Mager aanbod houdt de olieprijs hoog

De olieprijs is in drie maanden tijd bijna 70 procent gestegen. De nog steeds afnemende vraag moet te maken hebben met de wederopstanding van de financiële markten. Maar er is ook nog een andere factor in het spel: de aanbodcapaciteit, met name in het Opec-kartel, krimpt. Met een herstel van de vraag in het vooruitzicht zijn er dus redenen genoeg om de prijs omhoog te bieden.

De Opec liet op 13 mei weten te verwachten dat de wereldwijde vraag dit jaar 1,83 procent zal achterblijven bij het niveau van 2008. De olievoorraden zijn momenteel, in het kielzog van de zwakke vraag uit het eerste kwartaal, ook groter dan van oudsher gebruikelijk: er is genoeg voor zestig dagen. Maar de vraag naar olie zal later dit jaar naar verwachting aantrekken, en de vraag in het vierde kwartaal zal nog geen procent lager zijn dan het peil van 2008.

De Amerikaanse Energy Information Administration voorspelt dat het aanbod van de Opec-landen in 2009 op 33,5 miljoen vaten per dag zal blijven steken, 2 miljoen vaten minder dan in 2008. Maar het aanbod van de Opec-lidstaten was met 28,7 miljoen vaten per dag in het eerste kwartaal onverwacht laag en is in april nog verder gedaald. Zo’n groot aanbodtekort zal, als het aanhoudt, de olieprijs omhoog stuwen.

Landen als Saoedi-Arabië kunnen de productie wel enigszins verhogen als de vraag – en de olieprijs – weer omhooggaat. Maar die flexibiliteit laat elders in de Opec te wensen over. De Venezolaanse regering heeft bijvoorbeeld de olieproductie genationaliseerd, waardoor de staatsoliemaatschappij Petroleos de Venezuela (Pdvsa) aan de touwtjes trekt. De productie van ruwe olie van Pdvsa daalde in 2008 met 12 procent, ondanks de hoge prijzen, hetgeen erop duidt dat de Venezolaanse productie waarschijnlijk tekort zal blijven schieten. Ook in Nigeria hebben eenzijdige veranderingen in oliewinningscontracten en aanhoudende onrust in de Niger-delta geleid tot een substantiële en schijnbaar verergerende terugval van de productie.

Het olieaanbod uit niet Opec-landen zou moeten toenemen, met name uit Brazilië. Maar die stijging kon wel eens trager verlopen dan verwacht, omdat de recente prijsdalingen hebben geleid tot het afblazen van een paar grote teerzandprojecten in Canada.

Regeringen hebben de geldvoorraad enorm uitgebreid om de recessie te bestrijden. Dat beleid kan ook de vraag naar olie bevorderen. Nu het aanbod achterblijft bij de verwachtingen, moet dat de olieprijs omhoog brengen. Dat duidt erop dat een hogere prijs van blijvende aard zou kunnen zijn, ook al zouden beleggers weer iets van hun onlangs herwonnen risicolust moeten prijsgeven.

Martin Hutchinson

    • Martin Hutchinson