Ruslands nieuwe held is Stalin

Een bejaarde vrouw op een begraafplaats voor slachtoffers van de Stalinterreur. Stalin liet zeker 15 miljoen mensen vermoorden. Foto AP Masara Murtayeva, 80, prays at a cemetery, a memorial to the Stalin-era deportation's victims, in Grozny, the capital of the Russian breakaway region of Chechnya, Sunday, Feb. 22, 2009. Chechens and Ingush, who were also victims of the 1944 deportations, which started on Feb. 23, to the barren steppes of then-Soviet Central Asia, marked its 65th anniversary on Sunday with visits to mosques and cemeteries. (AP Photo/Musa Sadulayev) Associated Press

Zo’n vijfduizend jonge en oude communisten, sommigen met een portret van Stalin voor de borst, marcheren met rode vaandels door een Moskouse hoofdstraat. Het is 9 mei, de dag waarop Rusland de overwinning op nazi-Duitsland viert.

„Onder Stalin kregen kinderen van gesneuvelde soldaten een universitaire opleiding”, verkondigt een bejaarde generaal trots. „Stalin gaf ons een eerlijk leven”, preekt de 80-jarige Irina, die met een vlaggetje het kapitalisme bezweert. Een pubermeisje in uniform mompelt: „Stalin heeft ons naar de overwinning geleid. Ons land heeft veel aan hem te danken.”

De openlijke verering van de Sovjetdictator die tot zijn dood in 1953 ten minste 15 miljoen mensen liet vermoorden, valt samen met nadrukkelijke pogingen van opeenvolgende Russische regeringen om Stalin te profileren als een groot leider. Met succes: meer dan de helft van de Russen meent inmiddels dat Stalin Rusland meer goed dan kwaad heeft gedaan. Onder leiding van de staat worden de gruwelen van het stalinisme langzaam maar zeker uitgewist.

Die opwaardering van Stalin begon al in de jaren negentig, toen de regering-Jeltsin het beeld van een Glorieus Rusland begon te creëren om daarmee haar eigen macht te legitimeren en het verweesde Russische volk na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een nieuwe identiteit te verschaffen. „De symbolen van dat ‘glorieuze verleden’ die de regering toen voorstelde – zoals premier Stolypin en Peter de Grote – werden door de bevolking niet geaccepteerd”, zei directeur Arseni Roginski van burgerrechtenorganisatie Memorial onlangs op een stalinismecongres. „Ze waren van te lang geleden en niet hedendaags genoeg. Geleidelijk en sluipend omvatte het concept van het Glorieuze Rusland toen ook de Sovjet-Unie en in het bijzonder de Stalintijd.”

De opvolgers van Jeltsin zetten een volgende stap, al waren ze niet van plan Stalin daadwerkelijk te rehabiliteren. „De regering wilde haar burgers alleen het besef bijbrengen dat ze altijd al in een groots land hadden geleefd, dat alle beproevingen eervol had overwonnen. Het beeld van dat gelukkige en glorieuze verleden was nodig om de bevolking te consolideren, om de continuïteit van het gezag te herstellen, om de machtsverticaal te kunnen versterken.”

In die opwaardering van het stalinistische verleden bestaat geen plaats voor de staatsterreur tegen het eigen volk. Roginski: „Anders dan de nazi’s, die veel ‘buitenlanders’, dat wil zeggen Polen, Russen, Duitse joden (die ze niet als hun eigen volk beschouwden), vermoordden, hebben wij merendeels ons eigen volk omgebracht. En dat is iets wat ons bewustzijn weigert te accepteren.”

Maar zolang er Russen leven die de terreur hebben meegemaakt, blijft het moeilijk die te verhullen. De 75-jarige Gjoezel Galejevais groeide op in Kazan, als dochter van de Tataarse schrijver Goemer Gali. „In maart 1937 werd hij gearresteerd”, vertelt ze in haar met glazen miniatuurkikkers volgestouwde woonkamertje in Moskou. „Hij kende vijf talen en dat was al voldoende om te worden veroordeeld. Hij kreeg tien jaar kamp en werd naar boven de poolcirkel gestuurd. De akte van beschuldiging – hij zou trotskist zijn – weigerde hij te ondertekenen, hoe ze hem ook martelden. Mijn moeder is vijf maanden later opgepakt. Als familielid van een ‘verrader van het vaderland’ kreeg ze vijf jaar, die ze uitzat in Siberië.”

Toen haar vader in 1948 vrijkwam, mocht hij van de staat niet meer publiceren. Een nieuwe terreurgolf was in volle gang. Gali werd opnieuw veroordeeld en dit keer verbannen naar Krasnojarsk. „Hij werkte er als dwangarbeider in de bosbouw”, zegt Gjoezel. „Omdat hij kritiek had op het werk van zijn medegevangenen, liet een van hen in juni 1954 een omgehakte boom op hem terechtkomen. Hij is bezweken aan zijn verwondingen.”

