Maak haast, wees doortastend

Honderden miljarden pompt China in zijn economie. In de provincie Liaoning weten ze met het geld wel raad. Nog maar een snelweg. „We bereiken zo een groei van 12 procent. Daar gaat het nu om.”

Aanleg van een spoorwegennet bij de stad Wuhan in de provincie Hubei. Provinciale bestuurders in heel China diepen uit hun bureaulades plannen op voor de infrastructuur, ook plannen die wegens corruptie eerder waren afgekeurd. Foto Reuters Workers walk along the railway at the construction site of Wuhan North Railway Marshalling Station in Wuhan, Hubei province April 1, 2009. China's promise to launch another fiscal stimulus package if it needs to could be the very thing that will make such a move unnecessary. REUTERS/Stringer(CHINA BUSINESS TRANSPORT) CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA REUTERS

Een economische crisis op zijn tijd is eigenlijk helemaal niet slecht, constateert Liu Huanxin glunderend. In de bar van de Wulong International Golfclub in de Chinese provincie Liaoning, op amper 20 kilometer van de grens met Noord-Korea, wordt een nieuw rondje lokaal bier geserveerd. „Alles is opeens mogelijk. Het lobbyen in Peking om financiering van grote projecten verloopt opeens uitermate soepel. En de bankiers komen tegenwoordig naar ons toe in plaats van andersom. Financiering is geen probleem meer”, vertelt de partijfunctionaris.

Als vicevoorzitter van de machtige provinciale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie is Liu verantwoordelijk voor de economische en industriële ontwikkeling van deze provincie in het noordoosten van China. Als topplanner, topbeslisser en uitvoerder van deze provincie met 42 miljoen inwoners en een economie van ongeveer 100 miljard euro is de crisis een kolfje naar zijn hand.

„Dit is een gebied met veel verouderde, zware industrie uit de tijd van de Japanse bezetting. We kunnen nu onze moderniseringsplannen nog sneller uitvoeren”, legt Liu uit. Stimuleren op zijn Chinees, dat wil zeggen agressief, snel en doelgericht, is duidelijk een thema waar Liu graag over praat. Indrukwekkende groeipercentages, statistieken over investeringen en de details van tientallen infrastructurele werken kent hij uit zijn hoofd.

Buiten, op de greens, in het groene bos- en merenrijke heuvellandschap bij Dandong, waar de grensovergang met Noord-Korea onlangs weer is geopend voor personen- en vrachtverkeer, slaan vermogende Chinese, Japanse en Zuid-Koreaanse echtparen een balletje.

De club met meertjes en pastelkleurige villa’s, op 350 kilometer afstand van provinciehoofdstad Shenyang, is niet alleen favoriet conferentieoord van provinciale partijfunctionarissen. Een Japanse zakenman vertelt dat een weekendje golven met zijn Zuid-Koreaanse echtgenote er goedkoper is dan een middag een baan huren in downtown Tokio of Seoul. „Inclusief twee vliegtickets”, voegt hij eraan toe.

Bijna zestig jaar geleden rukten vanaf Dandong meer dan een miljoen Chinese infanteristen op om, zoals de Chinese geschiedenisboeken op de middelbare scholen het omschrijven, „de Amerikaanse agressie” in Korea te bestrijden. Op een zomerse meidag in 2009 zijn de Japanse, Zuid-Koreaanse en Amerikaanse vlaggen gehesen om de internationale golfers te verwelkomen en wordt de stilte alleen verbroken door het gezoem van elektrische wagentjes.

Het plan is het ‘rode toerisme’ (oorlogsmonumenten, het US Agression-museum) uit te breiden met het ‘blauwe toerisme’ (watersport) en het ‘zilveren toerisme’ (skiën, schaatsen en golven).

Liu, gekleed in de sobere outfit van de hoge partijfunctionaris (wit overhemd, zwarte broek, grijs jack) wijst in de verte naar krioelende blauwe vrachtwagens, gele grondverzetmachines en opladers met tunnelelementen. Niet de golfclub, waar er – als het aan Liu ligt – de komende jaren meer van aangelegd zullen worden, maar de vierbaans snelweg langs de grens met Noord-Korea is het belangrijkste project dat hij wil laten zien, als voorbeeld van hoe de provinciale economische groei op peil gehouden moet worden.

De autosnelweg in wording, 200 kilometer lang van Dandong naar Tonghua in de naburige provincie Jilin met 39 tunnels, 308 bruggen, waaronder enkele van 2,5 kilometer lang, 42 tolhuizen, is het statusproject van de provincie Liaoning. Ruim 20.000 arbeidsmigranten uit de provincies Sichuan en Hunan zijn aangetrokken om hier onder leiding van plaatselijke ingenieurs de tunnels te boren. „Dat is voor ons eenvoudiger dan in Europa, waar de voorzieningen al van een hoog niveau zijn. Er hoeven voor deze weg maar 850 families verplaatst te worden”, zegt hij vergoelijkend.

