Nieuwe New Yorkse blik op Amsterdam

Voor Nederlanders is Amsterdam een bruisende hoofdstad, voor New Yorkers ademt de stad een dorpse rust. Vier fotografen uit New York verkenden drie weken Amsterdam.

Gus Powell: ‘De voetganger’ uit zijn serie ‘De straat’ voor de expositie NY Perspectives Collectie Stadsarchief Gus Powell, "Amsterdam: No. 0267" (2008) From the series: Voetganger Exhibition: NY Perspectives IMAGE MUST BE REPRODUCE FULL FRAME. DO NOT CROP. Powell, Gus

Een stad als een tuin, zegt de een, every inch gecultiveerd. Zeer weloverwogen in zijn verschijning, vindt de ander. En verrassend stil, aldus de derde, vooral ’s avonds. Voor Nederlanders mag Amsterdam de bruisende, brutale hoofdstad zijn, voor New Yorkers ademt het een dorpse rust. De stad is zo mooi, en zo af, en vooral: zo vaak gefotografeerd. Hoe kun je in drie weken tijd beelden vinden en maken die daar iets aan toevoegen? Beelden die de Amsterdammer een nieuwe blik op zijn eigen stad bieden?

Het is dit jaar vierhonderd jaar geleden dat VOC-vaarder Henry Hudson als eerste blanke het eiland Manhattan ontdekte, waar vervolgens de Nederlandse kolonie Nieuw Amsterdam werd gesticht. Als onderdeel van de viering van Henry Hudson 400 nodigden FOAM, het Stadsarchief en het John Adams Institute – met steun van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst – vier fotografen uit New York uit om drie weken lang Amsterdam te verkennen. Ze kregen ieder een thema mee: voor Gus Powell (1974) was dat de straat; voor Joshua Lutz (1975) de stadsranden, the outskirts; voor Carl Wooley (1977) de nacht; en voor Richard Rothman (1952) water.

Geen van allen waagt zich aan een uitspraak over wat hun werk over Amsterdam zegt. Wooley noemt het een onderzoek, Lutz spreekt van een dwarsdoorsnede, Powell heeft het over een wandeling. De som der delen geeft wel degelijk een nieuwe, dwarse kijk op de stad en roept een rijkdom aan uiteenlopende reacties op. Soms is dat een golf van herkenning: ja, zo is het, dat zijn wij. Zoals in Lutz’ foto van een op en top burgerlijke bungalow op z’n geschoren gazonnetje; door het raam kijkt de eigenaar de fotograaf aan.

Vaker voel je een zekere vervreemding: is dat hier? Zijn wij dat? Dat geldt zeker voor de nachtfoto’s van Carl Wooley. Hij werkt louter met bestaand licht en wist op de fiets, met zijn zware technische camera op z’n rug, plekken op te sporen die ineens iets theatraals krijgen. De straat wordt een toneeldecor waar net iets spannends is gebeurd of staat te gebeuren. „Veel mensen vinden mijn foto’s een beetje creepy, maar dat is geen bewust effectbejag”, zegt hij. „Ik ben wel op zoek naar een zekere spanning. Het zijn heel alledaagse plekken die ik fotografeer – een bocht in de straat, een verlichte portiek – maar het is het licht dat ze een bijzondere lading geeft.”

Zowel Rothman als Lutz stuitten tijdens hun omzwervingen op gemeenschappen van mensen die buiten de gereguleerde samenleving staan. Ze raakten erdoor geïntrigeerd. Rothman ontdekte tijdens zijn verkenning van de Amsterdamse waterwegen een groepje vervallen woonboten en hun knoestige bewoners in de Amstel. ‘It’s only Rock & Roll’ staat er op de zijkant van een van de boten, een inmiddels vaal spoor van rebelsheid. Joshua Lutz trof een groep oud-bewoners van Ruigoord die hun kamp nu hebben opgeslagen in de Afrikahaven, bij de overslagterminal. Geamuseerd zegt hij: „Het is aandoenlijk om te zien hoe ze ver weg van alles hun eigen ding gaan doen en dan toch weer de ruimte gaan afzetten met hekken – ieder z’n eigen plekje.”

Het viel Lutz op hoeveel verwijzingen naar de Amerikaanse cultuur hij in de omgeving van Amsterdam vond. De A10 wordt omringd met de generieke snelwegcultuur van fastfood die je overal vindt. Naast een huis dat erg geïnspireerd is op het werk van Frank Lloyd Wright staat een 1968 Cadillac.

De New Yorkers bezochten Amsterdam in november en januari. Vooral op het werk van Gus Powell heeft het jaargetijde veel invloed gehad. „Ik ben straatfotograaf, maar met dat koude grijze weer was er niemand op straat.”

Soms kwam hij een plek tegen waar het licht goed was, en dan maar wachten tot er een nietsvermoedende ‘protagonist’ het beeld in liep. Zijn werkwijze verschoof van het vastleggen van de onbedoelde choreografie van mensen die langs en door elkaar lopen, naar de reflecties in de stad. Dat levert intrigerende, gelaagde foto’s op van een weerspiegelde luchten en gebouwen en daar weer doorkijkjes doorheen. „Hoe langer ik in Amsterdam was hoe verstilder mijn foto’s werden.” In het Stadsarchief hangen zijn foto’s in verschillende maten over de muur gestrooid, als flarden van een gesprek tussen de fotograaf en zijn onderwerp.

Heeft deze opdracht hun werkwijze beïnvloed? Jawel, zegt Gus Powell: „Nieuw is voor mij dat het resultaat geen serie afzonderlijke beelden is, maar een collectief – een lopend verhaal. Ik ga op dit spoor door.” Zowel Joshua Lutz als Richard Rothman hebben dit snelle, intensieve werken als een bevrijding ervaren, zeggen ze. Lutz: „Vlak voor ik deze opdracht kreeg heb ik een project voltooid waar ik tien jaar mee bezig ben geweest, Meadowlands, over het moerassige landschap tussen New York en New Jersey. Nu weet ik weer dat niet alles monumentaal en langdurig hoeft te zijn.”

Rothman: „Ik heb altijd gedacht dat ik een plek of een stad heel goed moest kennen om er te kunnen fotograferen. Nu blijkt dat de ontdekkingstocht zelf ook een verhaal is.”

NY Perspectives is t/m 23 aug te zien in het Stadsarchief Amsterdam. Inl www.nyperspectives.com

    • Tracy Metz