Drie maanden later werd haar vader gerehabiliteerd en postuum weer opgenomen in de Schrijversbond en de Communistische Partij. In 2006 is er in Kazan een gedenksteen voor hem onthuld en een straat naar hem vernoemd.

Gjoezel bracht de rest van haar jeugd in weeshuizen door, onder een andere achternaam. Maar toen ze naar de universiteit ging, begonnen ook voor haar de problemen. „Ik wilde scheikunde studeren”, vertelt ze. „Maar een kind van een landverrader mocht dat niet, omdat scheikundestudenten in een fabriek praktijkervaring moesten opdoen en ik wel eens sabotage zou kunnen plegen. Ik moest huilen toen ze me het vertelden. Gelukkig kwam op dat moment de decaan van de wiskundefaculteit langs, die zei: ‘Wiskunde is geen politieke wetenschap, dus kom maar bij ons.’ En zo studeerde ik in 1957 af als wiskundige.”

Gjoezel was inmiddels verliefd op een natuurkundige, die in een gesloten stad kernonderzoek deed. Een half jaar na haar afstuderen kreeg ze toestemming om bij hem te gaan wonen.

Zelf ging ze bij een onderzoeksinstituut in die stad werken. „Op een dag werd mijn man bij de lokale partijleiding geroepen. „Weet je wel wie je hierheen hebt gebracht?”, vroegen ze. Mijn man antwoordde: „Mijn partijkaart lever ik zo in, maar mijn vrouw zet ik in geen geval aan de kant.” We zijn inmiddels vijftig jaar samen. Hij is al jaren hoogleraar aan de universiteit van Moskou.”

Gjoezel meldde zich in 1989 aan bij Memorial, een organisatie die het Stalinverleden onderzoekt en zich inzet voor de slachtoffers van de Stalinrepressie. Twee jaar later begon ze voor de organisatie fondsen te werven. „Memorial krijgt geen geld van de staat, omdat de staat tegen die organisatie is en het verleden wil uitvlakken. In Russische schoolboeken wordt de Stalinterreur amper behandeld en er bestaat hier geen enkele alomvattende studie naar die tijd. Het zal dus nog wel een tijd duren voordat er in Rusland een evenwichtig beeld van die jaren bestaat.”

Valeria Marek-Doenajeva (1938) is de dochter van een Oostenrijkse sociaal-democraat en een Duitse boerendochter die in Rusland het communisme wilden helpen opbouwen. „Mijn moeder emigreerde in 1926 met haar ouders naar Rusland en verwierf het Russische staatsburgerschap”, vertelt ze. „Mijn vader kwam hier pas in 1935 en bleef Oostenrijker. Ze werden verliefd op elkaar. Maar om te kunnen trouwen hadden ze de toestemming van Stalin nodig, want die verbood huwelijken tussen Russen en niet-Russen. Uiteindelijk kregen ze die toestemming.”

Ze trekt zich even terug op de wc, waar ze begint te huilen. Sigarettenrook trekt door een kier van de deur. Dan komt ze weer tevoorschijn en vervolgt haar verhaal. „In 1937 werd mijn grootvader opgepakt, een jaar later mijn grootmoeder. Mijn vader kreeg er zo genoeg van dat hij in 1940 naar Oostenrijk terugkeerde.”

Haar moeder mocht niet met hem mee, ondanks haar smeekschriften aan Stalin. Toen de oorlog met Rusland in 1941 begon werd haar vader opgeroepen voor het Duitse leger. „Hij stuurde voedsel en geld naar mijn moeder. Op 21 juni, de dag van de Duitse inval, nam ze op de Duitse ambassade 3.000 Duitse marken in ontvangst die hij haar had gestuurd. Nog diezelfde dag werd ze gearresteerd. Kort daarna hebben ze haar wegens spionage geëxecuteerd. Mijn grootvader, die inmiddels was vrijgelaten, sprong voor de trein toen hij dat hoorde.”

Ook Valeria moest naar het weeshuis, waar ze werd mishandeld. „In 1947, ik was toen negen jaar, kwam mijn grootmoeder vrij. Zij nam me toen in huis.”

Op haar achttiende, ze was inmiddels getrouwd, ging ze op zoek naar haar vader. Ze schreef aan het Rode Kruis en in 1976 kreeg ze bericht dat ze wisten waar hij woonde. „Hij bleek in 1945 door de Russische bezettingstroepen te zijn gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar dat vonnis was omgezet in 25 jaar kamp. Na de dood van Stalin is hij uitgewisseld. Ik kreeg toestemming om brieven aan hem te schrijven, al mocht ik hem niet bezoeken. In 1984 overleed hij. Ik heb alleen een foto van zijn graf.”

Haar moeder werd in 1996 gerehabiliteerd, Valeria Marek zelf pas in 2001. Een museum voor Stalinrepressie is er nog altijd niet. „Onder Poetin en Medvedev worden de gruwelijkheden van het Stalinverleden geheel weggepoetst.”

    • Michel Krielaars