'Samen leven, lijden, leren, spelen en genieten'

Langzaam maar zeker dringt tot de Nederlandse voetbalclubs door dat sociaal werk van de spelers loont. „Wie wat voor supporters doet, krijgt support terug.”

Edu Jansing is directeur van de Stichting Meer dan voetbal, een instantie die is opgericht door de KNVB en de clubprojecten coördineert. zeist knvb ronde tafel gesprek foto rien zilvold Zilvold, Rien

Woensdag bracht de selectie van Feyenoord een bezoek aan het revalidatiecentrum Rijndam. De voetballers tafeltennisten, zwommen en raceten in rolstoelen de hele middag in het Rotterdamse tehuis, samen met de gehandicapte kinderen en uitgenodigde schoolkinderen. De Marokkaanse Feyenoorder Karim El Ahmadi was er ook bij. „Je wordt je zo weer bewust dat je niet moet klagen om kleine dingen. We kunnen een voorbeeld nemen aan deze kinderen. Mensen noemen ons weleens helden omdat we toevallig voetballer zijn, maar de kinderen hier zijn de echte helden.”

Voetballers die op bezoek gaan in ziekenhuizen, in wijken en op scholen: in Engeland is het al vijftien jaar gemeengoed. Het zaterdagse programma Match of the day van de BBC toont voor een samenvatting van een wedstrijd vaak een filmpje van voetballers die met kinderen en gehandicapten spelen, tekenen, praten en huiswerk maken, gevangenissen bezoeken en taalcursussen in achterstandswijken begeleiden. Football in the community is het sleutelwoord. Elke profclub is verplicht 10 procent van de televisie-inkomsten te investeren in Football in de community-projecten.

Samen met Henk Kesler, directeur betaald voetbal van de KNVB, bespraken deze week betrokkenen het nut van sociale projecten van voetbalclubs. Edu Jansing is directeur van de Stichting Meer dan voetbal, een instantie die is opgericht door de KNVB en de clubprojecten coördineert. Mohammed Allach was directeur voetbalzaken bij VVV-Venlo en is dat tot aan het einde van dit seizoen bij FC Twente. Hij studeerde sociaal pedagogische hulpverlening, was jongerenwerker en vervolgens profvoetballer bij Excelsior, Feyenoord, FC Groningen, FC Twente en VVV.

De voetballers Karim El Ahmadi van Feyenoord en Patrick Zwaanswijk van NAC dienen als voorbeeldfiguren. El Ahmadi was voor zijn overgang naar Feyenoord een troeteldier voor de fans van FC Twente. Geboren in Enschede bezocht hij voortdurend mensen die hulp konden gebruiken, met inburgering en met de taal, of jongeren die meenden geen plaats te hebben in de maatschappij. „Door mijn ouders die naar Nederland zijn gekomen, zag ik welke problemen buitenlanders hier hebben. Mijn vader was in Marokko apotheker. Daar kon hij hier niets mee, hij moest in de fabriek werken. Mijn ouders hadden moeite met aanpassen. Toen ik door projecten van FC Twente, zoals Scoren in de wijk, de kans kreeg om als voetballer mensen te helpen heb ik dat gedaan. Een uurtje met Irakese, Chinese en Italiaanse mensen praten over hun problemen, helpen met de taal. Ze vonden het prachtig, omdat ik een bekende voetballer was. Ik zei dat in Nederland alles mogelijk is, als je maar doorzet. Zoals ik heb gedaan.”

Patrick Zwaanswijk is bij NAC ambassadeur voor de campagne Scoren voor gezondheid. Hij gaat met andere spelers de wijken in van Breda om met kinderen te sporten. „We praten met dikke kinderen over voeding en bewegen. Twee keer per jaar wordt iedereen uitgenodigd en dan maken we plannen met de kinderen. Voetballers moeten iets terugdoen voor de maatschappij. Wij hebben een entertainmentfunctie, maar dat is niet genoeg. Mensen luisteren beter naar ons dan naar ambtenaren, omdat we idolen zijn.”

KNVB-directeur Henk Kesler verwijst naar de Stichting Meer dan voetbal, die in 2004 werd opgericht. Een samenwerkingsverband tussen voetbalbond en voetbalclubs ten einde de maatschappelijke inzet van het voetbal te stimuleren. „De directe aanleiding was vijftig jaar betaald voetbal, in 2004. Een aantal clubs was al bezig met supportersprojecten, maar dat was zo versnipperd. En de meeste clubs deden helemaal niks. Die zeiden: we moeten voetballen en dat gedoe eromheen, dat is geitenwollensokken-gedoe. Daarmee willen we ons niet identificeren. FC Twente en NEC waren goed bezig, mensen in de stad en de omgeving voelden zich door de bemoeienis van de clubs met hun leven serieus genomen. Ze gingen van de club houden. Onvrede en rellen over slechte prestaties kunnen onder meer op deze manier in de kiem worden gesmoord.”