Economische bestuurders als Liu, die over meer concrete macht beschikken dan in Europa een minister van Economische Zaken, kregen in november 2008, toen in Peking doordrong dat de mondiale crisis niet aan China voorbij zou gaan, een duidelijke opdracht. „Kom met concrete plannen om de groei te bevorderen. Maak haast. Wees doortastend”, luidde de order van de Nationale Hervorming en Ontwikkelingscommissie in Peking aan de provinciale en stedelijke collega’s.

Vicevoorzitter Liu: „We kregen de opdracht om binnen twintig dagen kant-en-klare plannen in te dienen. Alleen uitgewerkte voorstellen maakten kans op goedkeuring.”

Alle Liu Huanxins in China diepten uit hun bureaulades plannen op. Ook voorstellen die eerder wegens kosten of vrees voor corruptie waren afgekeurd. De provinciale planners zagen ook hun kans schoon om de financiering van lopende projecten, zoals de metro van Guangzhou en de bouw van nieuwe havens in Shanghai, te versnellen.

Eerdere bezwaren tegen sommige provinciale en stedelijke projecten verdwenen helemaal toen de Chinese groei in het vierde kwartaal van 2008 vertraagde en de machthebbers in Peking besloten tot een stimuleringspakket van 4 biljoen yuan (480 miljard euro volgens de laatste wisselkoers). Vrijwel ieder levensvatbaar project kreeg het groene licht, waarbij de provincies in het zuidwesten, westen en noordoosten voorrang kregen boven de Parelrivierdelta en Shanghai. Door het ontwikkelen van vooral de steden en de infrastructuur in die provincies denken de machthebbers in Peking de economie minder afhankelijk te maken van de export.

De reiziger die de afgelopen maanden de ver van Peking en Shanghai gelegen provincies doorkruiste, ontsnapte niet aan de indruk dat de economische tegenspoed als het ware bedolven wordt onder cement, staal, steen en asfalt.

Liu had, behalve blauwdrukken voor de 200 kilometer lange autosnelweg en een uitbreiding van de haven van Dalian, ook een plan voor een hogesnelheidstreinverbinding naar Peking klaarliggen en daarnaast nog 200 kleinere projecten, zoals industrieterreinen, vakantieresorts en een kerncentrale.

Hoewel in de propaganda van de staatsmedia de indruk wordt gewekt dat de 480 miljard euro aan stimuleringsgelden geheel afkomstig zijn uit Peking, blijkt dat niet het geval te zijn. De nationale autoriteiten fourneren tot en met 2010 maar eenderde van dit bedrag, de provincies zelf zorgen voor tweederde van de financiering. Na jaren van hoge economische groei is geld voor zowel de nationale als de provinciale overheden op dit moment nog geen probleem.

Een provincie als Liaoning, die in 2008/2009 de investeringsbegroting met 20 procent heeft verhoogd tot ruim 150 miljard euro, put uit eigen middelen, maar schrijft, en dat is voor het eerst, ook eigen obligaties uit en sluit leningen af bij de vijf grote staatsbanken.

Vicevoorzitter Liu: „Tot de zomer van 2008 was het ook voor ons moeilijk om leningen af te sluiten. De centrale overheid wilde namelijk de economie afremmen, want er dreigde oververhitting. De banken waren toen zeer terughoudend, en het was moeilijk om zelfs maar een afspraak te maken met de bankdirecteuren. Nu komen ze naar ons en de bedrijven toe en bellen ze op met de vraag wat we nodig hebben.”

De Chinese banken hebben volgens cijfers van de centrale bank sinds november voor ruim 500 miljard euro aan leningen verstrekt tegen een percentage van 5,31 procent per jaar. Simpelweg omdat Peking daartoe opdracht heeft gegeven en omdat de grote Chinese banken betrekkelijk weinig last van de internationale kredietcrisis hebben. Een berg aan slechte bankleningen was met staatssteun al soepel weggesaneerd en de Chinese banken zijn nu in staat de economie van voldoende liquide middelen te voorzien. Zakenbanken in Shanghai en Hongkong voorspellen optimistisch dat China het ergste van de groeivermindering achter de rug heeft en dat dankzij China ook de wereldeconomie niet verder zal inzakken.

Dong Tao van Credit Suisse in Hongkong is een van de vele economen die op grond van de cijfers over de leningen van de Chinese banken en de bouwprojecten van provincies als Liaoning hun groeiprognoses hebben verhoogd. In 2009 groeit de Chinese economie niet met slechts 5,5 maar met ruim 7 procent. „China’s economie is zich sneller aan het herstellen dan gedacht. Je ziet het ook aan de cijfers van de autoverkoop en aan de onroerendgoedmarkten in de grote steden. De bodem is bereikt in China en er zijn overal tekenen van herstel te bespeuren”, zegt Dong Tao.

