Uitspattingen?

Wielrenner Tom Boonen is voor de tweede keer betrapt op cocaïnegebruik. De Belg werd na een feestje gecontroleerd, het seizoen was inmiddels afgelopen. Hoe ver kunnen sporters gaan in hun uitspattingen na een bijzondere prestatie?

Ivo van Hilvoorde, sportfilosoof aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: „Boonen werd getest terwijl dat niet relevant was voor de competitie. Zijn seizoen zat erop en hij was in een roes door de overwinning die hij behaalde bij Parijs-Roubaix. Ik vraag me dus af waarom ze hem wilden testen. De controle zou uit bescherming kunnen zijn. Misschien heeft Boonen hulp nodig wegens zijn drugsgebruik. Als dat het geval is, is discretie geboden. De positieve test had dan niet naar buiten moeten worden gebracht. De controlerende instanties melden echter alles, het lijkt erop dat ze reuze blij zijn bij elke positieve test. Ze zouden overigens ook niet alles onder de noemer ‘doping’ moeten scharen als ze een positief geval bekendmaken. Cocaïne is niet prestatiebevorderend, dus ook niet schadelijk voor een eerlijke competitie.”

Michael Boogerd, oud-profrenner: „Ik weet niet zeker of deze uitspatting met een sportieve prestatie te maken had. Maar ik vind dat een sporter zich mag uitleven na een periode waarin hij hard heeft gewerkt. Je kan best een ‘bakkie’ drinken, ik ben echter niet van mening dat daar producten bij moeten worden gebruikt. Boonen lijdt daar op fietsgebied niet direct onder, hij heeft goed gereden. Maar ik vind het moeilijk te verkopen aan het bedrijf dat anderhalf miljoen per jaar in hem investeert, terwijl ze wegens de economische recessie veel mensen hebben moeten ontslaan. Dat ligt gevoelig en daar had hij wat beter over mogen nadenken.”

Janneke Schopman, aanvoerder Nederlands hockeyteam, won olympisch goud in Peking: „Als je wint, bouw je een feestje en drink je een glas alcohol. Ik weet van mijn teamgenoten bij Den Bosch dat het ook te veel glazen kunnen zijn. Maar dat moet kunnen, als sporter houd je al zo vaak overal rekening mee. Na bijzondere prestaties gaan mensen over het algemeen wat verder. Sommigen steken een sigaret op terwijl ze normaal niet roken. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. Hoewel ik het nooit zou doen, zou ik het roken van een joint kunnen begrijpen, maar cocaïnegebruik vind ik te ver gaan. Je weet als sporter dat je buiten de competitie gecontroleerd kunt worden. Daarom kan ik Boonen niet begrijpen, zeker niet omdat doping binnen het wielrennen een hot item is.”

Jacco Verhaeren, zwemcoach, begeleidde onder anderen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn: „Boonen is buiten de competitie getest en dan is cocaïnegebruik niet strafbaar. Dit is dus een ethische kwestie. Sporters hebben een privéleven en daar moeten we ons niet mee willen bemoeien. Deze situatie is te vergelijken met die van zwemmer Michael Phelps toen hij werd gefotografeerd met een cannabispijp. Natuurlijk is het niet verstandig, maar dat moet hij zelf weten. Het zou mooi zijn als de echte dopinggevallen en de ethische kwesties van elkaar worden gescheiden. Dat begint bij de controlerende instantie. Als het drugsgebruik geen invloed heeft op de prestatie is het niet nodig dat die een dopinggeval wereldkundig maakt.”

Yuri van Gelder, turner, wereldkampioen en tweevoudig Europees kampioen: „Drugsgebruik vind ik niet kunnen, als sporter moet je zulke rotzooi niet aanraken. Na mijn eerste plekken op het EK en WK ben ik ook gaan feesten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik na een toernooi altijd een feestje vier, ook als ik heb verloren, hoewel dat dan met een ander gevoel is. Ontlading en feestjes zijn logisch, maar als sporter moet je altijd feesten met mate.”

Robin Haasse, tennisser: „Cocaïnegebruik gaat ver en is niet slim. Maar het beïnvloedt je sportprestaties niet. Wat dat betreft moet Boonen zelf weten wat hij met zijn lichaam doet. Ik vier overwinningen bijna nooit. Ik ben blij als ik heb gewonnen, daarmee is het klaar. Als ik alles zou vieren, ben ik niet op tijd fit voor de volgende wedstrijden. Bij wielrenners is dat anders. Die leven naar een bepaalde ronde toe en dan is de ontlading achteraf veel groter.”