Edu Jansing van de Stichting Meer dan voetbal neemt Engeland als voorbeeld. „Na de Hillsboroughramp in 1988 waarbij 96 doden vielen, en al die supportersrellen, heeft de overheid gezegd: voetbal moet terug naar de samenleving, supporters moeten bij de club betrokken worden, van jongs af aan. Voetballers moeten mensen opzoeken: voel met ze mee, hoor ze aan, help, neem ze serieus. Laat zien waar je vandaan komt, hoe je de top hebt bereikt. Dat slopen en vechten tot niets leidt, dat samen leven, leren, spelen, lijden en genieten zin heeft. Het duurt even voordat men dat in Nederland begrijpt. Vijf jaar geleden waren vijf profclubs structureel bezig met sociale projecten. Nu zeker vijftien. Eerst deden ze het omdat het moest, voor het imago. Niet vanuit het hart. Het besef begint te groeien. FC Twente is de gangmaker, maar ook PSV, NEC, FC Utrecht, NAC, ADO Den Haag, Zwolle, VVV, FC Groningen en Cambuur volgen. Ajax en Feyenoord maken nu eindelijk een kentering door.”

Kesler: „Veel gemeenten hebben gezegd: wij steunen jullie. Zoals in Utrecht. Maar nu gaan jullie de wijken in. Een speler als Jean-Paul de Jong deed dat graag. Hij besefte hoe belangrijk dat contact was.”

Mohammed Allach: „Al in 1996 was ADO Den Haag begonnen met een project als De Held, waarin spelers op basisscholen gastlessen verzorgden. Toen ik nog voetballer was bij VVV, was er ook De Held. Dat was fascinerend. Praten met scholieren over pesten, schelden en discriminatie. De kinderen luisterden ademloos. En ze namen het aan dat negatief gedrag nergens toe leidt.”

Kesler: „Soms hoor je nog wel: maar je wordt als club toch afgerekend op de prestaties op het veld? Nee dus. Mensen gaan het liefst naar een club waar het goed geregeld is. Waar het stadion comfortabel is, waar het veilig is, van een club waarvan je de voetballers en de bestuurders hebt leren kennen. Daar willen de mensen bijhoren. Schalke en Dortmund zijn de populairste clubs van Duitsland. De clubs hebben tientallen supportersprojecten. Bij elke wedstrijd zitten 70.000 tot 80.000 mensen. Nooit rellen. Ze drinken veel bier, maar samen. Als het slecht gaat, dan blijven de mensen komen. Omdat het zulke herkenbare clubs zijn. Het is een effectieve wisselwerking. Wie wat voor de supporters doet, krijgt support terug.”

Jansing: „Barcelona is het beste voorbeeld, dankzij voorzitter Joan Laporta. De slogan is Més que un club (meer dan een club, red.). En ze dragen dat overal uit. Barcelona sponsort Unicef. De spelers zijn contractueel verplicht zich sociaal in te zetten. Door zo’n uitstraling trek je meer supporters en sponsors. Het kan geen toeval zijn dat clubs als Barcelona en FC Twente met een uitgesproken maatschappelijke visie zo succesvol zijn. Laporta heeft als voorzitter van de Europese clubs bij de Europese commissie aangekaart het bij elke club verplicht te stellen. Hij zegt: ‘Mijn spelers worden beter, omdat ze zich beter voelen door het contact met supporters’.”

Allach: „Ook bij FC Twente hebben de spelers dat in hun contract staan. Ze weten waarvoor ze tekenen. Voetbalmakelaars willen nog weleens tegenstribbelen, maar ze begrijpen het steeds beter. Bij VVV-Venlo is de hoofdcoach er verantwoordelijk voor dat zijn spelers sociaal-maatschappelijke activiteiten verrichten. In het technisch beleidsplan van de coach staat een hoofdstuk met een verplicht rooster voor sociaal werk. Hij moet dat inpassen in zijn training- en wedstrijdprogramma. Zo veranker je het in een voetbalclub. Spelers die niet verschijnen bijvoorbeeld voor een interview over dit onderwerp, dienen gestraft te worden. In Nederland zijn coaches defensief. Ze hebben een te druk wedstrijdprogramma, zeggen ze. Als ze ergens een druk programma hebben, is het in Engeland. Daar staan clubs spelers af voor reisjes naar India of Zuid-Afrika, of worden ze de wijken ingestuurd. Dat moet, dat heeft de bond samen met de overheid verplicht gesteld.”

Kesler: „De KNVB heeft met de clubs uit de eredivisie en de eerste divisie afgesproken dat ze jaarlijks een financiële bijdrage leveren aan de Stichting Meer dan voetbal. Samen nu zo’n vijf ton per jaar. Daardoor kunnen we hetzelfde vragen aan de overheid en aan sponsors. Dat is nog betrekkelijk weinig.”