Hij wijst vooral op het gedrag van de Chinese middenklasse in steden als Chongqing (32 miljoen inwoners), Chengdu (12 miljoen) en Zhenyang (7 miljoen). Auto’s, breedbeeld-tv’s, appartementen zijn in het het eerste kwartaal van dit jaar boven verwachting veel verkocht, vooral in zuidwestelijke en noordoostelijke steden.

In deze nieuwe stedelijke agglomeraties zullen de economieën dit jaar met meer dan 10 procent groeien, terwijl de economieën van Shanghai en Guangzhou slechts 2 tot 3 procent groeien. Het optimisme van Dong Tao wordt gedeeld door de Chinese directies van het Amerikaanse General Motors, Caterpillar (grondverzetmachines) en het Indiase staalbedrijf ArcelorMittal. Het enige land ter wereld waar autoconcern GM zijn omzet ziet toenemen is China.

Alleen de onafhankelijke Shanghaise econoom Andy Xie, voorheen werkzaam bij Morgan Stanley, is minder opgetogen over de Chinese bouwdrift. In de eerste plaats waarschuwt hij dat alle cijfers van de nationale en provinciale overheden gerelativeerd moeten worden. „Het verzamelen van economische statistieken in China is de afgelopen jaren zonder twijfel verbeterd en geprofessionaliseerd, maar er is ook sprake van heel veel wishful thinking en politieke sturing”, zegt Xie.

Aan de omvang van de staatsinvesteringen twijfelt hij niet, en ook niet aan de daadkracht van bestuurders als Liu Huanxin, maar wel aan de prognoses over de groei. „We zien tot nu toe de particuliere sector nauwelijks groeien en ook de balansen van de private ondernemingen verbeteren zich nog niet zichtbaar. Het zijn vooral de grote staatsbedrijven en enkele buitenlandse ondernemingen, zoals Caterpillar en ArcelorMittal die profiteren”, zegt Xie. Hij denkt dat bedrijven de nieuwe bankleningen ook gebruiken om hun balansen op te poetsen en om te beleggen op de effectenbeurzen van Shanghai en Shenzhen. Van het aantrekken van de exportindustrie is niets te merken, stelt hij en hij waarschuwt dat China rekening moet houden met jaren van lage groei.

Op de vraag of de statistieken van Liaoning gemanipuleerd worden, weigert vicevoorzitter Liu Huanxin in te gaan. Het feit dat de exportsector geen tekenen van herstel vertoont, ook niet in zijn eigen provincie, erkent hij volmondig. „Onze exporteconomie heeft een moeilijke periode achter de rug, we zagen de orders voor lichte machines, schepen en vliegtuigonderdelen teruglopen. We zijn daar heel open over geweest. We hebben het slechte nieuws niet verborgen gehouden. En we zien nu, in de eerste maanden van 2009, herstel. De vraag naar elektriciteit bijvoorbeeld is met 15 procent gestegen. Ik hoor het ook van Japanse, Zuid-Koreaanse en Amerikaanse ondernemers die zeggen dat China dit jaar hun enige groeimarkt is. Wij moedigen bedrijven in die landen die het daar moeilijk hebben ook aan om naar Liaoning te komen”, zegt hij, om daaraan toe te voegen: „Ook Nederlandse en Europese ondernemingen.”

Hij gebruikt als de economische resultaten ter sprake komen veelvuldig de Chinese uitdrukking kaimen hong, wat wil zeggen ‘een goed begin’. Of dat ook van toepassing is op de werkgelegenheid kan hij niet precies zeggen. Werkloosheidsstatistieken in China zijn onbetrouwbaar, want lang niet iedereen die zijn werk verliest wordt meegeteld.

Arbeidsmigranten die afkomstig zijn uit Sichuan en werkloos raken in bijvoorbeeld Shanghai worden in Shanghai niet meegeteld. En in hun geboorteprovincies ook niet, omdat zij werkten in Shanghai. Werklozen worden daarnaast „aangemoedigd” om ieder soort werk te accepteren, al is het het vegen van een paar kilometer autosnelweg. Studenten wordt „geadviseerd” langer op de universiteit te blijven. „We zorgen ervoor dat in ieder gezin in onze provincie er ten minste een kostwinner is. Geen gezin zonder inkomen, geen gezin zonder werk”, zegt Liu.

Rest de vraag waarom zijn provincie, die toch al wordt doorkruist door een van de modernste stelsels van autobanen ter wereld, nog een snelweg nodig heeft. Of nog een vijfde luchthaven en een derde havenstad. Van massatoerisme is ook al geen sprake. Lui haalt zijn schouders op, het zijn geen relevante vragen. „Het zal pas in de toekomst drukker worden. Met deze snelweg en de andere projecten bereiken wij dit jaar een groei van 12 procent. Daar gaat het nu om.”

    • Oscar Garschagen