje centraal moest staan, ging het vooral over de verwarring van anderen.

Vuijsje schreef in Alleen maar nette mensen over zijn eigen verwarrende sociale achtergrond – een Jood uit het deftige Amsterdam-Zuid die eruitziet als een Marokkaan („zo ongeveer de twee grootste uitersten die je kunt bedenken”) en die in de Bijlmer op zoek gaat naar „de intellectuele negerin”. Om die verwarring duidelijk over te brengen schreef hij het in „directe stijl” zonder „opgewonden te doen” over alle bestaande stereotypen. Dat leek te lukken. Hij werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en won de Gouden Uil. Tegelijkertijd ontstond er beroering over zijn typering van de zwarte vrouw. „Kennelijk zijn er meer mensen die de verwarring voelen”, zei hij in een zaal vol joelende (voornamelijk) zwarte vrouwen. Maar voelden zij dezelfde verwarring? Gloria Wekken, hoogleraar gender en etniciteit, had het over de „pijn” van de zwarte vrouw die tot seksueel object werd gemaakt. „En daar moet je niet onverschillig over doen.”

De karikatuur die Vuijsje van de zwarte vrouw had gemaakt om het denken in vooroordelen zichtbaar te maken, zorgde zo voor woedende reacties bij zwarte vrouwen die zich niet in dat beeld herkenden. En dat onderstreepte juist weer het centrale thema van Vuijsje „De mensen die ze allochtonen noemen, denken de hele dag na over wat het betekent om te horen bij de mensen die ze allochtonen noemen. Bij iedere sociale interactie worden ze eraan herinnerd dat dit niet hun land is”, schrijft hij in zijn boek. Maar over die stereotypen ging het niet, het ging enkel over de verontwaardiging van de zwarte vrouw.

Verwarrend allemaal.

De Antilliaanse journaliste Joan de Windt noemde het in het begin van de avond nog een prettig bijeffect van het boek. Want waar de Joodse gemeenschap bij alles wat er over Joden gezegd wordt, direct reageert, zag zij dat „nu eindelijk ook eens” bij de zwarte gemeenschap. Maar in een chaotische discussie raakten witte en zwarte vrouwen verdeeld.

Zo juichten boze zwarte creoolse vrouwen bij de vergelijking met de „buitengewoon onaangename” traditie van de Zwarte Piet („juist!”, was de bijval). Ze begrepen de kritiek dat Vuijsje „zo naïef als de tering is” („zo zit het!”). Zij herkenden heel goed („hij zegt het precies!”) dat zwarte mensen in de media ‘weggemarginaliseerd’ worden. Ze moesten hard lachen om de literair agent van Vuijsje die het boek „juist een lofzang op de zwarte vrouw” noemden en klapten gretig mee toen een bezoekster zei dat de media alleen de „pijn van de Holocaust” kunnen voelen. Haar pijn werd niet gevoeld en zij mochten niet bij Pauw & Witteman zitten.

De witte vrouwen, literatuurliefhebsters, voelden zich gesteund door Max Pam die vond dat het boek niet over ras of zwarte vrouwen ging. Ze schrokken van de opmerking van de witte feministe Heleen Mees dat ook Vuijsje hoorde tot de witte mensen die discriminatie in stand houden („open je ogen!”) en waren verontwaardigd toen iemand plots de vergelijking met Mein Kampf maakte. Ze begrepen Vuijsje die tegen de boze zwarte vrouwen zei dat „jullie jezelf in een minderwaardige positie plaatsen” en knikten ijverig toen hij zei dat intellectuelen zijn boek wel zouden begrijpen. De boze zwarte vrouwen waren vooral slachtoffer, van zichzelf, vonden ze.

Vuijsje onderging het lijdzaam. „De mensen zijn er kennelijk boos over.” Maar dat lag niet aan zijn boek. „Er is een algemene staat van verontwaardiging.” Zijn boek, wilde hij nog wel eens benadrukken, ging over een verward persoon. „Net zoals een aantal mensen hier.” En daarna vertrok hij naar Pauw & Witteman.

Huib Modderkolk