Jansing: ,,Het zijn nu nog vooral de regionale clubs die uitblinken in projecten: Twente, NEC, Vitesse, Cambuur, VVV, NAC. Grote clubs als Ajax en Feyenoord kunnen echt meer doen. In het verleden hebben zij voetbalscholen opgezet in Afrika, vooral om spelers te ontdekken. En passant doen ze wat terug voor de bevolking. In de directe omgeving gebeurt weinig. Waarom niet in de Bijlmer of in Rotterdam-Zuid, bij amateurclubs? Dicht bij huis, daar zit je achterban. De gemeente Rotterdam heeft onderzoek gedaan onder de jeugd van Rotterdam-Zuid: 70 procent is voor Besiktas of Galatasaray, Turkse clubs. De directie van Feyenoord staat voor de keus: investeren in een maatschappelijk project of een nieuwe rechtsback. De deelgemeente Feijenoord heeft aangeboden voor twee jaar een community-manager te betalen bij de club, zoals in Engeland. De gemeente wil meewerken, maar het moet ook vanuit de club komen.”

Allach: „Het gaat om de positieve beeldvorming voor voetballers. Dat ze niet verwende, dikverdienende voetballers zijn die als ze niet trainen op de bank liggen. Wat je doet als club en spelers met mensen in de stad en de regio moet zichtbaarder worden. Je wordt dan erkend en herkend in good times and in bad times. Je bent pas topsporter als je waardering hebt voor degenen die je bewonderen. Zonder hen was je geen populaire topsporter geworden. Wat denk van Steven Gerrard en Dirk Kuyt bij Liverpool. Die zijn razend populair omdat ze zich onder de mensen begeven. Iedereen wil bevriend zijn met die spelers. Waardeer dat en je krijgt er veel voor terug.”

Jansing: „Jullie kennen nog die Argentijnse spits van Feyenoord. Die zat de hele dag op zijn flat, hij sprak alleen Spaans. Coach Arie Haan deed niks. Toen kwam Leo Beenhakker, die wel Spaans sprak. Hij zei tegen Julio Cruz: ‘Ga eens de straat op, de wijken in van de supporters, laat je zien, kom onder de mensen, praat met ze, luister, help ze.’ Cruz zei later tegen me dat hem dat veel had geholpen. De mensen in het stadion scandeerden voor de wedstrijd zijn naam. Dat gaf hem zelfvertrouwen. Hij was een van hen geworden. Als Kuyt terugkomt in Rotterdam, wordt hij toegejuicht. Hij is nog steeds Feyenoorder, hoewel hij al drie jaar bij Liverpool speelt.”

Kesler: ,,Voetballiefhebbers, vooral kinderen, identificeren zich met voetballers. Ze zien hun gedrag in het stadion en op de televisie. Zoals Drogba vorige week na de wedstrijd Chelsea tegen Barcelona zich gedroeg, dat kan niet, dat moet meteen bestraft worden. Hoe groot de belangen ook zijn, hoe hoog de emoties ook zijn opgelopen. Dat is voorbeeldgedrag.”

Allach: „Voetballers moeten zich er meer bewust van zijn dat ze rolmodel zijn. Juichmomenten worden geïmiteerd, trucjes, maar ook ander gedrag zoals schelden op scheidsrechters en op tegenstanders, en zelfs op medespelers. Je kunt als voetballer met kinderen evalueren wat je in emotie kunt doen, vooral fout kunt doen. Sta daar eens bij stil. Bespreek wat de consequenties zijn en wat je daarvan kunt leren. Bestuurders en beleidsmakers zijn zich daar wel van bewust intussen. Nu de spelers nog, en vooral de coaches.”

Kesler: „Strenger straffen met name en daarnaast bewustwording. De KNVB organiseert elk weekend 30.000 wedstrijden. Die wedstrijden zijn allemaal maatschappelijke platforms. Mensen die elkaar een week niet zien, ontmoeten elkaar op het voetbalveld. De kerken stromen leeg, maar de stadions lopen vol. Voetbal is de nieuwe religie, zeggen ze. Ja, voetbal verbindt. Dat begrijpt de overheid nu ook. Vroeger kwamen welzijnsprojecten als socialisering- en integratiecampagnes niet van de grond omdat ze niet zichtbaar waren. Voeg daar een paar voetballers aan toe en de projecten gaan lopen. De mensen vinden voetballers duizendmaal interessanter dan een ambtenaar.”

Allach: „De volgende stap is bewustwording. En heeft het daadwerkelijk effect? Kunnen we sociaal wetenschappelijk aantonen dat het goed is, kunnen we de economische en sociale betekenis van voetbal in een stad of de provincie aantonen? Ik heb een paar jaar geleden het succes van VVV gebruikt door de universiteit van Utrecht te vragen onderzoek te doen naar de sociale betekenis van VVV voor de regio. Samen met de gemeente Venlo. Toen zijn er met de gemeente projecten ontwikkeld. Er zijn clubs met lege tribunes, die onderaan staan. Die denken meteen aan goede spelers kopen. Aangetoond is dat als je actief de stad en de regio ingaat, de tribunes volstromen met mensen die zich thuis voelen bij de club. Dan komt het succes vanzelf. Barcelona, Liverpool, VVV, Cambuur, Heerenveen en vooral FC Twente laten het zien.”

Kijk voor meer informatie op www.meerdanvoetbal.nl

    • Guus van Holland